Marjolein Knuit

Content & Writing

Hoogwaterbroeken en ander sportschoolleed

maart2

Ik ben wel de lDikke vrouw in sportschoolaatste persoon om te zeggen dat de sportschool een modeshow is, maar je kunt ook doorslaan in het uitzoeken van sportkleding in de categorie ‘waar ik me lekker in voel’. ‘Maar het verhult zo mooi mijn probleemgebieden!’ Duh, zo’n vormeloos shirt XXL maakt van  de meest anorectische gevallen nog een zoutzak.

Laten we eerlijk zijn, we gaan natuurlijk alleen maar naar de sportschool om een paar redenen: ten eerste om onszelf het gevoel te geven dat we gezond bezig zijn. Zo, vanavond weer 2 uur in de sportschool geweest! Ja, waarvan een half uur in de sauna en een uur aan de bar. Goed bezig! En we moeten toch iets doen om bezig te blijven, zodat we net als al die andere mensen kunt zeggen dat we toch zo druk – druk – druk zijn.

Maar leuk is anders. Dat begint al bij binnenkomst. Eerst word je door alle aanwezige lotgenoten vanaf hun fietsjes en crosstrainers glazig aangekeken als je met je handdoekje in je ene hand en bidon in je andere binnen loopt. En ze blijven kijken, ook als je met het nodige geweld allerlei onduidelijke apparaten aan het instellen bent. Maar als je eenmaal aan het fietsen/roeien/aan onduidelijke apparaten aan het trekken bent, hoor je er ook wel echt bij: je bent part of the club, die meestaart naar andere newby’s die de zaal binnenkomen. Lees de rest van het artikel

Lang leve YouTube

februari15

Ik zou een slechte trendwatcher zijn. Als je mij 5 jaar geleden had gevraagd of het ooit iets zou worden met YouTube had ik je waarschijnlijk hard uitgelachen. De naam alleen al! Wie noemt zijn site nou ‘Youtube’? Dat bekt toch niet? Waarom heet het niet gewoon ‘videosite.com’ of zoiets? Dat klinkt veel logischer.

Is het je trouwens wel eens opgevallen hoe verschillend mensen ‘Youtube’ uitspreken? Een beetje nerd zegt het op zijn Amerikaans: ‘youtoeb’. Maar de meeste mensen fietsen er  een ‘j’ in en spreken het uit als ‘joetjoep’ (meer dan 27.000 resultaten in Google trouwens).

En toch is YouTube net als Google en Hyves zo ingeburgerd dat het een werkwoord is geworden:  even YouTube’en. Oké, dat is inderdaad wel iets makkelijker te vervoegen dan videosite (ik videosite, jij videositet, wij videositen?). Maar dan nog; wie gaat er voor de lol naar amateuristische homevideo’s van andere mensen kijken, dacht ik destijds. Lees de rest van het artikel

The Sea van Corinne Bailey Rae: Zoetgevooisd en melancholisch

februari11

Corinne Bailey Rae was er even helemaal klaar mee, toen haar man in 2008 overleed aan een overdosis. Dat is te horen op haar nieuwe cd The Sea: de frivole liedjes die we van haar kennen hebben plaatsgemaakt voor melancholische nummers met zwaardere thema’s en een dito bezetting. Het resultaat is een mooie plaat met een zwart randje.

Lees de rest van deze recensie op Cultuurbewust.nl.

Nieuwe flyers bij ‘Grafisch portfolio’

februari6

Ik heb weer een paar nieuwe Photoshop-fabricaties toegevoegd aan mijn grafisch portfolio. Dit keer allemaal met een maatschappelijk tintje; het zijn namelijk allemaal flyers voor SchoolTV met als doelgroep maatschappijleerdocenten.

Het zijn vrij tekstuele flyers die ik heb opgemaakt met enkele elementen uit de huisstijl van het programma en een strak lettertype. Bij de prijsvraag voor docenten heb ik mijn ‘grote woorden – kleine woorden’-trucje uit de kast gehaald en veel gebruik gemaakt van rood – de kleur van Rob Wijnberg, waar de prijsvraag min of meer om draaide. 

Om de opsomming van onderwerpen uit het programma ‘Focus op de maatschappij’ iets minder saai te maken heb ik ze in gekleurde vierkante blokjes geplaatst, zoals ik al eerder deed bij een flyer voor ‘Thema’s mens en natuur’. Op die manier kun je met weinig fratsen woorden toch meer visuele kracht geven.

