Marjolein Knuit

Iedereen houdt van mensen die van reizen houden

Ik ben niet zo goed in conversation starters, maar als iemand mij bij wijze van voorstelrondje vraagt waar ik van hou, weet ik het wel: ik hou van taal. Maar het vervelende is dat dat zo truttig klinkt. Het klinkt als saaie pieten met alle edities van de Van Dale in de kast die anderen de hele tijd verbeteren (nee, het is ‘beter dan’, niet ‘beter als!’) of die hun taalfrustraties uiten op websites als www.meldpunttaal.nl. Terwijl ik het gewoon interessant vind hoe je met een komma de betekenis van een hele zin kunt veranderen en wat de juiste manier is om het werkwoord ‘updaten’ te vervoegen. Oké, en dat ik elk jaar met een schrijfblok op schoot en een pen in de aanslag voor de tv zit voor het Groot dictee der Nederlandse taal zeg ik er voor het gemak maar even niet bij.

Maar tegen die tijd is je kersverse gesprekspartner al lang afgehaakt. Bovendien is taal van iedereen en dus geen exclusief terrein van de taalliefhebber, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de golden retrieverliefhebber of de computernerd. Terwijl ik wel degelijk meer van taal weet dan de gemiddelde golden retrieverliefhebber. Ik zou er bij wijze van spreken zelfs een boek over kunnen schrijven en dat dan ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ noemen.

Wat het daarentegen altijd goed doet in een kennismakingsgesprek, is zeggen dat je van reizen houdt. Niet iedereen houdt van reizen, maar iedereen houdt van mensen die van reizen houden. Reizen, dat klinkt als met een backpack op je rug exotische gerechten uitproberen aan de kant van de weg bij locals in Peru. Terwijl het eigenlijke reizen bestaat uit 14 uur in een krappe vliegtuigstoel zitten. Maar het levert wel leuke verhalen op, waarmee mensen die van reizen houden zich graag populair maken op feestjes en borrels. Liever nog dan met mensen die niet van reizen houden, praten mensen die van reizen houden met andere mensen die van reizen houden. Dan kan het gebeuren dat je zinnen opvangt als ‘oja Gambia, daar heb ik goede verhalen over gehoord’ of ‘Ga je naar Nepal? Dan moet je echt…’. Leuk als je daarnaast staat met een colaatje in je hand, als je verste vakantie naar een viersterrenhotel op Rhodos was. Wat je dan kunt doen als mens die niet van reizen houdt, is je stilletjes van het gesprek tussen de mensen die van reizen houden afwenden, of je er volop in mengen met een gezonde dosis cynisme. Dat wordt meestal niet zo gewaardeerd, maar je kunt er wel leuke columns over schrijven.

Zo was ik een keer in gesprek met 2 avontuurlijke types die tijdens hun vakanties het liefst gaan olifantjerijden in India of van watervallen afspringen in Mexico. Uit de oneindige diepten van hun verhalendatabase werd een anekdote over een reis naar Guatemala of Bolivia verteld, dat wisten ze niet meer precies. (Dat krijg je als je veel reist denk ik, ik zou het niet weten). De felgekleurde gebreide schoudertassen die ze bij zich hadden kwamen daar ook vandaan, vertelden ze trots. De meeste mensen zouden daarop de tassen bewonderend aanraken, maar in plaats daarvan zei ik: ‘Ach, op het label staat gewoon ‘made in China’ hoor’. Ik had zoiets namelijk laatst ook bij de Xenos gezien. Verontwaardiging alom natuurlijk, want ze hadden de tassen toch echt bij een authentiek Guatemalteeks/Boliviaans vrouwtje op de markt gekocht. Wat ik zeg: de inbreng van een cynicus wordt meestal niet zo op prijs gesteld. Maar wedden dat ze daarna meteen de labels in hun tassen hebben gecheckt?

Geef je reactie