Marjolein Knuit

De voetbalpoule

Meedoen aan een voetbalpoule is net als de barbecue aansteken en ramen zemen (afgaande op de glazenwassers die ik in mijn leven ben tegengekomen) echt iets voor mannen. Normaal  interesseert het aanvallende spel van Urugay ze geen bal, maar tijdens het WK Voetbal zijn alle mannen ineens getransformeerd in volleerde voetbalcommentatoren, kijken ze alle sportjournaals en zeggen ze dingen als: “Dus jij denkt dat Chili met 2-1 wint van Honduras? Echt niet jongen, Honduras wordt de ontdekking van dit WK!”

Terwijl je helemaal geen tweede Frank Snoeks hoeft te zijn om als winnaar van de voetbalpoule uit de bus te komen. Iedereen kan wel een rijtje getallen invullen. Kansberekening en voetbalkennis heb je daar in elk geval niet bij nodig, hooguit een dosis gezond verstand om in te kunnen schatten dat Duitsland waarschijnlijk wel van Australië zal winnen. En gelukkig krijg je in een voetbalpoule al punten als je goed hebt gegokt wie er gaat winnen of verliezen, verder is het raden van de exacte uitkomst vooral nattevingerwerk.

Tijdens dit WK ben ik erachter gekomen dat ik best wel goed ben in zulk nattevingerwerk. In de bedrijfspoule sta ik namelijk bijna bovenaan. Vanuit bovenstaande argumentatie is het een beetje hypocriet om daar trots op te zijn, maar een beetje stoer vind ik het wel, om als een van de weinige vrouwelijke deelnemers van de poule zo hoog te staan. Al was het alleen al om de mannen te ergeren die lang en hard hebben nagedacht over welke landen ze tegenover elkaar zouden zetten in de finale. Komt er ineens zo’n meid zonder verstand van voetbal (dat is wel een beetje waar, want ik dacht dat ‘Chi’ stond voor China, maar dat land blijkt niet eens mee te doen) die niet gehinderd door enige vorm van kennis invult dat Portugal het WK gaat winnen (wat iedereen afdoet als heel onwaarschijnlijk, dus daar ben ik dan wel weer een beetje bang voor) en daar nog punten mee scoort ook.

Het lijkt eigenlijk wel een beetje op de manier waarop ik poker speel. Zelfs met een paar van tweeën in mijn hand ga ik mee tot de laatste kaart op tafel ligt en laat ik me niet afleiden door de gedachte wat mijn 3 tegenspelers voor kaarten in hun hand zouden kunnen hebben.  Terwijl zij uitgebreid hun kansen afwegen en peinzend met hun fiches spelen, raise ik met een brede glimlach de inzet nog eens even. Geen kip die dan mee durft te gaan. De uitkomst van zo’n avond is dan meestal dat ik mijn tegenspelers een voor een van tafel veeg en alle fiches voor mijn neus kan opstapelen. Het zou leuk zijn als het met de voetbalpoule net zo zal gaan: dat ik ondanks (of juist dankzij) mijn onwetendheid de meeste punten scoor, tot ergernis van de deelnemende mannen. Maar als er een ding is wat ik van voetbal heb geleerd, is het dat je niet te vroeg moet juichen. Zoals Frank Snoeks zou zeggen: “er kan nog van alles gebeuren”.

Geef je reactie