januari7
Ik leerde Marcel van Roosmalen kennen als de schrijver van stukjes in de nrc.next van woensdag over cursussen in het bedrijfsleven. Dat klinkt niet zo spannend, maar de stukjes die van Roosmalen daarover schrijft tonen dat juist zo genadeloos aan, dat ze hilarisch zijn om te lezen. Ik verheug me er elke week weer op. En nu kan ik non-stop genieten van zijn reportages in zijn boek ‘Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt’. Een recensie.
Voordat zijn stukjes in nrc.next verschenen had ik nog nooit van Marcel van Roosmalen gehoord. Hij schijnt een briljant boek over Vitesse te hebben geschreven, wat ik dus niet gelezen heb omdat het een boek over Vitesse is. Erg charismatisch is hij ook al niet; hij ziet er uit als iemand die chronisch te weinig slaapt en te veel rookt en het lukte hem om ruzie te krijgen met een bus vol bejaarde pelgrims. Even voor de beeldvorming.
Onweerstaanbaar
Toch zijn de verhalen van deze tegendraadse journalist onweerstaanbaar. Dat ligt niet bepaald aan de onderwerpen. Een weekendje weg in de Kempervennen, een bustour door Volendam en het wereldduurrecord vissen met lange hengel spreken nou niet bepaald tot de verbeelding. Wat kun je daar nou over schrijven? Veel, zo blijkt. Van Roosmalen schrijft alles wat hij ziet en hoort op in zijn notitieboekje, en zelfs de meest onnozele waarnemingen komen uiteindelijk in zijn stukjes terecht: “Simone was blond en haar stem deed aan juffrouw Jannie uit Jiskefet denken.” Maar daardoor zie je het wel meteen voor je. Read the rest of this entry »
oktober9

Op zondag 3 keer naar de kerk, bij de verkiezingen op de SGP stemmen en geen tv in huis; Barneveld staat bekend als reformatorisch dorp. Maar Barneveld is tevens thuishonk van de steeds groter groeiende kerkgemeenschap Doorbrekers. Een dankbaar onderwerp voor veel roddelgesprekken, die meestal gaan over handen die vol overgave in de lucht worden gestoken, confettikanonnen tijdens de kerkdienst en wat dat allemaal wel niet moet kosten.
Maar dat is wel oppassen geblazen, want voor hetzelfde geld is je gesprekspartner ook een doorbreker. Daarom beginnen veel van die roddelgesprekken tussen Barnevelders met de zin ‘zit hier iemand bij de Doorbrekers?’ waarna er een beerput wordt opengetrokken. Tenminste, als iedereen ontkennend antwoordt.
En het lastige is; je ziet er niks van als iemand bij de Doorbrekers zit. Bij gereformeerden is het makkelijk, die zien er elke dag uit als matrozen, met het haar keurig ingevlochten, witte kniekousen en op zondag een bijpassend hoedje. Bij de Doorbrekers ligt dat er niet zo dik bovenop.
Daarom – en nu kom ik eindelijk to-the-point – was ik lichtelijk verbaasd toen een mede-campinggast zich afgelopen zomer op de camping in Luxemburg ontpopte als aspirant-Doorbreker. Geen echte, want hij kwam uit Apeldoorn en daar zit nog geen Doorbreker-vestiging. Zouden ze wel kunnen doen trouwens, en dat dan de Apeldoorbrekers noemen.
Maar hij kwam regelmatig op de camping in Voorthuizen en daar had hij van de Doorbrekers gehoord. Kwamen wij uit Barneveld? Waarom zaten wij dan niet bij de Doorbrekers? ‘Zo dicht bij het vuur van de heilige geest!’ sprak hij terwijl hij zijn armen spreidde en zijn ogen ten hemel richtte. Dat laatste is niet waar, maar dat vond ik gewoon leuk om erbij te verzinnen. Waarop wij iets mompelden over uitslapen, geen behoefte en we kennen al die liedjes niet.
