Marjolein Knuit

Tag: column

Mediaparkjongens

Het gebouw van Talpa op het mediapark in Hilversum

Na mijn beschouwing over het inmiddels alom erkende fenomeen mediaparkmeisjes vandaag een relaas over de uiterlijke kenmerken van de typische mediaparkjongen. Met jongen bedoel ik de mannen tussen pakweg de 20 en 35 jaar. Hoewel ik ook mediaparkjongens ken die al 44 zijn. Eigenlijk zijn mediaparkjongens net als mediaparkmeisjes een beetje leeftijdsloos. Hoe de mediaparkjongen te herkennen en daarmee om te gaan:

1.  Net als mediaparkmeisjes zien mediaparkjongens er altijd (ook ’s avonds) uit alsof ze net uit bed komen. Alleen heet dat bij jongens een ‘out of bed’-look.

2.  Ze doen hun gympen nooit uit, ook niet ’s nachts.

3.  Ze dragen meestal een stoere schoudertas die nonchalant ergens halverwege hun benen hangt te hangen.

4.  Ze kijken verveeld en daardoor heel stoer (zo van: het boeit me helemaal niks dat ik de hele dag met bekende Nederlanders werk).

De meeste mediaparkjongens zijn producer of editor, dat zie je zo. Zitten de hele dag achter een drie beeldschermen programma’s te monteren en koffie (oh nee – latte!) te tanken of lopen druk rond met draaiboeken en scripts. Dragen kleding die best hip of in elk geval niet onhip is, maar het mag er absoluut niet uitzien alsof ze er moeite voor hebben gedaan.

Eigenlijk lijken de mediaparkmeisjes en –jongens van deze wereld een soort figuranten. Misschien worden ze wel ingehuurd om het mediapark die specifieke sfeer te geven, van ‘wij maken de programma’s die je elk dag kijkt en WE DON’T CARE!’

Je ziet ze ook altijd maar één keer. Het is niet zo dat je elke dag met dezelfde mediaparkmeisjes en –jongens in de trein zit. Meestal beginnen ze pas laat in de ochtend (want die talkshows waar ze voor werken zijn pas ’s avonds laat afgelopen) dus een 9 tot 5-ritme kennen ze niet. En buiten het mediapark bestaan ze simpelweg niet. Ze komen ’s morgen nergens vandaan en ze gaan ’s avonds nergens naartoe; ze bestaan gewoon alleen op het mediapark, hun biotoop. Een geruststellende gedachte.

Mediaparkmeisjes

Gebouw op het mediapark in Hilversum

Sinds ik op het Mediapark werk, zie ik ze ’s ochtends altijd lopen: mediaparkmeisjes. Feitelijk gezien is iedereen van het vrouwelijke geslacht die op het mediapark werkt natuurlijk een mediaparkmeisje, maar ik zou daar toch wat nuance in aan willen brengen. De dames die ik omschrijf als mediaparkmeisje, beschikken over een aantal zeer soortspecifieke eigenschappen:

1. Hun leeftijd is moeilijk te schatten: ze zouden net zo goed 22 als 31 kunnen zijn. In het Engels bestaat daar het mooie woord twentysomething voor.

2. Ze zien eruit alsof ze vijf minuten geleden uit bed zijn gestapt en het staat ze nog goed ook. Superirritant.

3.  Ze hebben meestal lang haar, dat ze los dragen of nonchalant met een knip bij elkaar houden. Zo nonchalant dat ik dat zelf nooit voor elkaar krijg, hoe hard ik het ook probeer.

4.  Ze zien eruit alsof ze vergroeid zijn met hun Iphone of Blackberry, maar toch zitten ze daar zelden mee te spelen. Hebben ze niet nodig. En toch weet je dat ze er een hebben.

5.  Ze zijn degenen die de verkoop van bodywarmers in stand houden.

Het moge duidelijk zijn dat ik mezelf niet vereenzelvig met de meisjes die door mij gedefinieerd worden als mediaparkmeisje. Al was het alleen al omdat ik me altijd hopeloos over- of underdressed voel als ze op Hilversum in de trein naar Noord stappen. Op dagen die ik heb uitgeroepen tot rokjesdag komen ze in afgetrapte sneakers en afgedragen skinny jeans binnen. En heb ik bij hoge uitzondering een keer sneakers aan onder een oude spijkerbroek, dan hebben zij achter mijn rug om afgesproken die dag allemaal een legging en hakken aan te doen. Superflauw.

