Marjolein Knuit

Vakkenvuller

Een recensie van Practicum nieuwe media

Soms staan er van die cursusbeschrijvingen in de studiegids waarvan je geen chocola kunt maken of waarvan je graag zou willen weten hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Daarom doet Alalos elk blok verslag van de meest uiteenlopende, spannende, onnozele, goedgeorganiseerde, saaie en leerzame vakken die de faculteit Letteren biedt. Deze editie: een recensie van het Practicum nieuwe media.

Wat belooft het?
Practicum nieuwe media wordt de eerste drie blokken van het studiejaar gegeven aan studenten uit de opleidingen CIW en TFT en TCS-ers met de specialisatie mediastudies, cultuureducatie of aanverwante richtingen. Het practicum is verplicht voor iedereen die de master nieuwe media & digitale cultuur wil volgen. Alleen de studenten van wie het studiepad goed aansluit bij het practicum of die genoeg studiepunten hebben verdiend worden geplaatst.

Practicum nieuwe media belooft een welkome afwisseling te zijn met alle theorie die de Universiteit je doorgaans voorschotelt. Je houdt je intensief bezig met allerlei computerprogramma’s aan de hand van wekelijkse workshops, waarbij je leert te werken met Dreamweaver 4.0 (voor het bouwen van websites), Photoshop (voor het bewerken van afbeeldingen), Flash MX (voor het maken van bewegende animaties) en Premiere (digitale videomontage). Dit alles om het uiteindelijke eindproduct zo goed mogelijk te kunnen bouwen en presenteren.

Wat doet het?
Het practicum ziet er elk blok anders uit, omdat cursuscoördinator Selene Kolman en practicumdocente Indira Reynaert de taken afwisselen. In blok 1 gingen studenten in een groepje van ongeveer vier mensen bezig met het bedenken en uitwerken van een crossmediaal concept. Een wat? Een spel, programma, applicatie, live-event of kunstwerk dat via verschillende media overgebracht wordt. Dit kan iets commercieels of entertainends zijn (denk aan Big Brother) maar  het kan ook iets op artistiek of educatief gebied zijn. Dit wordt uitgewerkt in een website, die fungeert als pilot voor het gehele concept. Niet alles hoeft dus te werken, als het doel en de werking maar duidelijk zijn.

In mijn practicumgroep is er bijvoorbeeld een spelconcept ontwikkeld dat zich online èn in real life afspeelt. Twee ‘chicks’ zijn op jacht naar de ‘chicken’ (twee in kippenpak gehulde jongens) die je als kijker van het programma op de website of MTV via mms en sms de goede of juist verkeerde richting op kunt sturen. Mijn groepje is op een educatieve manier met de opdracht omgesprongen. Omdat veel kinderen dankzij het technische wonder dat MSN heet niet meer zien wat er fout is aan ‘egt’ of ‘trug’, vonden we het tijd om deze jongeren door een strakke website te confronteren met hun taal. Daar kunnen ze onder meer dictees oefenen, voorgelezen door niemand minder dan Ali B., waarmee ze zich kunnen kwalificeren voor een finaleplaats in de televisie-uitzending van Het Klein Dictee Der Nederlandse Taal. De hoofdprijs: een laptop met alles erop en eraan (behalve MSN).

Dit is zomaar een greep uit de mogelijkheden die de opdracht biedt. Maar het proces behelst meer dan alleen een leuk concept bedenken. Als je eenmaal een idee hebt dat alle projectleden aanspreekt, laat je een doelgroepanalyse en concurrentieanalyse los op je voorstel, waarna je jullie idee vormgeeft in een website. Deze wordt door twee andere teams getest op gebruiksvriendelijkheid, doelgroepgerichtheid en overzichtelijkheid. Vervolgens worden de kritiekpunten verbeterd en zo krijgt de website steeds meer vorm. Gedurende het proces wordt er drie keer gepresenteerd, waarvan de laatste keer plaatsvindt in een zogenaamde Elevator Pitch: in het bijzijn van de andere practicumgroep en een aantal bobo’s uit het bedrijfsleven presenteer jij je pilot ter beoordeling van de aanwezigen.