Maar gelukkig had deze christelijke medemens ook vakantie van zijn kerk, want hij probeerde ons verder niet te bekeren. Toch leverde deze ervaring wel een nieuwe levensles op: de volgende keer toch maar geen christelijke camping uitkiezen om onze vakantie door te brengen. Of ons vermommen als matroos.
Deze column schreef ik als oefenopdracht voor een workshop column schrijven van Erik Roest bij de BDU.
juli21

Na mijn beschouwing over het inmiddels alom erkende fenomeen mediaparkmeisjes vandaag een relaas over de uiterlijke kenmerken van de typische mediaparkjongen. Met jongen bedoel ik de mannen tussen pakweg de 20 en 35 jaar. Hoewel ik ook mediaparkjongens ken die al 44 zijn. Eigenlijk zijn mediaparkjongens net als mediaparkmeisjes een beetje leeftijdsloos. Hoe de mediaparkjongen te herkennen en daarmee om te gaan:
1. Net als mediaparkmeisjes zien mediaparkjongens er altijd (ook ’s avonds) uit alsof ze net uit bed komen. Alleen heet dat bij jongens een ‘out of bed’-look.
2. Ze doen hun gympen nooit uit, ook niet ’s nachts.
3. Ze dragen meestal een stoere schoudertas die nonchalant ergens halverwege hun benen hangt te hangen.
4. Ze kijken verveeld en daardoor heel stoer (zo van: het boeit me helemaal niks dat ik de hele dag met bekende Nederlands werk).
De meeste mediaparkjongens zijn producer of editor, dat zie je zo. Zitten de hele dag achter een drie beeldschermen programma’s te monteren en koffie (oh nee – latte!) te tanken of lopen druk rond met draaiboeken en scripts. Dragen kleding die best hip of in elk geval niet onhip is, maar het mag er absoluut niet uitzien alsof ze er moeite voor hebben gedaan.
Eigenlijk lijken de mediaparkmeisjes en –jongens van deze wereld een soort figuranten. Misschien worden ze wel ingehuurd om het mediapark die specifieke sfeer te geven, van ‘wij maken de programma’s die je elk dag kijkt en WE DON’T CARE!’
Je ziet ze ook altijd maar één keer. Het is niet zo dat je elke dag met dezelfde mediaparkmeisjes en –jongens in de trein zit. Meestal beginnen ze pas laat in de ochtend (want die talkshows waar ze voor werken zijn pas ’s avonds laat afgelopen) dus een 9 tot 5-ritme kennen ze niet. En buiten het mediapark bestaan ze simpelweg niet. Ze komen ’s morgen nergens vandaan en ze gaan ’s avonds nergens naartoe; ze bestaan gewoon alleen op het mediapark, hun biotoop. Een geruststellende gedachte.
juli13

Sinds ik op het Mediapark werk, zie ik ze ’s ochtends altijd lopen: mediaparkmeisjes. Feitelijk gezien is iedereen van het vrouwelijke geslacht die op het mediapark werkt natuurlijk een mediaparkmeisje, maar ik zou daar toch wat nuance in aan willen brengen. De dames die ik omschrijf als mediaparkmeisje, beschikken over een aantal zeer soortspecifieke eigenschappen:
1. Hun leeftijd is moeilijk te schatten: ze zouden net zo goed 22 als 31 kunnen zijn. In het Engels bestaat daar het mooie woord twentysomething voor.
2. Ze zien eruit alsof ze vijf minuten geleden uit bed zijn gestapt en het staat ze nog goed ook. Superirritant.
3. Ze hebben meestal lang haar, dat ze los dragen of nonchalant met een knip bij elkaar houden. Zo nonchalant dat ik dat zelf nooit voor elkaar krijg, hoe hard ik het ook probeer.
4. Ze zien eruit alsof ze vergroeid zijn met hun Iphone of Blackberry, maar toch zitten ze daar zelden mee te spelen. Hebben ze niet nodig. En toch weet je dat ze er een hebben.