Geplaatst onder Nieuws | Nog geen reacties
tags: , ,

Schrijven is je onderscheiden

januari25

Vroeger, toen je het onderwerp voor je jaarlijkse spreekbeurt op de basisschool nog uit zo’n informatieboekje uit de bibliotheek haalde en niet van Google, moest je als kind je werkstuk of spreekbeurt van a tot z uitschrijven. Je kon wel smokkelen door de teksten uit die boekjes letterlijk over te nemen, maar het leukst was toch de reactie van de meester als hij zei dat hij de stukjes die je zelf geschreven had het leukste vond om te lezen. Je was warempel ergens goed in!

Een paar jaar later ging je bij de schoolkrant van je middelbare school – je moest ergens beginnen – en schreef stukjes voor andere obscure blaadjes. Verslagen, recensies en andere teksten poepte je er achter elkaar uit, terwijl de rest van de klas zat te persen om er ook maar een alinea uit te krijgen. Ondertussen verbeterde je je vrienden waar het maar kon (‘neehee, het is groter dan, niet groter als!’) en opeens wist je het: ik word journalist. Lees de rest van het artikel

Nieuw item bij ‘grafisch portfolio’

januari22

De winnaars zijn bekend, dus de prijsvraag die ik maakte voor de Dag van de media mag online! Ik ben als redacteur betrokken bij het project MediaMind, dat gisteren zijn hoogtepunt beleefde in Beeld en Geluid met 300 leerlingen en hun docenten. De prijsvraag die zij ’s ochtends invulden heb ik bedacht en ontworpen.

Het resultaat is een eenvoudig maar strak A4′tje met 5 vragen over de Publieke Omroep. Het logo en de rest van de huisstijl van MediaMind leende zich uitstekend voor het maken van deze prijsvraag. Vanaf vandaag staat ie officieel in mijn grafisch portfolio.

Geplaatst onder Nieuws | Nog geen reacties
tags: , ,

Is dit stukje wel leuk genoeg?

januari16

Ik zou veel meer moeten schrijven, bedenk ik me als ik naar de Linkedin-pagina’s van mijn oud-studiegenoten en hun ‘connections’ kijk. De een freelancet voor tig verschillende bedrijven en tijdschriften, de ander is zelfs bezig met een boek. Niet dat ik zo slecht bezig ben, helemaal niet: ik heb een best indrukwekkend portfolio op mijn website staan en als multimediaredacteur bij een omroep zit ik ook helemaal niet verkeerd.

Maar ik schrijf minder dan dat ik zou willen, en nu er in de begroting op mijn werk maar 1 uur per week is vrijgemaakt voor het maken van nieuwe content zoals dat heet, schrijf ik niet meer dan een paar Twitterberichtjes voor de Beeldbank of MediaMind per week, à 140 tekens per stuk. Tel uit je winst.

En ik vind het moeilijk om zonder aanleiding gewoon in het wildeweg te gaan schrijven. Er moet echt ergens een oproep staan in een krant of op een website om een stuk te schrijven voor de een of andere wedstrijd wil ik eindelijk de pen weer eens oppakken. In mijn documenten op m’n computer staan zelfs nog een stuk of tien nooit afgemaakte columns en artikelen  te verstoffen. Af en toe begin ik vol goede moed aan het schrijven hele ad remme stukjes, met van die lekkere korte zinnen en cynische grapjes, trucjes die ik heb afgekeken van andere columnisten. Maar zodra ik er een bevredigend eind aan probeer te breien is mijn inspiratie op, moet de hamster gevoerd worden of staat de postbode voor de deur.

Kortom, ik vind altijd wel een excuus om het niet af te maken.  Misschien komt dat doordat ik onbewust altijd probeer vast te houden aan een bepaalde structuur. Ik bedenk voordat ik een recensie of sfeerverslag ga schrijven nooit hoeveel alinea’s ik ga besteden aan het beschrijven van de voorstelling of het citeren van mensen, maar zodra ik overga op een ander genre, zoals de column,  denk ik toch in witregels, tussenkopjes en topische zinnen.