Maar ik ben niet jaloers op de mediaparkmeisjes of zo. Meestal zijn ze producer bij een groot commercieel programma of redacteur bij een talkshow en moeten ze de hele dag allerlei mensen bellen. Getsie. Het is meer dat ik die cultuur van mediaparkmeisjes zo fascinerend vind. En ik me afvraag wat er gebeurt als ze ouder worden. Verdwijnen ze dan stilletjes van het mediapark om in een tehuis voor uitgerangeerde mediaparkmeisjes te gaan wonen? Of zijn de verlopen veertigsters die over het mediapark sjokken met een grauwe huid van het roken de mediaparkmeisjes van vroeger? Je zou er een scriptie over kunnen schrijven.

Maar als er mediaparkmeisjes zijn, moet er ook zoiets bestaan als mediaparkjongens. En die zijn er natuurlijk ook. Met schoudertassen, een verveelde blik en voor de rest zo’n beetje dezelfde eigenschappen als mediaparkmeisjes. Op het lange haar na natuurlijk.  Daarover de volgende keer meer.

Uitstelgedrag

Omdat ik tegenwoordig meer sollicitatiebrieven schrijf dan stukjes voor mijn website, is het hier de laatste tijd nogal rustig. Maar er zijn zat dingen waar ik me druk om maak, zoals het broeikaseffect, de BTW-verhoging voor de kunstsector en het onnodig afzakken van leggings.

Het is zo makkelijk om te zeggen dat ik het druk heb en daardoor niet aan mijn website toekom, maar dat is niet helemaal waar. Ik kies er helemaal zelf voor om na het avondeten 3 afleveringen van mijn favoriete serie te kijken in plaats van achter mijn schrijftafel te gaan zitten. En dat is helemaal geen straf hoor, met 2 beeldschermen van 19 inch (hopelijk lezen er geen inbrekers mee) en een supersnelle computer op mijn hardhouten Ikea-bureau. Nu zijn er vast heel veel mensen die roepen dat ik prioriteiten moet stellen, todo-lijstjes moet maken en ‘Getting things done’ moet lezen. Van die mensen krijg ik altijd een beetje de kriebels; lifehackers zijn toch een beetje de Jehova’s getuigen onder de internetgebruikers. Maar ook de cynicus in mij moet deze mensen toch een beetje gelijk geven. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik nog geen mailtje kan typen zonder dat ik ondertussen een paar websites aanklik, een filmpje start op Youtube en – o momentje, m’n glas is leeg, even naar de keuken. Maar ja, dan had niemand maar de mogelijkheid om meerdere tabbladen tegelijk in je browser te openen moeten uitvinden.

Het is in elk geval geen wonder dat de RSS-feed van mijn website de laatste tijd geen nieuwe berichtjes uitspuugt. En een nieuwe site (over toetjes en taarten) staat al een jaar lang in de steigers; ik hoop maar dat ie online gaat voor m’n pensioen. Daarom werd mijn aandacht tijdens het doelloos surfen op internet ogenblikkelijk getrokken door de titel van een blogpost op Sochicken.nl die luidde ‘Productiever worden door minder te doen’. Ik las er van alles over prioriteiten, treuzelen en uitstellen en herkende mezelf vooral in de laatste 2 woorden. Ik las dat ik todo-lijstjes moest maken met maar 3 taken erop en dat ik mezelf daarna een schouderklopje mag geven. Daar wordt een mens als ik (die model heeft gestaan voor de uitdrukking ‘liever lui dan moe’) blij van!