5. Ze zijn degenen die de verkoop van bodywarmers in stand houden.
Het moge duidelijk zijn dat ik mezelf niet vereenzelvig met de meisjes die door mij gedefinieerd worden als mediaparkmeisje. Al was het alleen al omdat ik me altijd hopeloos over- of underdressed voel als ze op Hilversum in de trein naar Noord stappen. Op dagen die ik heb uitgeroepen tot rokjesdag komen ze in afgetrapte sneakers en afgedragen skinny jeans binnen. En heb ik bij hoge uitzondering een keer sneakers aan onder een oude spijkerbroek, dan hebben zij achter mijn rug om afgesproken die dag allemaal een legging en hakken aan te doen. Superflauw.
Maar ik ben niet jaloers op de mediaparkmeisjes of zo. Meestal zijn ze producer bij een groot commercieel programma of redacteur bij een talkshow en moeten ze de hele dag allerlei mensen bellen. Getsie. Het is meer dat ik die cultuur van mediaparkmeisjes zo fascinerend vind. En ik me afvraag wat er gebeurt als ze ouder worden. Verdwijnen ze dan stilletjes van het mediapark om in een tehuis voor uitgerangeerde mediaparkmeisjes te gaan wonen? Of zijn de verlopen veertigsters die over het mediapark sjokken met een grauwe huid van het roken de mediaparkmeisjes van vroeger? Je zou er een scriptie over kunnen schrijven.
Maar als er mediaparkmeisjes zijn, moet er ook zoiets bestaan als mediaparkjongens. En die zijn er natuurlijk ook. Met schoudertassen, een verveelde blik en voor de rest zo’n beetje dezelfde eigenschappen als mediaparkmeisjes. Op het lange haar na natuurlijk. Daarover de volgende keer meer.
mei4
De recensie in de huidige internetcultuur
Onderstaand essay schreef ik vorig jaar in het kader van de Prijs voor de jonge kunstkritiek. Deze wedstrijd is opgericht om de recensie in zijn glorie te herstellen, omdat de ruimte voor goede kunstkritieken in de media steeds kleiner wordt en zich verplaatst naar internet. In mijn essay betoog ik dat het helemaal niet erg is dat de meeste recensies uit maar 200 woorden en een aantal sterren bestaan. Ik heb er niet de hoofdprijs van € 10.000 euro mee gewonnen, maar mijn essay is in elk geval gepubliceerd op de website van de Prijs voor de jonge kunstkritiek. Dat is ook wat waard.
Om de kunstkritiek nieuw leven in te blazen, wil de organisatie van deze wedstrijd graag recensies ontvangen van jonge journalisten. Maar dan wel recensies van minimaal 1000 woorden. Ik heb überhaupt nog nooit een recensie gelezen die zo lang was, laat staan dat ik er een van die lengte geschreven heb. En dat terwijl ik toch een aardig portfolio heb opgebouwd. De eis van minimaal 1000 woorden zette me wel aan het denken. Bijt de organisatie zichzelf niet in de staart door zich af te vragen hoe het toch komt dat de kunstkritiek afkalft, en vervolgens een wedstrijd uit te schrijven voor recensies van minimaal twee kantjes lang, een boekwerk in dit journalistieke genre?
