januari7
Ik leerde Marcel van Roosmalen kennen als de schrijver van stukjes in de nrc.next van woensdag over cursussen in het bedrijfsleven. Dat klinkt niet zo spannend, maar de stukjes die van Roosmalen daarover schrijft tonen dat juist zo genadeloos aan, dat ze hilarisch zijn om te lezen. Ik verheug me er elke week weer op. En nu kan ik non-stop genieten van zijn reportages in zijn boek ‘Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt’. Een recensie.
Voordat zijn stukjes in nrc.next verschenen had ik nog nooit van Marcel van Roosmalen gehoord. Hij schijnt een briljant boek over Vitesse te hebben geschreven, wat ik dus niet gelezen heb omdat het een boek over Vitesse is. Erg charismatisch is hij ook al niet; hij ziet er uit als iemand die chronisch te weinig slaapt en te veel rookt en het lukte hem om ruzie te krijgen met een bus vol bejaarde pelgrims. Even voor de beeldvorming.
Onweerstaanbaar
Toch zijn de verhalen van deze tegendraadse journalist onweerstaanbaar. Dat ligt niet bepaald aan de onderwerpen. Een weekendje weg in de Kempervennen, een bustour door Volendam en het wereldduurrecord vissen met lange hengel spreken nou niet bepaald tot de verbeelding. Wat kun je daar nou over schrijven? Veel, zo blijkt. Van Roosmalen schrijft alles wat hij ziet en hoort op in zijn notitieboekje, en zelfs de meest onnozele waarnemingen komen uiteindelijk in zijn stukjes terecht: “Simone was blond en haar stem deed aan juffrouw Jannie uit Jiskefet denken.” Maar daardoor zie je het wel meteen voor je. Read the rest of this entry »
november20
Sinds ze veertien jaar geleden hun grootste hit hadden met ‘MMMBop’, hebben we in Nederland weinig meer van Hanson gehoord. Maar de Amerikaanse band, bestaande uit de broers Zac, Taylor en Isaac Hanson, bestaat nog steeds en heeft onlangs een nieuw album uitgebracht, getiteld Shout It Out, waarmee ze de wereld rondtoeren. En Paradiso is er als een blok voor gevallen.
Lees de rest van deze recensie op Cultuurbewust.nl
oktober9

Op zondag 3 keer naar de kerk, bij de verkiezingen op de SGP stemmen en geen tv in huis; Barneveld staat bekend als reformatorisch dorp. Maar Barneveld is tevens thuishonk van de steeds groter groeiende kerkgemeenschap Doorbrekers. Een dankbaar onderwerp voor veel roddelgesprekken, die meestal gaan over handen die vol overgave in de lucht worden gestoken, confettikanonnen tijdens de kerkdienst en wat dat allemaal wel niet moet kosten.
Maar dat is wel oppassen geblazen, want voor hetzelfde geld is je gesprekspartner ook een doorbreker. Daarom beginnen veel van die roddelgesprekken tussen Barnevelders met de zin ‘zit hier iemand bij de Doorbrekers?’ waarna er een beerput wordt opengetrokken. Tenminste, als iedereen ontkennend antwoordt.
En het lastige is; je ziet er niks van als iemand bij de Doorbrekers zit. Bij gereformeerden is het makkelijk, die zien er elke dag uit als matrozen, met het haar keurig ingevlochten, witte kniekousen en op zondag een bijpassend hoedje. Bij de Doorbrekers ligt dat er niet zo dik bovenop.
Daarom – en nu kom ik eindelijk to-the-point – was ik lichtelijk verbaasd toen een mede-campinggast zich afgelopen zomer op de camping in Luxemburg ontpopte als aspirant-Doorbreker. Geen echte, want hij kwam uit Apeldoorn en daar zit nog geen Doorbreker-vestiging. Zouden ze wel kunnen doen trouwens, en dat dan de Apeldoorbrekers noemen.
Maar hij kwam regelmatig op de camping in Voorthuizen en daar had hij van de Doorbrekers gehoord. Kwamen wij uit Barneveld? Waarom zaten wij dan niet bij de Doorbrekers? ‘Zo dicht bij het vuur van de heilige geest!’ sprak hij terwijl hij zijn armen spreidde en zijn ogen ten hemel richtte. Dat laatste is niet waar, maar dat vond ik gewoon leuk om erbij te verzinnen. Waarop wij iets mompelden over uitslapen, geen behoefte en we kennen al die liedjes niet.