Maar ondanks al deze positieve praatjes zit me toch iets dwars. Ik wil niet dat mijn leven bestaat uit takenlijstjes, actiepunten en brievenbakjes. Ik wil niet dat ik na het afwassen met mijn vriend het gevoel heb dat ik weer iets van mijn lijstje kan afstrepen. Als je zoiets sufs als het uitlaten van de hond of een boodschap doen op de markt gaat categoriseren als ‘taak’, bestaat je leven straks ineens alleen nog maar uit ‘taken’ en ‘projecten’. En daar heb ik niet zo’n trek in. Quality time doorbrengen met mijn vriendje en familie vind ik geen taak die je inplant, maar een cadeau. Daar heb ik geen Getting things done-evangelisten voor nodig. Maar toch ben ik blij met mezelf. Want ik heb er weer een stukje bij op m’n website. En ik heb en passant ook nog 2 geweldige sites ontdekt: Sochicken en Stofzuigerzen (‘praktische tips voor een leuk en eenvoudig huishouden’). Mijn lijstje voor vandaag is weer gedaan! Aan het eind van de blogpost stond trouwens een link naar een cursus over uitstelgedrag. Maar dat stel ik nog maar even uit.

Kijken, kijken, niet kopen

Als ik vroeger een spreekbeurt moest houden of een werkstuk moest maken, was stap 1 altijd de tocht naar de plaatselijke bibliotheek, om uit grijze archiefbakken met boekjes informatie over mijn onderwerp te zoeken, de Waddenzee of de pepermuntplant of zoiets. Dat is ongeveer 15 jaar geleden. Tegenwoordig beginnen de meeste leerlingen bij Google, waarna ze bijvoorbeeld terecht komen bij Wikipedia of de SchoolTV-beeldbank. Leerlingen weten vervolgens heel goed hoe ze die informatie in hun wordbestand of powerpointpresentatie kunnen kopiëren, maar de achtergrond ervan kennen ze meestal niet.

Dat merk ik dagelijks in mijn werk voor de SchoolTV-beeldbank, de site van SchoolTV met meer dan 2300 educatieve clips voor het onderwijs. Dan heeft een leerling bijvoorbeeld een interessant clipje gevonden over koningin Beatrix, insecten of aardbevingen die tijdens de spreekbeurt moet worden vertoond in de klas. Of wij dat filmpje even naar hem op kunnen sturen, het liefst in wmv-formaat. Want in de klas hangt wel een digitaal schoolbord, maar is geen internetverbinding. En dan doet de SchoolTV-beeldbank het natuurlijk niet.

Het liefst zou ik zo’n leerling uitleggen dat er in dat ene clipje van 3 minuten over koningin Beatrix beelden van wel 4 rechthebbenden zijn gebruikt, waarvoor veel geld is betaald, en dan alleen maar om de clip 5 jaar te mogen vertonen, en dan alleen maar op onze site. Maar dat zegt zo’n kind natuurlijk weinig, zo’n verhaal over auteursrecht, dus antwoord ik meestal dat onze clips alleen via de website te bekijken zijn en helaas niet te downloaden of te bestellen zijn.

De praktijk bevestigt wat al meerdere malen uit onderzoek is gebleken: onder kinderen heerst niet alleen de stellige overtuiging dat alles wat op internet staat waar is, maar ook gratis. Msn’en, hyven en een online spelletje spelen kost toch ook niets? Waarom zou je dan wel gaan betalen om een krantenartikel te lezen of een afbeelding te downloaden?

Lees de rest van deze column op de website van Kennisnet.

Iedereen houdt van mensen die van reizen houden

Ik ben niet zo goed in conversation starters, maar als iemand mij bij wijze van voorstelrondje vraagt waar ik van hou, weet ik het wel: ik hou van taal. Maar het vervelende is dat dat zo truttig klinkt. Het klinkt als saaie pieten met alle edities van de Van Dale in de kast die anderen de hele tijd verbeteren (nee, het is ‘beter dan’, niet ‘beter als!’) of die hun taalfrustraties uiten op websites als www.meldpunttaal.nl. Terwijl ik het gewoon interessant vind hoe je met een komma de betekenis van een hele zin kunt veranderen en wat de juiste manier is om het werkwoord ‘updaten’ te vervoegen. Oké, en dat ik elk jaar met een schrijfblok op schoot en een pen in de aanslag voor de tv zit voor het Groot dictee der Nederlandse taal zeg ik er voor het gemak maar even niet bij.