Een goede recensent weet de essentie van wat hij recenseert in een paar alinea’s te vatten, met tussen de regels door een oordeel en aandacht voor aspecten als ontstaansgeschiedenis en maatschappelijke relevantie. Lang genoeg om de lezer een idee te geven van de betreffende kunstuiting en kort genoeg om hem te prikkelen en nieuwsgierig te maken naar meer. Maar de echte kunstkritiek, waarin exposities en boeken van haver tot gort worden besproken, verliest terrein in krant en tijdschrift. Is dat een verlies voor het culturele domein? Of is de afgeslankte versie van de kunstkritiek niet meer dan een logisch en onvermijdelijk gevolg van de hedendaagse internetcultuur, waarin kranten het afleggen tegen weblogs en kunst en cultuur van iedereen zijn? Read the rest of this entry »
april6
Er bestaat een boek met de ondertitel ‘Zij is superintelligent maar heeft geen idee hoe de wasmachine werkt’. Om de een of andere reden vindt mijn vriend dat wel op mij slaan. Ik ben toevallig wel degene die de wasmachine bedient thuis, maar over het algemeen heb ik het inderdaad niet zo op huishoudelijke apparaten met ingewikkelde knopjes. Ik moet bekennen dat ik niet eens koffie kan zetten. Ik laat zelfs Senseo mislukken.
Ik heb dan wel een Mastertitel op zak, maar veel alledaagse dingen weet ik gewoon niet. Nooit geleerd op het vwo of de universiteit. Soms denk ik wel eens: had ik maar een vak geleerd. Ik heb veel verstand van nieuwe media, maar ik kan geen website ontwerpen. Ik weet veel over de journalistiek, maar ben geen doorgewinterde verslaggever. Ik ben namelijk opgeleid tot wetenschapper, en dan hoef je niet te weten hoe iets werkt, je hoeft het alleen maar te onderzoeken. En er vervolgens in moeilijke woorden een veel te lang essay over schrijven. Dat niemand leest. Behalve andere onderzoekers. Wat dus zinloos is. Het echte werk laten wetenschappers over aan de mbo’ers en hbo’ers en zeggen daar dan dingen over als ‘ja, haren knippen, dat moet ook iemand doen natuurlijk’.
Toen ik afstudeerde was ik ervan overtuigd dat bedrijven stonden te trappelen om mij en mijn hoofd vol kennis aan te nemen. Maar op vacaturesites was er bar weinig vraag naar mensen die goed konden nadenken. Daarentegen kwam ik veel advertenties tegen voor ‘medewerkers binnendienst’ en ‘accountmanager’ en ‘management consultant’. Ik heb nog steeds geen idee wat die woorden betekenen.
Ik lachte mijn zusje op het vmbo wel eens uit als ze moest oefenen voor een tentamen haren wassen. Maar eigenlijk had het me best leuk geleken: cadeautjes inpakken en bloemschikken en daar nog een cijfer voor krijgen ook. Ik heb nog wel een poging gedaan om een meer praktische richting in te slaan, toen mijn beste vriendinnetje na de brugklas een havo-advies kreeg en ik een vwo-advies. Ik besloot daarop alle volgende reptities en so’s te verpesten zodat mijn cijfers toch niet hoog genoeg zouden zijn voor het atheneum en ik met haar naar de havo kon. Het lukte niet.
Achteraf ben ik blij dat ik het vwo heb afgemaakt en een universitaire opleiding heb gevolgd. In combinatie met mijn schrijfvaardigheid maakt me dat in ieder geval een goede webredacteur. Al had ik best wat meer praktijkervaring willen opdoen; projectmatig werken, SWOT-analyses maken; van die dingen die ze op het hbo leren. Waar je een diploma voor krijgt en je kunt zeggen: ‘ik ben bedrijfskundige/communicatiespecialist/multimediadesigner’.
Maar er zijn ook mensen die het omgekeerd zien. Zo werd ik een keer bij de kapper geknipt door een meisje dat me quasi geinteresseerd vroeg wat ik voor werk deed. Om het niet te ingewikkeld voor haar en haar mbo-diploma te maken, zei ik: ‘ik schrijf teksten voor websites’. ‘Oja’, verzuchtte ze: ‘dat moet natuurlijk ook iemand doen’.
december20

Omdat ik tegenwoordig meer sollicitatiebrieven schrijf dan stukjes voor mijn website, is het hier de laatste tijd nogal rustig. Maar er zijn zat dingen waar ik me druk om maak, zoals het broeikaseffect, de BTW-verhoging voor de kunstsector en het onnodig afzakken van leggings.
