Marjolein Knuit

Een opgeruimd hoofd is het halve werk

Want als je gestrest bent, doe je iets verkeerd

Als ik merk dat ik zelfs geen tijd meer heb om mijn favoriete celebrity-, gossip-, plastic surgery gone wrong- en photoshopdisasters-weblogs te bekijken, weet ik dat ik het te druk heb.’s Avonds blijft de computer bij voorkeur uit want de stroomleverancier op mijn werk verdient al genoeg aan me. Mijn bureau is bezaaid met post-its en todo-lijsten en mijn Outlook-agenda puilt uit met afspraken: is dit waar ik vier jaar voor heb gestudeerd?

Ja, alleen hadden ze me op de universiteit ook wel een cursusje office management mogen geven. Na vier jaar de theorieën van dooie filosofen (Adorno heeft gelijk! Nee, Foucault! ) te hebben toegepast op mobiele telefonie, gaming en internet kom ik tot de conclusie dat het in de wereld van media vooral belangrijk is je te onderscheiden door daadkracht, en niet door essays die toch niemand leest. Daar heb je discipline voor nodig, en een opgeruimd hoofd. Dat hadden ze er wel even bij mogen zeggen.

Been there, done that
Het lijkt wel besmettelijk: iedereen, van de caissières bij de Aldi tot de succesvolste accountmanagers, management consultants en delivery managers – wat die ook mogen doen – heeft het druk. Dat is ook het eerste dat ze antwoorden als je vraagt hoe het met ze gaat: ‘druk’. En ik doe er ook aan mee.

Natuurlijk betekent druk voor ‘firsttimers’ als ik iets anders dan voor geroutineerde negen-tot-vijf’ers. Ik moet me nog bewijzen, de bedrijfscultuur doorgronden (wie zit bij wie in de kantine, wie zijn de verstokte rokers en wie moet je echt niet storen als de deur dicht is?) en vooral nee leren zeggen. Daarnaast is het moeilijk om mee te doen in een werkomgeving met mensen die ‘been there, done that’ op hun voorhoofd hebben staan.

Nog zo’n illusie: denken dat er een wereld voor je opengaat als je bent afgestudeerd en in de media aan de slag gaat. In plaats van dat je nu pas echt gaat beleven waar het allemaal gebeurt en waar alle innovatieve crossmediale concepten vandaan komen zit je in een kantoor met managers die het zelfs te druk hebben om hun mailbox van 2,46 gigabyte op te schonen. Tot zover het creatieve gedeelte van de media.

To do: te veel

En als je dan eindelijk een dagje vrij bent heb je nog het gevoel 1001 dingen te moeten doen om deze dag vooral maar de moeite waard te maken. Dat dit stukje nu op mijn website staat is bijvoorbeeld enkel en alleen te danken aan het feit dat ik dit op mijn todo-list voor mijn vrije dag had gezet. Pas als je werkt, kun je ‘vrij zijn’ op waarde schatten. Wat eigenlijk raar is, want dat impliceert dus dat werk meer een verplichting is, redeneert Rob Wijnberg in zijn artikel “Langer doorwerken? Tja, we zijn liever ‘vrij'” (nrc.next, 18 februari).

Arbeid, zegt Wijnberg, werd al door de Oude Grieken als het tegengestelde van vrijheid beschouwd. Aristoteles vond geestelijke voldoening en een betaalde baan zelfs ‘structureel onverenigbaar’. Tegenwoordig staat werk ons vooral tegen omdat het geassocieerd wordt met herhaling, routine, verplichting en omdat het ‘ambachtelijke’ er van af is. Wijnberg citeert de Franse filosoof Alain de Botton: “het is veelzeggend dat volwassenen in kinderboeken zelden verkoopleider of installatiedeskundige zijn, maar altijd bouwers, koks of boeren – mensen met werk dat zonder meer in verband kan worden gebracht met een zichtbare verbetering van het bestaan.” Maar dat wil niet zeggen dat niet-ambachtelijk werk, zoals – ik noem maar iets – multimediaredacteur bij een Publieke Omroep, niet waardevol is: iedere baan draagt bij aan een bepaalde structuur, en als het goed is ook aan persoonlijke ontwikkeling en voldoening.

Opgeruimd staat…ergens
Maar als je niet wilt verdrinken in een zee van plannen, e-mail en taken moet je het wel goed aanpakken. Niet is onrustiger dan met een taak bezig zijn terwijl de andere dingen die je nog moet doen voortdurend door je hoofd spoken. Volgens managementgoeroe David Allen’s ‘Getting things done’-theorie zou ik daarom tig brievenbakjes, outlookmappen, stapels post-it’s en het liefst een secretaresse aan moeten schaffen: in ieder geval een manier om gedachten op een plek te parkeren waar ik ze pas weer tegenkom als ik ze daadwerkelijk nodig heb.

Goed idee, zo’n opgeruimde werkplek en een opgeruimd hoofd. Ik zal er eens over nadenken als ik er tijd voor heb. Nu nog een opgeruimd huis. Zou David Allen het goed vinden als ik een Pool in dienst nam om de wc, de badkamer, de keuken en andere ‘things done’ te krijgen?

door Marjolein Knuit

Geef je reactie