Maar tegen die tijd is je kersverse gesprekspartner al lang afgehaakt. Bovendien is taal van iedereen en dus geen exclusief terrein van de taalliefhebber, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de golden retrieverliefhebber of de computernerd. Terwijl ik wel degelijk meer van taal weet dan de gemiddelde golden retrieverliefhebber. Ik zou er bij wijze van spreken zelfs een boek over kunnen schrijven en dat dan ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ noemen.

Wat het daarentegen altijd goed doet in een kennismakingsgesprek, is zeggen dat je van reizen houdt. Niet iedereen houdt van reizen, maar iedereen houdt van mensen die van reizen houden. Reizen, dat klinkt als met een backpack op je rug exotische gerechten uitproberen aan de kant van de weg bij locals in Peru. Terwijl het eigenlijke reizen bestaat uit 14 uur in een krappe vliegtuigstoel zitten. Maar het levert wel leuke verhalen op, waarmee mensen die van reizen houden zich graag populair maken op feestjes en borrels. Lees meer

De voetbalpoule

Meedoen aan een voetbalpoule is net als de barbecue aansteken en ramen zemen (afgaande op de glazenwassers die ik in mijn leven ben tegengekomen) echt iets voor mannen. Normaal  interesseert het aanvallende spel van Urugay ze geen bal, maar tijdens het WK Voetbal zijn alle mannen ineens getransformeerd in volleerde voetbalcommentatoren, kijken ze alle sportjournaals en zeggen ze dingen als: “Dus jij denkt dat Chili met 2-1 wint van Honduras? Echt niet jongen, Honduras wordt de ontdekking van dit WK!”

Terwijl je helemaal geen tweede Frank Snoeks hoeft te zijn om als winnaar van de voetbalpoule uit de bus te komen. Iedereen kan wel een rijtje getallen invullen. Kansberekening en voetbalkennis heb je daar in elk geval niet bij nodig, hooguit een dosis gezond verstand om in te kunnen schatten dat Duitsland waarschijnlijk wel van Australië zal winnen. En gelukkig krijg je in een voetbalpoule al punten als je goed hebt gegokt wie er gaat winnen of verliezen, verder is het raden van de exacte uitkomst vooral nattevingerwerk.

Tijdens dit WK ben ik erachter gekomen dat ik best wel goed ben in zulk nattevingerwerk. In de bedrijfspoule sta ik namelijk bijna bovenaan. Vanuit bovenstaande argumentatie is het een beetje hypocriet om daar trots op te zijn, maar een beetje stoer vind ik het wel, om als een van de weinige vrouwelijke deelnemers van de poule zo hoog te staan. Lees meer

Een backpack vol goede bedoelingen


Het schijnt een onmisbare ervaring in je jongvolwassenheid te zijn: een lange reis maken in het buitenland. En dan niet zomaar een zonvakantie naar Salou natuurlijk. Nee, een beetje reislustig type gaat met z’n backpack in Thailand op zoek naar zichzelf of een schooltje bouwen in Kenia. Want een periode zandhappen in de woestijn of peentjes zweten in de jungle staat goed op je CV. Of je nou een 17-jarige schoolverlater bent of een 33-jarige accountant die even niet meer zo goed weet wat ie wil in het leven; maak een reis en kom terug als een ander mens, is het idee.

Terwijl iedereen die op reis is geweest, altijd met dezelfde verhalen thuis komt. Meestal bevatten die verhalen de volgende ingrediënten: ‘het was echt supermooi, maar wel heel arm, maar toch zijn de mensen heel gastvrij en gelukkig, alleen zijn er wel veel insecten en ik ben een paar keer heel ziek geweest van het eten en het verkeer was heel chaotisch en de mensen zijn heel klein en iedereen wilde aan mijn haar zitten!’. Waarom zou je voor zo’n ervaring de halve wereld afreizen? Waarom zou je graag iets willen meemaken wat iedereen al heeft meegemaakt? Lees meer