Het is zo makkelijk om te zeggen dat ik het druk heb en daardoor niet aan mijn website toekom, maar dat is niet helemaal waar. Ik kies er helemaal zelf voor om na het avondeten 3 afleveringen van mijn favoriete serie te kijken in plaats van achter mijn schrijftafel te gaan zitten. En dat is helemaal geen straf hoor, met 2 beeldschermen van 19 inch (hopelijk lezen er geen inbrekers mee) en een supersnelle computer op mijn hardhouten Ikea-bureau. Nu zijn er vast heel veel mensen die roepen dat ik prioriteiten moet stellen, todo-lijstjes moet maken en ‘Getting things done’ moet lezen. Van die mensen krijg ik altijd een beetje de kriebels; lifehackers zijn toch een beetje de Jehova’s getuigen onder de internetgebruikers. Maar ook de cynicus in mij moet deze mensen toch een beetje gelijk geven. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik nog geen mailtje kan typen zonder dat ik ondertussen een paar websites aanklik, een filmpje start op Youtube en – o momentje, m’n glas is leeg, even naar de keuken. Maar ja, dan had niemand maar de mogelijkheid om meerdere tabbladen tegelijk in je browser te openen moeten uitvinden.
Het is in elk geval geen wonder dat de RSS-feed van mijn website de laatste tijd geen nieuwe berichtjes uitspuugt. En een nieuwe site (over toetjes en taarten) staat al een jaar lang in de steigers; ik hoop maar dat ie online gaat voor m’n pensioen. Daarom werd mijn aandacht tijdens het doelloos surfen op internet ogenblikkelijk getrokken door de titel van een blogpost op Sochicken.nl die luidde ‘Productiever worden door minder te doen’. Ik las er van alles over prioriteiten, treuzelen en uitstellen en herkende mezelf vooral in de laatste 2 woorden. Ik las dat ik todo-lijstjes moest maken met maar 3 taken erop en dat ik mezelf daarna een schouderklopje mag geven. Daar wordt een mens als ik (die model heeft gestaan voor de uitdrukking ‘liever lui dan moe’) blij van!
Maar ondanks al deze positieve praatjes zit me toch iets dwars. Ik wil niet dat mijn leven bestaat uit takenlijstjes, actiepunten en brievenbakjes. Ik wil niet dat ik na het afwassen met mijn vriend het gevoel heb dat ik weer iets van mijn lijstje kan afstrepen. Als je zoiets sufs als het uitlaten van de hond of een boodschap doen op de markt gaat categoriseren als ‘taak’, bestaat je leven straks ineens alleen nog maar uit ‘taken’ en ‘projecten’. En daar heb ik niet zo’n trek in. Quality time doorbrengen met mijn vriendje en familie vind ik geen taak die je inplant, maar een cadeau. Daar heb ik geen Getting things done-evangelisten voor nodig. Maar toch ben ik blij met mezelf. Want ik heb er weer een stukje bij op m’n website. En ik heb en passant ook nog 2 geweldige sites ontdekt: Sochicken en Stofzuigerzen (‘praktische tips voor een leuk en eenvoudig huishouden’). Mijn lijstje voor vandaag is weer gedaan! Aan het eind van de blogpost stond trouwens een link naar een cursus over uitstelgedrag. Maar dat stel ik nog maar even uit.
oktober19
Wie herkent zich in de regering die afgelopen donderdag op het bordes stond? Henk en Ingrid, ook al stond hun Geert er zelf niet eens tussen? Wie dacht er op 9 juni; ik hoop dat er een kabinet komt dat lekker veel geld gaat investeren in de joint strike fighter en dat ervoor zorgt dat honderden musea en theaters misschien wel hun deuren moeten sluiten? Toen ik mijn stem uitbracht, had ik in elk geval een ander Nederland voor ogen dan dit kabinet van VVD en CDA met de gedoogsteun van de PVV van plan is.
