Marjolein Knuit

Op schoolreisje naar Florence

Twee studenten over hun hoofdrichting

Als je goed was in kiezen, was je waarschijnlijk geen TCS gaan studeren. Maar na het feest van het eerste jaar moet er dan toch echt gekozen worden, en wel uit maar liefst veertien hoofdrichtingen. In de nieuwe rubriek “hoofdrichtingwijzer” vertellen in elke Alalos twee TCS-studenten over hun hoofdrichting. Waarom hebben ze voor deze specialisatie gekozen, wat vinden ze er leuk aan (en wat niet) en wat voor toekomst zien ze met deze hoofdrichting voor zichzelf weggelegd?

Iris Meindertsma: derdejaars TCS-studente met hoofdrichting Kunst- en cultuurgeschieden 1450-1800.

Voor Iris was de keus voor de hoofdrichting Kunst- en cultuurgeschiedenis 1450-1800 geen vanzelfsprekende keuze: ze had haar hart eigenlijk verpand aan moderne kunst en ook de televisiewetenschap sprak haar erg aan. “Eerst dacht ik Kunst- en cultuurgeschiedenis 1800-heden te gaan doen, omdat ik dacht dat mijn grootste interesse lag bij moderne kunst. Alleen kwam ik er toen achter door de cursus ‘meesterwerken’ te doen dat moderne kunst toch niet helemaal mijn ding was. Toevallig had ik begin dat jaar de cursus Kernproblemen 1400-1600 gedaan. Ik ging dat eens vergelijken, en daar was ik veel enthousiaster over!” Daarnaast heeft ze haar interesse voor media alsnog kunnen verzilveren in de minor Televisiewetenschappen die ze inmiddels al op zak heeft. Twijfels heeft ze soms nog wel: “soms denk ik dat als ik de minor Kunstbeleid en management had gedaan, meer mogelijkheden voor de toekomst had gehad. Maar ik heb daar niet voor gekozen omdat het zakelijke gedeelte van kunst me toch niet zo aanspreekt.” Juist om zich op kunsthistorisch gebied te ontplooien gaat ze volgend blok een maand naar Florence om daar vanuit de cursus Werkgroep Florence onderzoek te doen. Ook bij de cursus De renaissance zat zo’n leuk schoolreisje inbegrepen: op vrijwillige basis konden studenten zich opgeven voor een weekendje Rome. Leuke uitstapjes genoeg dus bij Iris’ hoofdrichting, maar wat betreft het aantal college-uren is Kunst – en cultuurgeschiedenis 1450-1800 niet zo druk: “deze periode is het echt te erg voor woorden: ik heb alleen college op vrijdag wat samen 4 uur maakt. Maar daardoor moet ik wel veel zelfstandig studeren. Het is wisselend hoeveel uur ik per week moet studeren, maar gemiddeld schat ik zo’n 15 uur per week.” Die zelfstudie gaat Iris goed af, want ze heeft al haar vakken altijd in een keer gehaald en loopt nu dus heel goed op schema. De laatste zes maanden van dit studiejaar heeft ze vrij gepland voor een stage, maar waar ze die gaat lopen weet ze nog niet precies. “Ik ben op dit moment op zoek naar een stage. Ik ben laatst voor de eerste keer op sollicitatiegesprek geweest bij de Filmfoyer te Tilburg, maar ik weet nog niet helemaal of dat iets voor me is. Ik ga denk ik liever de richting van beeldende kunst op. Op het moment ben ik bezig met het Vermeer Centrum Delft. Daar gaat nog wel een gesprek van komen.” De master die ze na afronding van haar Bachelor wil volgen is Beeldende kunst tot 1800, omdat de master Kunstgeschiedenis: educatie en communicatie alleen toegankelijk is voor kunstgeschiedenisstudenten. Of ze in die discipline later ook haar brood wil gaan verdienen weet ze nog niet: “ik vraag mezelf vaak af wat ik nou eigenlijk wil worden, maar vind het altijd zo vaag wat je uiteindelijk wordt met een universitaire diploma op zak. Vaak ga je heel iets anders doen dan waar je voor gestudeerd hebt, vooral omdat er weinig werk is in de (populaire) culturele sector. Onderzoeker zou ik niet willen worden, misschien iets in musea, tentoonstellingen organiseren lijkt me wel iets.”

Geef je reactie