Maar gelukkig had deze christelijke medemens ook vakantie van zijn kerk, want hij probeerde ons verder niet te bekeren. Toch leverde deze ervaring wel een nieuwe levensles op: de volgende keer toch maar geen christelijke camping uitkiezen om onze vakantie door te brengen. Of ons vermommen als matroos.
Deze column schreef ik als oefenopdracht voor een workshop column schrijven van Erik Roest bij de BDU.
juli21

Na mijn beschouwing over het inmiddels alom erkende fenomeen mediaparkmeisjes vandaag een relaas over de uiterlijke kenmerken van de typische mediaparkjongen. Met jongen bedoel ik de mannen tussen pakweg de 20 en 35 jaar. Hoewel ik ook mediaparkjongens ken die al 44 zijn. Eigenlijk zijn mediaparkjongens net als mediaparkmeisjes een beetje leeftijdsloos. Hoe de mediaparkjongen te herkennen en daarmee om te gaan:
1. Net als mediaparkmeisjes zien mediaparkjongens er altijd (ook ’s avonds) uit alsof ze net uit bed komen. Alleen heet dat bij jongens een ‘out of bed’-look.
2. Ze doen hun gympen nooit uit, ook niet ’s nachts.
3. Ze dragen meestal een stoere schoudertas die nonchalant ergens halverwege hun benen hangt te hangen.
4. Ze kijken verveeld en daardoor heel stoer (zo van: het boeit me helemaal niks dat ik de hele dag met bekende Nederlands werk).
De meeste mediaparkjongens zijn producer of editor, dat zie je zo. Zitten de hele dag achter een drie beeldschermen programma’s te monteren en koffie (oh nee – latte!) te tanken of lopen druk rond met draaiboeken en scripts. Dragen kleding die best hip of in elk geval niet onhip is, maar het mag er absoluut niet uitzien alsof ze er moeite voor hebben gedaan.
Eigenlijk lijken de mediaparkmeisjes en –jongens van deze wereld een soort figuranten. Misschien worden ze wel ingehuurd om het mediapark die specifieke sfeer te geven, van ‘wij maken de programma’s die je elk dag kijkt en WE DON’T CARE!’
Je ziet ze ook altijd maar één keer. Het is niet zo dat je elke dag met dezelfde mediaparkmeisjes en –jongens in de trein zit. Meestal beginnen ze pas laat in de ochtend (want die talkshows waar ze voor werken zijn pas ’s avonds laat afgelopen) dus een 9 tot 5-ritme kennen ze niet. En buiten het mediapark bestaan ze simpelweg niet. Ze komen ’s morgen nergens vandaan en ze gaan ’s avonds nergens naartoe; ze bestaan gewoon alleen op het mediapark, hun biotoop. Een geruststellende gedachte.
juli13

Sinds ik op het Mediapark werk, zie ik ze ’s ochtends altijd lopen: mediaparkmeisjes. Feitelijk gezien is iedereen van het vrouwelijke geslacht die op het mediapark werkt natuurlijk een mediaparkmeisje, maar ik zou daar toch wat nuance in aan willen brengen. De dames die ik omschrijf als mediaparkmeisje, beschikken over een aantal zeer soortspecifieke eigenschappen:
1. Hun leeftijd is moeilijk te schatten: ze zouden net zo goed 22 als 31 kunnen zijn. In het Engels bestaat daar het mooie woord twentysomething voor.
2. Ze zien eruit alsof ze vijf minuten geleden uit bed zijn gestapt en het staat ze nog goed ook. Superirritant.
3. Ze hebben meestal lang haar, dat ze los dragen of nonchalant met een knip bij elkaar houden. Zo nonchalant dat ik dat zelf nooit voor elkaar krijg, hoe hard ik het ook probeer.
4. Ze zien eruit alsof ze vergroeid zijn met hun Iphone of Blackberry, maar toch zitten ze daar zelden mee te spelen. Hebben ze niet nodig. En toch weet je dat ze er een hebben.