Toen de VVD enkele dagen na de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen ging praten met de PVV over een mogelijk rechts kabinet, dacht ik net als de rest van Nederland: ‘ach, dat is gewoon voor de vorm, wie neemt Geert Wilders nou serieus?’ Dat bleek een misrekening. Wilders krijgt dan wel geen regeringsverantwoordelijkheid, hij mag wel roepen wat hij wil en blokkeren wat hij niet wil. En in plaats van Wilders schamper uit te lachen om zijn zoveelste idiote wetsvoorstel (meestal iets met hoofddoekjes of ‘linkse hobby’s’) zullen de andere partijen hun best moeten doen om hem te overschreeuwen. Read the rest of this entry »
augustus29
Ik
ben niet zo goed in conversation starters, maar als iemand mij bij wijze van voorstelrondje vraagt waar ik van hou, weet ik het wel: ik hou van taal. Maar het vervelende is dat dat zo truttig klinkt. Het klinkt als saaie pieten met alle edities van de Van Dale in de kast die anderen de hele tijd verbeteren (nee, het is ‘beter dan’, niet ‘beter als!’) of die hun taalfrustraties uiten op websites als www.meldpunttaal.nl. Terwijl ik het gewoon interessant vind hoe je met een komma de betekenis van een hele zin kunt veranderen en wat de juiste manier is om het werkwoord ‘updaten’ te vervoegen. Oké, en dat ik elk jaar met een schrijfblok op schoot en een pen in de aanslag voor de tv zit voor het Groot dictee der Nederlandse taal zeg ik er voor het gemak maar even niet bij.
Maar tegen die tijd is je kersverse gesprekspartner al lang afgehaakt. Bovendien is taal van iedereen en dus geen exclusief terrein van de taalliefhebber, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de golden retrieverliefhebber of de computernerd. Terwijl ik wel degelijk meer van taal weet dan de gemiddelde golden retrieverliefhebber. Ik zou er bij wijze van spreken zelfs een boek over kunnen schrijven en dat dan ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ noemen.
Wat het daarentegen altijd goed doet in een kennismakingsgesprek, is zeggen dat je van reizen houdt. Niet iedereen houdt van reizen, maar iedereen houdt van mensen die van reizen houden. Reizen, dat klinkt als met een backpack op je rug exotische gerechten uitproberen aan de kant van de weg bij locals in Peru. Terwijl het eigenlijke reizen bestaat uit 14 uur in een krappe vliegtuigstoel zitten. Maar het levert wel leuke verhalen op, waarmee mensen die van reizen houden zich graag populair maken op feestjes en borrels. Read the rest of this entry »
juli15
De Amerikanen hebben leuke manieren om hun enthousiasme te laten blijken. In televisieprogramma’s roepen ze vaak en hard en graag ‘Oh my God!’, bij voorkeur als er net een trailer ter grootte van een zwembad weg is gereden voor hun nieuwe huis, dat een team van specialisten met perfect gemanicuurde nagels en prodentwitte tanden vanaf de grond heeft opgebouwd nadat het vorige exemplaar professioneel was gebulldozerd. Dat kan in Amerika, want daar zijn alle huizen toch van bordkarton.
Maar ik heb het eigenlijk over de manier waarop deze hysterie zich heeft verplaatst naar internet, op websites, blogs en Twitter. In het land waar roddelkoning Perez Hilton meer aanzien heeft dan de president, wordt bijna elke scheet getwitterd of geblogd, lijkt het wel. Des te moeilijker wordt het daardoor om de informatie te vinden die er echt toe doet. Want hoe onderscheid je je als Amerikaanse blogger van de miljoenen andere Amerikaanse bloggers die dezelfde flauwe stukjes schrijven over films, sterren en scheten (het liefst een combinatie van die drie)? Read the rest of this entry »