Marjolein Knuit

Geen opleiding tot regisseur

Als je goed was in kiezen, was je waarschijnlijk geen TCS gaan studeren. Maar na het feest van het eerste jaar moet er dan toch echt gekozen worden, en wel uit maar liefst vijftien hoofdrichtingen. In de rubriek “hoofdrichtingwijzer” vertellen in elke Alalos TCS-studenten over hun hoofdrichting. Waarom hebben ze voor deze specialisatie gekozen, wat vinden ze er leuk aan (en wat niet) en wat voor toekomst zien ze met deze hoofdrichting voor zichzelf weggelegd?

Robert van Halteren: derdejaars TCS-student met hoofdrichting Film- en televisiegeschiedenis.

De breed geïnteresseerde Robert kwam uit bij Film- en televisiegeschiedenis omdat deze hoofdrichting volgens hem het minst “stoffig” is. “Het was mijn eerste keuze, hoewel ik mediastudies en communicatiewetenschappen ook erg interessant vond. Ik vul mijn pakket gewoon aan met vakken uit deze twee richtingen.” Voor deze hoofdrichting is een voorliefde voor film een absolute vereiste, en die koestert Robert in overvloed. Hij volgt vakken als Theorie en analyse van film en tv, Repertoire van film, tv en nieuwe media, Amerika gaat naar de film, Medialandschap en Europese film. Kortom,”veel films kijken en daar dan ook over schrijven,” iets wat Robert met plezier doet. Het zou van hem alleen wel wat minder theoretisch mogen: “natuurlijk is dat nu eenmaal zo op een universiteit,  maar ik denk dat het merendeel van de studenten zelf films zouden willen regisseren of maken. Kennis komt echt niet alleen uit boeken.” Om juist het praktische element in zijn opleiding te integreren, zou Robert graag stage willen lopen bij een productiemaatschappij, maar over het waar en wanneer is hij nog niet uit. Ook een tijdje in het buitenland studeren staat nog op het verlanglijstje van Robert. “Ik heb al eerder een jaar in Amerika doorgebracht en dat is me enorm goed bevallen.”  Voor zijn studie neemt Robert ruim de tijd. Hij heeft al een propedeuse Commerciële economie op zak en ziet wel waar het schip strandt. Hij ligt dan ook “een klein beetje achter” maar zou dit jaar zijn Bachelor kunnen halen. Misschien ligt dit aan de hoeveelheid energie die hij in zijn studie stopt: “ik denk dat ik minder tijd aan zelfstudie besteed dan de gemiddelde student. Ik schat dat ik zo rond de 10 en 15 uur bezig ben.” Robert is geen ‘bureaustudent’ want zijn studie speelt zich voornamelijk af in zijn hoofd: “als ik weer eens in de trein zit en hard aan het nadenken ben over hoe ik mijn volgende opdracht aan zal pakken bijvoorbeeld.” Aan keuzemogelijkheden in ieder geval geen gebrek, bij Film- en televisiegeschiedenis. De theoretische inslag van de hoofdrichting valt echter in minder goede aarde bij Robert. “We worden doodgegooid met theorieën en onderzoek terwijl ik bijvoorbeeld graag ook wel eens zelf met film of televisie aan de slag zou willen. Ik denk dat het best mogelijk is een goede combinatie tussen theorie en praktijk te creëren.” Voorlopig zal Robert zijn praktische kennis elders moeten vergaren, en dat zouden sommigen docenten ook eens moeten doen, merkt hij op. “Ze weten prachtig te vertellen over verschillende nieuwe media en de daarachter schuilgaande technieken, ermee om kunnen gaan is echter vaak een heel ander verhaal. Het afspelen van een kort filmpje lijkt soms al te moeilijk.” Film- en televisiegeschiedenis biedt dus geen kant-en-klare opleiding tot regisseur, al liggen daar wel Roberts ambities, en dan het liefst in het buitenland. “Maar misschien  ben ik daar wel wat te Nederlands voor. Nogal nuchter en misschien een beetje te realistisch.”

Geef je reactie