Marjolein Knuit

Een taal apart

“W8 ff, ben egt zo trug!” De jeugdige Internetgeneratie laat weinig heel van de oorspronkelijke Nederlandse taal. Chatten via programma’s zoals msn is ongekend populair. Praten met elkaar via Internet is overigens niet meer genoeg. Het is namelijk veel leuker om, terwijl je met elkaar kletst over bijvoorbeeld de zin van het leven, via een webcam toe te kijken hoe de persoon aan de andere kant van het beeldscherm drie straten verder in zijn neus zit te peuteren. Daarbij kan het chatvenster ook nog opgefleurd worden met een ‘persoonlijke’ achtergrond. Wat wil je nog meer? Hogere cijfers voor Nederlands op je rapport!

Los van de bekende risico’s van chatten – voor je het weet heb je een blind date met de heks die je in de kleuterschool terroriseerde door je potloden af te pakken – vormt chatten namelijk ook een gevaar voor de Nederlandse taal. Onze taal wordt niet alleen bedreigd door het toenemende gebruik van Engelse termen – “Ik kon die screensaver niet downloaden van je homepage, omdat mijn browser crashte,” – maar door de verbastering van Nederlandse woorden tot gemuteerde creaties die in de verste verte niet meer lijken op hun oorspronkelijke betekenis.

Verbasterde woorden:
Nergens – nerguhs
Terug – trug
Echt – egt
Toch – tog
Vragen – vraguh
Tot zo – tosso
M’n/mijn – me

De ontwikkeling van een aparte Internettaal lijkt op zich niet schadelijk, tot het moment dat de zogenaamde screenagers de nieuwe woorden voor correct aannemen. Bij enige navraag blijkt dat een woord als “egt” regelmatig wordt aangetroffen in huiswerkopdrachten van middelbare scholieren. Er zijn dus leerlingen in de veronderstelling dat dit de correcte manier is om het woord “echt” te noteren. Het is slechts een kwestie van tijd voordat deze woorden worden opgenomen in Het Groene Boekje: woorden als “cool” en “onwijs” hebben hun plekje al veroverd en ook “moederneukend,” de letterlijke vertaling van het Engelse motherfucking, staat al in de lijst. Taalexpert Jan Kuitenbrouwer zegt in een interview met Jorinde Benner te verwachten dat “fuck” over twee jaar in het woordenboek te vinden zal zijn.

Stam+t
Een van de grote voordelen van Internet is de mogelijkheid om spellen, muziek en films te downloaden. Een béétje computernerd weet de nieuwste films binnen no-time te vinden om vervolgens van een andere site de bijbehorende ondertiteling te plukken. Erg handig natuurlijk, maar een doorn in het oog van iedereen die niet heeft gespijbeld tijdens de lessen in Nederlandse grammatica. De ondertitelingen worden namelijk vertaald uit het Engels door dezelfde Internetfreaks die aan één stuk door games en films downloaden: de kwaliteit ervan is dus twijfelachtig. “This means,” wordt in veel gevallen vertaald als “dit betekend.” Voor degenen die het niet doorhebben, dit is dus niet correct! De stam+t regel lijkt compleet vergeten, ook in professionele teksten kun je dergelijke grammaticale fouten signaleren. Maar ik ga deze pagina niet besteden aan het ophalen van eventueel verloren gegane kennis van de Nederlandse taal. Het gaat erom dat veel tieners denken dat een voorzetselvoorwerp een enge ziekte is en dat de persoonsvorm aangeeft hoe dik of dun iemand is. Dat zinsontleding niet het sterkste punt is van de meeste Nederlanders wordt overigens mooi aangegeven door Hans Teeuwen, die in zijn show “Dat dan weer wel” spreekt van een “onwelvoeglijk voornaamzetsel.”

Internet blijkt een belangrijke factor te zijn als het gaat om taalontwikkeling. Als het tegenwoordig normaal is om het werkwoord “worden” te vervoegen als: ik wordt, het word, ik werdt, is het misschien een goed idee om van het jaarlijkse evenement “Het groot dictee der Nederlandse taal” een wekelijks evenement te maken.

Geef je reactie