Marjolein Knuit

Lang leve de luiheid

boeiuhRob Wijnberg over de jongerengeneratie van nu

“Jongeren zappen, chatten en blowen zich suf”, begint het boekje Boeiuh! van Rob Wijnberg, gevolgd door de ene rake typering van de jeugd na de andere. En Rob kan het weten, want hij is zelf 25. In dit pamflet over zijn eigen generatie verklaart hij aan de hand van de woorden boeiuh, chilluh en pimpuh waarom de jeugd is zoals ze is, ervaren vanuit zijn persoonlijke perspectief. Het resultaat is een eerlijke, scherpe, soms verontrustende maar nergens veroordelende schets van een passieve en hedonistische generatie, die misschien wel onze redding is.

Over jongerencultuur heeft iedereen wel een mening. Dat is een verschijnsel van alle tijden. Maar de huidige jongerengeneratie gaat, in tegenstelling tot eerdere generaties, gebukt onder iets nieuws: een overvloed aan prikkels, afkomstig van talloze actualiteitenprogramma’s, opiniepeilingen, infotainment, games, I-pods en reality-tv. Deze informatie-overload is volgens Wijnberg de oorzaak van de passivititeit en apathie ten opzichte van de samenleving die de jeugd van tegenwoordig zo kenmerkt.

Apathie uit zelfbescherming
Boeiuh, chilluh en pimpuh vormen de natuurlijke reactie van jongeren op deze voortdurende stroom van informatie, legt Wijnberg uit. “Het is apathie uit zelfbescherming: houvast zoeken in anti-engagement, via lounge, joint of spelcomputer om niet overspoeld te worden door een golf van wereldproblematiek”. Dat de jongerengeneratie van nu wars is van idealen en betrokkenheid is misschien wel helemaal niet zo erg, vindt Wijnberg.

Het wèl hebben van dromen en idealen heeft immers geleid tot oorlog en machtsstrijd en daar willen jongeren zich van distantiëren, zegt Wijnberg. “Haar instelling [van de jeugd] zou wel eens de bevrijding kunnen betekenen van de toenemende mediadruk, het zorgwekkende extremisme sinds september 2001 en het vruchteloze idealisme waarmee de oudere generaties er tegen ten strijde trekken”.

Dat Wijnberg hierbij voortdurend generaliserend spreekt van ‘de jongeren’ als één groep waarvan alle neuzen dezelfde kant op staan, wordt hem door critici stevig aangerekend. Behalve dat Wijnberg hiervoor de lezer aan het begin van zijn boek al waarschuwt, heeft hij zich op zijn website ook verdedigd tegen deze kritiek. “Het enige dat ons bindt, is een gebrek aan verbanden,” en “jongeren van nu willen liever allemaal ‘zichzelf’ zijn: in die zin lijken we erg veel op elkaar.” Een scherpe constatering, al zal de mate waarin dit zo is sterk afhankelijk zijn van de leefomgeving waarin jongeren verkeren.

Oppervlakkige interesses
Er is echter wel andere kritiek in te brengen tegen het pamflet van Wijnberg. Hij zet zijn beweringen en visies kracht bij met voorbeelden uit de realiteit, zoals televisieprogramma’s, technologische ontwikkelingen en gebeurtenissen uit de politiek. Dat maakt het concreter, maar wanneer hij enkele pagina’s uitweidt over het handelen van Ayaan Hirsi Ali lijkt hij de essentie van zijn verhaal enigszins uit het oog te verliezen. En wie zegt dat jongeren niets moeten hebben van figuren als Geert Wilders? Op jongerenblog GeenStijl heeft Wilders met zijn columns al behoorlijk wat aanhangers verzameld.

Het Veronica-programma Temptation Island wordt in Boeiuh! regelmatig aangehaald om het verschil tussen vertrouwen en wantrouwen te illustreren. Een tekenend voorbeeld van de leegheid van het huidige medialandschap waar weinig intellect bij komt kijken en waaraan jongeren zich maar al te graag blootstellen. Dezelfde typering laat hij vervolgens echter ook los op het actualiteitenprogramma De wereld draait door, als voorbeeld van de laagdrempelige en oppervlakkige interesses van zijn generatie. Jongeren die naar dit programma met interessante gesprekken, satire en muziek kijken, tonen volgens mij juist wel een zekere interesse in en betrokkenheid met wat er om hen heen gebeurt.

Bewustwording
Toch heeft Wijnberg zijn boodschap verpakt in een goed en gestructureerd verhaal over de bezigheden binnen zijn vriendengroep die bestaan uit zoveel als tv-kijken, blowen, gamen en uitgaan. Zijn vlotte pen maakt het goed leesbaar maar dat neemt niet weg dat Wijnberg er een aantal zeer filosofische inzichten in heeft verwerkt. Boeiuh! is eigenlijk meer dan een generatieschets, het is een toekomstvisie die de rehabilitatie van de Romantiek in het vooruitzicht stelt.

Voor het zover is heeft Wijnberg echter nog een hoop werk voor de boeg. Zijn verhaal is typerend, scherp en coherent, maar er is een verschil tussen hem en de generatie waar hij over schrijft. Wijnberg is zich namelijk bewust van de lakse houding van jongeren en weet deze te verklaren. Jongeren zelf denken hier niet zo over na. “Ze weten niet beter”, schrijft hij een paar keer. Daarom is het nodig een zekere bewustwording hiervan onder jongeren te bewerkstelligen. Wijnberg heeft daar met zijn boek, lezingen voor jongeren en website waarop hij regelmatig relevante berichten schrijft, in elk geval een zeer belangrijke eerste stap voor gezet.

Geef je reactie