5. Ze zijn degenen die de verkoop van bodywarmers in stand houden.
Het moge duidelijk zijn dat ik mezelf niet vereenzelvig met de meisjes die door mij gedefinieerd worden als mediaparkmeisje. Al was het alleen al omdat ik me altijd hopeloos over- of underdressed voel als ze op Hilversum in de trein naar Noord stappen. Op dagen die ik heb uitgeroepen tot rokjesdag komen ze in afgetrapte sneakers en afgedragen skinny jeans binnen. En heb ik bij hoge uitzondering een keer sneakers aan onder een oude spijkerbroek, dan hebben zij achter mijn rug om afgesproken die dag allemaal een legging en hakken aan te doen. Superflauw.
Maar ik ben niet jaloers op de mediaparkmeisjes of zo. Meestal zijn ze producer bij een groot commercieel programma of redacteur bij een talkshow en moeten ze de hele dag allerlei mensen bellen. Getsie. Het is meer dat ik die cultuur van mediaparkmeisjes zo fascinerend vind. En ik me afvraag wat er gebeurt als ze ouder worden. Verdwijnen ze dan stilletjes van het mediapark om in een tehuis voor uitgerangeerde mediaparkmeisjes te gaan wonen? Of zijn de verlopen veertigsters die over het mediapark sjokken met een grauwe huid van het roken de mediaparkmeisjes van vroeger? Je zou er een scriptie over kunnen schrijven.
Maar als er mediaparkmeisjes zijn, moet er ook zoiets bestaan als mediaparkjongens. En die zijn er natuurlijk ook. Met schoudertassen, een verveelde blik en voor de rest zo’n beetje dezelfde eigenschappen als mediaparkmeisjes. Op het lange haar na natuurlijk. Daarover de volgende keer meer.
mei4
De recensie in de huidige internetcultuur
Onderstaand essay schreef ik vorig jaar in het kader van de Prijs voor de jonge kunstkritiek. Deze wedstrijd is opgericht om de recensie in zijn glorie te herstellen, omdat de ruimte voor goede kunstkritieken in de media steeds kleiner wordt en zich verplaatst naar internet. In mijn essay betoog ik dat het helemaal niet erg is dat de meeste recensies uit maar 200 woorden en een aantal sterren bestaan. Ik heb er niet de hoofdprijs van € 10.000 euro mee gewonnen, maar mijn essay is in elk geval gepubliceerd op de website van de Prijs voor de jonge kunstkritiek. Dat is ook wat waard.
Om de kunstkritiek nieuw leven in te blazen, wil de organisatie van deze wedstrijd graag recensies ontvangen van jonge journalisten. Maar dan wel recensies van minimaal 1000 woorden. Ik heb überhaupt nog nooit een recensie gelezen die zo lang was, laat staan dat ik er een van die lengte geschreven heb. En dat terwijl ik toch een aardig portfolio heb opgebouwd. De eis van minimaal 1000 woorden zette me wel aan het denken. Bijt de organisatie zichzelf niet in de staart door zich af te vragen hoe het toch komt dat de kunstkritiek afkalft, en vervolgens een wedstrijd uit te schrijven voor recensies van minimaal twee kantjes lang, een boekwerk in dit journalistieke genre?
Een goede recensent weet de essentie van wat hij recenseert in een paar alinea’s te vatten, met tussen de regels door een oordeel en aandacht voor aspecten als ontstaansgeschiedenis en maatschappelijke relevantie. Lang genoeg om de lezer een idee te geven van de betreffende kunstuiting en kort genoeg om hem te prikkelen en nieuwsgierig te maken naar meer. Maar de echte kunstkritiek, waarin exposities en boeken van haver tot gort worden besproken, verliest terrein in krant en tijdschrift. Is dat een verlies voor het culturele domein? Of is de afgeslankte versie van de kunstkritiek niet meer dan een logisch en onvermijdelijk gevolg van de hedendaagse internetcultuur, waarin kranten het afleggen tegen weblogs en kunst en cultuur van iedereen zijn? Read the rest of this entry »
april6
Er bestaat een boek met de ondertitel ‘Zij is superintelligent maar heeft geen idee hoe de wasmachine werkt’. Om de een of andere reden vindt mijn vriend dat wel op mij slaan. Ik ben toevallig wel degene die de wasmachine bedient thuis, maar over het algemeen heb ik het inderdaad niet zo op huishoudelijke apparaten met ingewikkelde knopjes. Ik moet bekennen dat ik niet eens koffie kan zetten. Ik laat zelfs Senseo mislukken.