Hoe werkt dat?
Een ding is zeker: je bent inderdaad enorm praktisch bezig. Voor studenten die gewend zijn met hun neus in de boeken zitten is het dan ook wel een omslag om ineens in een projectgroepje zo intensief bezig te zijn met een project. De begeleiding hierbij is prima: tijdens de practicumuren (2 keer 3 uur per week) is er tijd om vragen te stellen en ook online wordt feedback gegeven. Het practicum heeft namelijk een eigen weblog waar alle opdrachten, deadlines en allerhande berichten op gepost worden. Daarnaast onderhoudt elk groepje een eigen weblog met de vorderingen in het project. Op die manier is het alleen wel verwarrend waar de opdrachten en deadlines te vinden zijn: er is ook een webct pagina waar belangrijke zaken over de cursus te vinden zijn. Daar staat bijvoorbeeld een boek dat voor de cursus aangeschaft moet worden en waar tijdens de cursus ook geregeld naar verwezen wordt, terwijl tijdens de cursus wordt gezegd dat het verre van verplicht is het boek te kopen.

Er moet goed zelfstandig gewerkt worden. Dat houdt in: regelmatig (online) afspreken met je groepje om de taken voor de projectmanagers, programmeurs, vormgevers, copywriters en multimediaspecialisten zo goed mogelijk te verdelen. Als je al ervaring hebt met de programma’s die in de cursus gebruikt worden zijn de workshops niet verplicht; altijd handig als je zo iemand in je groepje hebt zitten, want als niemand ooit een html-code heeft geschreven wordt de cursus nog intensiever. Niet alle workshops zijn overigens even waardevol: voor groentjes (zoals ik) zijn de basislessen in Photoshop en Dreamweaver erg leerzaam, maar tegelijkertijd te oppervlakkig om de programma’s volkomen onder de knie te krijgen. De kennis die je opdoet tijdens de “workshop” digitale videomontage is vergelijkbaar met de capaciteiten van je vader als hij aan het knippen en plakken is met zijn homevideo’s: in een half uurtje ga je in vogelvlucht langs de aan- en uitknop van de camera, zie je hoe je met Windows Movie Maker de zesde symfonie van Beethoven onder een filmpje kunt zetten en hoor je waar je een camera kunt reserveren.

Daarnaast houdt de cursus er een strakke planning op na waarmee docent en studenten snel mee in de knel kunnen komen: als er een keer een practicum uitvalt, moet de boel meteen worden verschoven met het risico dat er workshop vervalt. Dit kan de komende blokken overigens wel anders liggen: docente Indira Reynaert voorziet enkele aanpassingen in het programma wat betreft de planning, opdrachten en gastsprekers. Tijdens de eerste weken van de cursus is het nog een beetje aanmodderen met het bedenken van een concept en het experimenteren met de computerprogramma’s maar al snel moet er in een hogere versnelling gewerkt worden. Binnen een paar weken moet er een prototype van de website online staan en tegen de tijd dat de Elevator pitch zich aandient moeten de belangrijkste applicaties werken, de teksten kloppen, de intro’s vanzelf starten en de links niet doodlopen. Dit vergt een precieze planning, intensieve samenwerking en vooral een flinke dosis enthousiasme.

Wat vinden we ervan?
Practicum nieuwe media is een goed georganiseerde cursus, die je gedoseerd kennis laat maken met een praktische toepassing van nieuwe media. Je krijgt de kans om je kennis op ICT-gebied uit te breiden bij het opzetten van een website waar je je ziel in kunt stoppen. Verwacht echter niet dat je na negen weken practicum vloeiend html schrijft of alle mogelijkheden van Photoshop uit je hoofd kent: hoewel je tijdens de workshops intensief bezig bent met deze programma’s, concentreert iedereen zich tijdens het ontwikkelen van de website op het gebied dat hem het beste ligt. Zo koos ik voor de functie van copywriter omdat ik na twee jaar meewerken aan de Alalos vond dat ik mijn strepen op het gebied van schrijven wel had verdiend. Het werken in deze projectgroepjes betekent echter ook dat je relatief weinig contact hebt met je overige klasgenoten. Het grootste pluspunt van de cursus is dat je voor de verandering het gevoel hebt dat je inspanningen niet voor niets zijn: ze worden tentoongesteld in een website die door niet onbelangrijke figuren wordt beoordeeld op bruikbaarheid in de praktijk. En als ze je concept zien zitten kun je er nog een aardig zakcentje aan verdienen ook!

Geef je reactie