Marjolein Knuit

Meer media, minder aandacht

Een béétje mediagebruiker heeft behalve een Hyve (want Hyves is zo 2007) ook een account op Facebook, Twitter, Second life en Linkedin. Natuurlijk moeten er elke dag interessante weblogs worden gecheckt en de nodige podcasts worden gedownload. Voor het lezen van een krant heb je tegenwoordig ook internet nodig (voor de crossmediale en/of user generated content!) en ondertussen staat de mobiele telefoon geen seconde uit. ‘Waar pak je je rust?’ vraagt ook de NS zich af. De schrijvers van ‘Me the media’ wijzen ons op de paradoxale tragiek van de gemedialiseerde samenleving.

De toegankelijkheid van media wordt zo extreem dat je er bijna niet meer aan kunt ontkomen. Voor je het weet ben je zo druk met het invullen van je bezigheden (Twitter: ‘what are you doing?’ of Hyves: ‘what’s on my mind?”) op alle social networksites waar je lid van bent dat je nauwelijks nog daadwerkelijk aan die bezigheden toekomt. Het syndroom van de ‘continuous partial attention’ noemen de schrijvers van ‘Me the media’ dat, waardoor we steeds minder rustmomenten kennen in onze drukke levens.
‘Mediamassa’
In plaats van massamedia spreken Jaap Bloem, Menno van Doorn en Sander Duivestein liever van ‘mediamassa’: een informatie-overload waar niemand met een computer, internet of een mobiele telefoon zich aan kan onttrekken. Het individu is in het tijdperk van web 2.0 de baas op internet.  De ongekende mogelijkheden die dit biedt maakt ons tegelijk afhankelijk: zodra je een mobiele telefoon aanschaft, verplicht je jezelf bereikbaar te zijn, ook op momenten dat je dat eigenlijk niet wilt.

Echte, onverdeelde aandacht is nauwelijks nog mogelijk, tenzij internet, telefoon en televisie in een klap uitvallen (wat met het totaalpakket van KPN goed mogelijk is). Dat klinkt heel apocalyptisch, maar het gaat mij slechts om het besef dat er een wereld is buiten Youtube, vriendennetwerken en discussiefora die ook continu om aandacht vraagt. (Pardon, ik geloof dat ik mijn hamster even moet voeren.)

Als je voortdurend je virtuele gezicht laat zien op al deze digitale kanalen, stel je je niet alleen afhankelijk op, maar wek je ook verwachtingen bij anderen en dring je willens en wetens je privacy terug naar het nulpunt. Hoewel, willens en wetens? Veel jongere internetters lijken zich niet te realiseren dat ieder forumberichtje, elke krabbel op hyves (‘ik was egt dronken gister, superlauw feest sgatje!’) naar hen te herleiden is.

Altijd en overal online
“Succes is afhankelijk geworden van informatie”, aldus Menno van Doorn. Als je bijvoorbeeld niet te vinden bent op Hyves, ben je al snel niet meer zo interessant. Hoewel steeds meer mensen ontdekken dat ze hun Hyve ook onzichtbaar kunnen maken voor niet-vrienden (niet geheel onverstandig voor sommigen), is het de norm om altijd en overal online te zijn. Met een onzichtbare Hyve ondermijn je echter wel de gedachte achter Hyves: gluren én begluurd worden (daarom heb ik ook geen Hyve; ik gluur liever dan dat ik begluurd word).

De interactieve mogelijkheden van nieuwe (sociale) media bieden tal van mogelijkheden (op commercieel, educatief, sociaal en economisch gebied) maar vergen wel de juiste keuzes. Het moeten verdelen van aandacht was al onvermijdelijk voordat het woord ‘multitasking’ werd uitgevonden: de kunst is om kwaliteit niet ten koste van kwantiteit van deze aandacht te laten gaan. En als ik moet kiezen dus een schreeuwerige hyve met knalroze letters op een bloemetjesachtergrond of mijn eigen, vertrouwde website, kies ik voor dat laatste.

Geef je reactie