Misschien leg ik de lat voor mezelf wel te hoog. Ik bedoel, de meeste tekst op internet bestaat uit reclame en geleuter, dus daar doe ik al niet voor onder. En het is niet alsof mijn stukjes in de krant komen, wat mijn faalangst zou kunnen rechtvaardigen. Misschien ben ik gewoon bang om de 40 bezoekers die mijn website dagelijks bezoeken teleur te stellen. Dat ze denken ‘nou nou, heeft die Marjolein niets beters om over te schrijven dan haar hamster?’. Dat wil ik natuurlijk ook niet. Maar het is allicht beter dan helemaal niet te schrijven. Dat staat zo suf, heb ik nota bene een weblog met naast elke post de datum prominent in beeld, duurt het soms weken of maanden voor er iets nieuws op staat. Dat moet anders kunnen. Heb ik toch nog een goed voornemen voor 2010.

One size fits all

januari5

Persoonlijk ben ik erg blij met mijn naam. Marjolein is een originele naam, met meer lettergrepen dan de gemiddelde naam die de huidige babygeneratie krijgt. De populairste namen van 2009 zijn namelijk Daan en Emma, gevolgd door Sophie en Sem. Leuke namen, maar ze passen wat mij betreft uitstekend in de categorie ‘one size fits all’.

Als kersverse ouder vind je je baby het meest bijzondere op de wereld, kan ik me zo voorstellen. Dan wil je hem toch een naam geven waarmee je die bijzonderheid benadrukt, en niet een waardoor hij een van de vele Danen of Emma’s is? Op die manier wordt zo’n naam toch een beetje een lege huls, waar elke willekeurige persoonlijkheid in kan worden gepropt. Zo van, dit is een hippe naam, dan wordt mijn kind daar in elk geval niet mee gepest later.

Anderzijds zijn er natuurlijk ouders die hun kind juist koste wat kost een bijzondere naam willen geven, zoals een automerk of een plaatsnaam. Of gewoon een heel exotische (en vaak onuitspreekbare) naam zoals Anjali of Luana. En daar hoort dan een oer-Hollands gezicht bij met sproeten een bloempotkapsel bijvoorbeeld. Niet erg geloofwaardig. Maar doordat er bij zulke namen vaak 10 manieren zijn om het te spellen zullen deze namen het niet snel in de top-20 van kindernamen halen, gelukkig.

Dan heb je ook nog de categorie namen die voornamelijk eindigen op ‘-ey’: Wesley, Davey, Britney of Kayley bijvoorbeeld. Uit onderzoek is gebleken dat je die namen beter links kunt laten liggen als je niet wilt dat je kind later het verkeerde pad op gaat. Met andere woorden: ‘Jeffrey is geen naam – het is een diagnose’, aldus Onze Taal. Met mijn excuses aan alle doctor andussen die Jeffrey heten: als je je kind zo noemt, vraag je gewoon om problemen. Ik zie in elk geval meteen van die jongens uit die tv-serie New kids on the block voor me, met zo’n foute trainingsbroek en een matje in de nek. Nee, dan zou ik mijn kind ook liever Daan of Sem noemen.

Bekijk de volledige lijst met populaire kindernamen.

Kinderziektes

december29

Als ik nu een kind van 7 was geweest, was ik waarschijnlijk gediagnosticeerd met PDD-NOS of een andere populaire kinderziekte, had ik geen idee wie Bassie en Adriaan waren en speelde ik liever op de X-box dan buiten. Maar aan de andere kant: misschien had ik dan niet meer zo’n stomme pleister voor mijn oog hoeven dragen om mijn luie oog minder lui te maken. Toch zou ik het zo weer overdoen, mijn jeugd, die begon in 1985.

Wat was het leven toen nog overzichtelijk. Natuurlijk maakte ik me wel eens druk om dingen: had ik weer eens met twee vriendinnetjes tegelijk afgesproken; oeps!  Maar mijn leeftijdsgenootjes en ik  werden nog niet afgehinderd door Ritalin of mobiele telefoons. En pedofielen heetten toen nog gewoon kinderlokkers. Ik ging naar school, kreeg elke dag les van dezelfde juffrouw, ging na schooltijd knikkeren en dan naar huis, waar moeder op mij wachtte met een glaasje dubbeldrank met een koekje. Lees de rest van het artikel

Welkom!

december21

Leuk dat je er bent! Hier vind je teksten, gedachten en andere losse flodders van Marjolein Knuit.

Ik schrijf over van alles en nog wat: van de plaatselijke toneelvereniging tot de laatste ontwikkelingen binnen media-educatie. Laat me vooral weten wat je ervan vindt door te reageren of een berichtje te sturen.

« Older EntriesNewer Entries »