Ik heb dan wel een Mastertitel op zak, maar veel alledaagse dingen weet ik gewoon niet. Nooit geleerd op het vwo of de universiteit. Soms denk ik wel eens: had ik maar een vak geleerd. Ik heb veel verstand van nieuwe media, maar ik kan geen website ontwerpen. Ik weet veel over de journalistiek, maar ben geen doorgewinterde verslaggever. Ik ben namelijk opgeleid tot wetenschapper, en dan hoef je niet te weten hoe iets werkt, je hoeft het alleen maar te onderzoeken. En er vervolgens in moeilijke woorden een veel te lang essay over schrijven. Dat niemand leest. Behalve andere onderzoekers. Wat dus zinloos is. Het echte werk laten wetenschappers over aan de mbo’ers en hbo’ers en zeggen daar dan dingen over als ‘ja, haren knippen, dat moet ook iemand doen natuurlijk’.
Toen ik afstudeerde was ik ervan overtuigd dat bedrijven stonden te trappelen om mij en mijn hoofd vol kennis aan te nemen. Maar op vacaturesites was er bar weinig vraag naar mensen die goed konden nadenken. Daarentegen kwam ik veel advertenties tegen voor ‘medewerkers binnendienst’ en ‘accountmanager’ en ‘management consultant’. Ik heb nog steeds geen idee wat die woorden betekenen.
Ik lachte mijn zusje op het vmbo wel eens uit als ze moest oefenen voor een tentamen haren wassen. Maar eigenlijk had het me best leuk geleken: cadeautjes inpakken en bloemschikken en daar nog een cijfer voor krijgen ook. Ik heb nog wel een poging gedaan om een meer praktische richting in te slaan, toen mijn beste vriendinnetje na de brugklas een havo-advies kreeg en ik een vwo-advies. Ik besloot daarop alle volgende reptities en so’s te verpesten zodat mijn cijfers toch niet hoog genoeg zouden zijn voor het atheneum en ik met haar naar de havo kon. Het lukte niet.
Achteraf ben ik blij dat ik het vwo heb afgemaakt en een universitaire opleiding heb gevolgd. In combinatie met mijn schrijfvaardigheid maakt me dat in ieder geval een goede webredacteur. Al had ik best wat meer praktijkervaring willen opdoen; projectmatig werken, SWOT-analyses maken; van die dingen die ze op het hbo leren. Waar je een diploma voor krijgt en je kunt zeggen: ‘ik ben bedrijfskundige/communicatiespecialist/multimediadesigner’.
Maar er zijn ook mensen die het omgekeerd zien. Zo werd ik een keer bij de kapper geknipt door een meisje dat me quasi geinteresseerd vroeg wat ik voor werk deed. Om het niet te ingewikkeld voor haar en haar mbo-diploma te maken, zei ik: ‘ik schrijf teksten voor websites’. ‘Oja’, verzuchtte ze: ‘dat moet natuurlijk ook iemand doen’.
maart2
Toen Maria Callas furore maakte als operazangeres was ze nog niet eens geboren, maar nu heeft de 46-jarige Pia Douwes de juiste leeftijd om deze diva te spelen. In het toneelstuk Master Class van Terrence McNally zet ze een hooghartige en tegelijkertijd kwetsbare versie van Maria Callas neer. Het stuk geeft een beeld van de persoon achter de artiest Maria Callas, met al haar gedrevenheid, tragiek en pijn.
Lees de rest van deze recensie op Cultuurbewust.nl.
januari29
Ze speelden allebei in de soap Goede tijden, slechte tijden, maar hebben nog nooit samen op het podium gestaan. In Blind vertrouwen spelen Rick Engelkes en Angela Schijf een echtpaar dat twee jaar geleden hun dochter is kwijtgeraakt bij een auto-ongeluk. In het Barneveldse Schaffelaartheater speelde de cast de tweede try-out van het stuk, dat op 9 februari in première gaat in het Delamar theater. Het wordt gepromoot als relatiethriller, maar dan wel een die af en toe meer weg heeft van een komedie.
Lees de rest van deze recensie op Cultuurbewust.nl.
januari25
Zij is actrice, zangeres en de moeder van zijn kind, hij is de popprofessor van Nederland. En samen toeren Ricky Koole en Leo Blokhuis met hun tweede liedjesprogramma Laagland door het land. Een voorstelling over muziek waar je je thuis bij voelt: Van Aretha Franklin tot Bruce Springsteen.
Lees de rest van dit artikel op Cultuurbewust.nl.