Marjolein Knuit

Schrijven is je onderscheiden

Vroeger, toen je het onderwerp voor je jaarlijkse spreekbeurt op de basisschool nog uit zo’n informatieboekje uit de bibliotheek haalde en niet van Google, moest je als kind je werkstuk of spreekbeurt van a tot z uitschrijven. Je kon wel smokkelen door de teksten uit die boekjes letterlijk over te nemen, maar het leukst was toch de reactie van de meester als hij zei dat hij de stukjes die je zelf geschreven had het leukste vond om te lezen. Je was warempel ergens goed in!

Een paar jaar later ging je bij de schoolkrant van je middelbare school – je moest ergens beginnen – en schreef stukjes voor andere obscure blaadjes. Verslagen, recensies en andere teksten poepte je er achter elkaar uit, terwijl de rest van de klas zat te persen om er ook maar een alinea uit te krijgen. Ondertussen verbeterde je je vrienden waar het maar kon (‘neehee, het is groter dan, niet groter als!’) en opeens wist je het: ik word journalist.

Vol goede moed meldde je je aan bij de School voor Journalistiek, maar er waren meer mensen op dat idee gekomen. Je moest nota bene zelfs een selectietoets maken om überhaupt toegelaten te worden! Tussen al die andere aspirant-journalisten met een grote mond en een scherpe pen voelde je je opeens niet meer zo bijzonder. Daar wist bijna iedereen het verschil tussen ‘hen’ en ‘hun’ en hoefde je niemand te vertellen hoe ze een aardig stukje moesten schrijven.

Eenmaal afgestudeerd bemachtig je je eerste baan, op een echte redactie. Daar kijkt al helemaal niemand meer op van het feit dat jij weet hoe je een zin grammaticaal op moet bouwen, zonder d- en t-fouten. Daar kan iedereen een leuke kop bedenken of met een originele invalshoek op de proppen komen. Je gaat op in de menigte van goedschrijvende en sneldenkende redacteuren, je collega’s hebben het talent waarvan jij dacht dat het jou zo uniek maakte.

Best confronterend, de buitenwereld, als je het liefste wilde dat jij de beste schrijver van het Nederlandstalige deel van de wereld was. Dat was het voor mij in elk geval wel. Niet dat ik aspiraties heb om de volgende Nobelprijs voor de literatuur te winnen, maar toch. Concurrentie is niet altijd leuk, maar wel leerzaam. Plagiaat plegen mag niet, maar afkijken wel! Het enige dat je verder nog kunt doen is geloven in jezelf en je uniciteit: want iedereen kan schrijven, maar niet iedereen kan zich onderscheiden.

Geef je reactie