Het best bewaarde geheim van België

Het komt regelmatig voor dat ik mij moet verantwoorden voor het feit dat ik Clouseau leuk vind. Dat gaat meestal zo: ‘bestaan die nog dan? Die zijn toch van Daar gaat ze enzo? Oja, die vond ik ook heel leuk, tien jaar geleden’. En dan moet ik diegene vertellen dat ze nog steeds leven, nog steeds heel veel vrouwelijke fans hebben en nog steeds aan de top van de Vlaamse popscene staan omdat er simpelweg geen beter alternatief is. En als de persoon in kwestie Clouseau helemaal niet kent (want geboren na 1990 of gewoon geen fan van romantische liedjes en diepbruine ogen) zeg ik altijd: ‘Clouseau is zeg maar de Nick & Simon van België’.

Ik vind het stiekem best leuk om fan te zijn van een groep die iedereen in Nederland al lang vergeten is, alsof ik het best bewaarde geheim van België heb ontdekt. Wat helemaal niet waar is, want in België kun je geen tv-zender aanzetten zonder Koen Wauters tegen te komen en geen radio luisteren zonder een van de nieuwste Clouseauliedjes te horen. (die overigens in de verste verte niet meer lijken op de Domino’s en Anne’s die de band in de jaren ’90 groot hebben gemaakt, maar dat terzijde). (Als je eenmaal de status van Clouseau heb bereikt kun je zelfs een scheet uitbrengen op cd en daar een platinum plaat voor krijgen). Lees meer

Hoogwaterbroeken en ander sportschoolleed

Ik ben wel de lDikke vrouw in sportschoolaatste persoon om te zeggen dat de sportschool een modeshow is, maar je kunt ook doorslaan in het uitzoeken van sportkleding in de categorie ‘waar ik me lekker in voel’. ‘Maar het verhult zo mooi mijn probleemgebieden!’ Duh, zo’n vormeloos shirt XXL maakt van  de meest anorectische gevallen nog een zoutzak.

Laten we eerlijk zijn, we gaan natuurlijk alleen maar naar de sportschool om een paar redenen: ten eerste om onszelf het gevoel te geven dat we gezond bezig zijn. Zo, vanavond weer 2 uur in de sportschool geweest! Ja, waarvan een half uur in de sauna en een uur aan de bar. Goed bezig! En we moeten toch iets doen om bezig te blijven, zodat we net als al die andere mensen kunt zeggen dat we toch zo druk – druk – druk zijn.

Maar leuk is anders. Dat begint al bij binnenkomst. Eerst word je door alle aanwezige lotgenoten vanaf hun fietsjes en crosstrainers glazig aangekeken als je met je handdoekje in je ene hand en bidon in je andere binnen loopt. En ze blijven kijken, ook als je met het nodige geweld allerlei onduidelijke apparaten aan het instellen bent. Maar als je eenmaal aan het fietsen/roeien/aan onduidelijke apparaten aan het trekken bent, hoor je er ook wel echt bij: je bent part of the club, die meestaart naar andere newby’s die de zaal binnenkomen. Lees meer

Lang leve YouTube

Ik zou een slechte trendwatcher zijn. Als je mij 5 jaar geleden had gevraagd of het ooit iets zou worden met YouTube had ik je waarschijnlijk hard uitgelachen. De naam alleen al! Wie noemt zijn site nou ‘Youtube’? Dat bekt toch niet? Waarom heet het niet gewoon ‘videosite.com’ of zoiets? Dat klinkt veel logischer.

Is het je trouwens wel eens opgevallen hoe verschillend mensen ‘Youtube’ uitspreken? Een beetje nerd zegt het op zijn Amerikaans: ‘youtoeb’. Maar de meeste mensen fietsen er  een ‘j’ in en spreken het uit als ‘joetjoep’ (meer dan 27.000 resultaten in Google trouwens).

En toch is YouTube net als Google en Hyves zo ingeburgerd dat het een werkwoord is geworden:  even YouTube’en. Oké, dat is inderdaad wel iets makkelijker te vervoegen dan videosite (ik videosite, jij videositet, wij videositen?). Maar dan nog; wie gaat er voor de lol naar amateuristische homevideo’s van andere mensen kijken, dacht ik destijds. Lees meer