Marjolein Knuit

Mediëvistiek is niet stoffig!

Als je goed was in kiezen, was je waarschijnlijk geen TCS gaan studeren. Maar na het feest van het eerste jaar moet er dan toch echt gekozen worden, en wel uit maar liefst veertien hoofdrichtingen waar volgend jaar de hoofdrichting Religie en cultuur aan toe wordt gevoegd.  In de nieuwe rubriek “hoofdrichtingwijzer” vertellen in elke Alalos TCS-studenten over hun hoofdrichting. Waarom hebben ze voor deze specialisatie gekozen, wat vinden ze er leuk aan (en wat niet) en wat voor toekomst zien ze met deze hoofdrichting voor zichzelf weggelegd?

Iris Savelkouls: derdejaars TCS-studente met de hoofdrichting Mediëvistiek.

Ze leest uit Koning Arthur voor studiepunten en draait haar hand niet om voor een stukje gregoriaans zingen: Iris volgt met veel plezier de hoofdrichting Mediëvistiek. Hoe kom je erbij om drie jaar lang de Middeleeuwen te gaan bestuderen? “Op de middelbare school hield ik erg van klassieke talen en aanvankelijk wilde ik die gaan studeren. Maar ik merkte op een gegeven moment dat ik de Middeleeuwen eigenlijk veel leuker vond dan de Klassieke Oudheid. Maar precies omschrijven wat me zo boeit aan de Middeleeuwen kan ik niet.” Iris vindt het in elk geval boeiend genoeg om van de Middeleeuwen haar hoofdrichting te maken, al was dat geen makkelijke keuze. “Vooral omdat ik sterk het gevoel had dat het nergens goed voor was wat ik deed: hielp ik de wereld hier nu wel mee?” Na het volgen van cursussen als Utopie, Middeleeuws Latijn en Literair erfgoed nam haar passie voor de Middeleeuwen alleen maar toe, maar een duidelijk beeld van de toekomst bleef uit. Misschien dat ze uiteindelijk in de journalistiek terecht komt: “Ik heb wel gemerkt dat ik het erg leuk vond om artikelen te schrijven en redactiewerk te doen.” Deze passie geeft ze op dit moment vorm in de minor journalistiek aan de Hogeschool Utrecht.“is het nou echt zo stoffig om gregoriaans te zingen tijdens een college Middeleeuwse Cultuur?” Een heel verschil moet dat zijn, tussen de steriele gangen van de Uithof en de eeuwenoude muffe trappenhuizen in de binnenstad. Maar Iris vindt haar hoofdrichting helemaal niet zo stoffig: “tja, als je het stoffig vindt om je met oude manuscripten bezig te houden of met de architectuur van oude klooster- en kerkgebouwen, dan wel. Maar is het nou echt zo stoffig om gregoriaans te zingen tijdens een college Middeleeuwse Cultuur, het Utrechts Psalter te mogen zien of een Arthur-verhaal te lezen?”  Stoffig zou Iris Mediëvistiek dus niet noemen, eerder rommelig. Ze heeft het idee dat het TCS-systeem haar opleiding een fragmentarisch karakter geeft. “Ik heb nu, na het doen van een aantal vakken, sterk het gevoel dat ik hapsnap, allerlei kleine stukjes informatie over van alles en nog wat, gekregen heb, zonder dat ik echt al een duidelijk plaatje van de Middeleeuwen heb ontwikkeld.” Een pluspunt vindt ze het intieme karakter van de colleges: “de kleine groepen en de gezellige sfeer onder de colleges: mensen die meedoen hebben ook echt een passie voor de onderwerpen.”  Iris weet nog niet hoe zij haar passie voor de Middeleeuwen in de toekomst gaat vormgeven. Eerst moet ze zich nog oriënteren op een stage en een master. “Momenteel ben ik aan het solliciteren bij onder meer het Pieter Meertens Instituut en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.” Misschien dat ze zich in haar master wil specialiseren in religiewetenschap, maar daar is Iris nog niet uit.  Voorlopig zal ze dus nog regelmatig te vinden zijn bij de studievereniging van Mediëvistiek, de Firapeel. Hoewel ze soms twijfelt aan haar studie, maakt een bezoek met de Firapeel aan het Catharijne Convent of een lezing over Robin Hood een hoop goed.

Geef je reactie