Marjolein Knuit

Content & Writing

De overkant

juli3

“Je moet veel verder ingooien!” roept mijn vriendje als ik het haakje met een stukje brood eraan in het midden van de sloot laat zakken. “Die karpers zitten nooit zo dicht aan jouw kant, je moet aan de overkant gaan liggen met je aas!” Principieel doe ik net alsof ik hem niet hoor want van die logica kan ik geen chocola maken. Als die vissen altijd aan de overkant zitten, waar moet ik dan inwerpen als mijn vriend met zijn hengel aan diezelfde overkant gaat staan? Volgens zijn redering zitten er in een straal van minstens twee meter geen vissen in zijn buurt, maar volgens diezelfde redenering moet ik juist op die plek inwerpen. Of houdt zijn logica ook in dat die karpers in het geval van twee tegenover elkaar staande vissers in het midden van de sloot zwemmen? Ik kan er met mijn verstand niet bij.

Daarbij zijn de hersenen van karpers nog niet zodanig ver doorgeĆ«volueerd dat ze ook maar iets snappen van de argumentatie van mijn vriend: volgens mij krijgen ze nog geen instinctieve stroomstoot naar hun schubbenkop zodra ze de straal van twee meter willen binnenzwemmen. Of zouden ze met elkaar ook van die discussies hebben? Dat de ene karper naar de andere roept in het karpers: “Je zwemt aan de verkeerde kant man, je moet hier komen zwemmen aan deze kant! Niet naar de overkant, want daar heb je altijd van die extreem doorgeĆ«volueerde rechtoplopende guppen!” Of gaan karpers juist expres aan die kant zwemmen omdat ze weten dat wij ons aas aan de overkant gooien? Of zoeken ze inderdaad naar een compromis en zwemmen ze door het midden van de sloot? Of zijn ze gewoon zo kort van geheugen dat ze als ze langs mijn aas zwemmen denken “he, brood”, vervolgens een rondje zwemmen en en bij het weerzien van mijn korstje weer denken “he, brood”?

Met het instict van de vissen heeft de redenering van mijn vriend weinig te maken, met het menselijk instinct des te meer. De neiging van de mens om met de hengel altijd zo ver mogelijk aan de overkant te willen ingooien, is hetzelfde als de drang om altijd maar verder weg te willen. Vroeger was een dagje uit met klapstoeltjes en een puzzelboek in de berm langs de provinciaalse weg zitten; tegenwoordig ga je een dagje shoppen in Milaan. Ben je student en ga je tijdens of na je studie geen wereldreis maken? Watvoor student ben je dan?! Als Nederlander moet je minstens naar Thailand vliegen om te kunnen zeggen dat je wat beleefd hebt op vakantie; andersom moeten Thaise mensen overnachten in de door ons zo verfoeide bungalowtent op de Veluwe om thuis wat te vertellen te kunnen hebben. Het gras bij de buren is altijd groener. Maar tegenwoordig wonen de buren steeds verder weg. Aan de overkant van de sloot bijvoorbeeld.

Email will not be published

Website example

Your Comment: