Marjolein Knuit

‘Nee, ik ben gestopt’

Trends zijn wonderlijke verschijnselen: ze komen op, worden gesignaleerd, gevolgd en achtergelaten. Neem die verschrikkelijke bontlaarzen die ineens het straatbeeld bepalen: ik wist dat modetrends uit de geschiedenis zich herhalen, maar dat mode uit de ijstijd ook weer hip zouden worden had ik niet verwacht. Roken is ook zoiets: het roken zelf is niet meer ‘in’, evenmin als niet-roken, maar juist de ‘quitters’ zijn ineens hip. Ik zal het proberen uit te leggen.

Ik ben absoluut geen trendwatcher: ik merk altijd pas dat iets in is als het alweer uit is, zeg maar. Toch valt mij de laatste tijd op dat zich een nieuwe trend voltrekt in rokersland: het stoppen. Ineens laten rokers massaal hun peuken liggen en gaan over op een andere, minder ongezonde verslaving, snoepen of zo. Ten minste, in mijn omgeving dan. Maar dat maakt het verschijnsel niet minder interessant; waarom is het ineens cool om dat pakje Marlboro op te geven? Ik heb er de volgende theorie over:

Het is nooit hip geweest om niet te roken. Wel verstandiger, maar nooit hip. Rokers zijn aan de ene kant wel jaloers op de discipline van niet-rokers, maar voelen zich tegelijkertijd, laat ik het subtiel brengen, ietwat elitair ten opzichte van hen. Ondanks allerlei ideële reclamecampagnes op televisie en rookzuilen op stations is roken in het openbaar nog steeds niet iets waarvoor je je schaamt. Vanuit hun plekje naast de rokende rookzuilen op de perrons kijken rokers neer op iedereen die hen met de adem ingehouden passeert.

De niet-rokers zijn gewoon de losers. Ze staan er haast verloren bij wanneer hun rokende collega’s tijdens de koffiepauze buiten in elkaars gezelschap een sigaret opsteken. Ze zijn weliswaar slimmer, maar zijn zonder sigaret in hun hand weerbaarder lijkt het, minder onoverwinnelijk wil ik het haast noemen. Iemand met een sigaret heeft wat dat betreft dezelfde status als iemand met een pistool in z’n hand. Die straalt iets uit van; “niet met mij sollen, want ik heb een wapen.”

Mijn ervaring dat steeds meer rokers hun verslaving opgeven is geen negatief verschijnsel, integendeel. Maar ook het stoppen met roken heeft net als het roken zelf iets elitairs. Hoewel ze in principe op hetzelfde ‘niveau’ staan als de niet-rokers weigeren ze dit ronduit toe te geven. Iemand die vroeger gerookt heeft maar al een tijd geen sigaret meer heeft aangeraakt zal dit dan ook graag laten merken, omdat hij dan toch nog iets van zijn vroegere onoverwinnelijkheid als roker uitstraalt. Als je hem de vraag stelt: “rook je?” antwoordt hij: “nee,” en voegt daar snel aan toe; “ik ben gestopt.”

Want zonder die laatste toevoeging zou hij zich definitief degraderen tot niet-roker en dat betekent het afzweren van het laatste beetje ontzag dat hij als roker verworven heeft. Op deze manier zegt hij eigenlijk: “Ik ben gestopt, maar ik heb wel gerookt, dus ik ben wel degelijk cool.”  Dat signaleer ik ten minste. Maarja, ik ben geen trendwatcher. En gelukkig al helemaal geen roker!

Geef je reactie