maart11
Je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het verzamelen. Postzegels, flipperkasten, hamsters, Clouseau cd’s en andere dingen waar geen mens op zit te wachten. Er is op Marktplaats zelfs een aparte categorie voor ‘KLM-huisjes’, wat dat ook mogen zijn.
Toen ik klein was spaarden we vooral flippo’s en knikkers. Die werden niet netjes onderling geruild, nee, daar werd in competitievorm keihard om gespeeld. Daarom besloot onze juf in groep 5 een ruilmarkt te organiseren in de klas. Iedereen mocht dubbele voorwerpen uit zijn of haar verzameling meenemen en ruilen voor dingen uit andermans verzameling. En dan ging het niet alleen om flippo’s en knikkers, maar om knuffels, treinen, pennen en dingen met Jip en Janneke opdruk bijvoorbeeld.
Leuk idee. Alleen – ik spaarde niks. En als je niks spaart kun je ook niks ruilen. Ik had dus een serieus probleem. Waar haal je snel een verzameling vandaan? Ik besloot a l’improviste stenen te verzamelen. Dat kan heel leuk zijn. Maar niet als het resultaat na een rondje over het plein 3 waardeloze keien en een stuk stoeptegel is. Toch nam ik mijn ‘verzameling’ de volgende dag mee naar school om op mijn tafeltje te presenteren aan de klas. Ik kan niet zeggen dat het storm liep. De tafeltjes met trollen (van die poppetjes met ontploft haar in alle kleuren van de regenboog) en bubbelpennen waren het populairst. Mijn stenen zouden me geen fortuin opleveren. Maar ik wilde natuurlijk niet met lege handen en 4 stenen in m’n rugzak huiswaarts keren.
Dus ik moest en zou zo’n plastic bubbelpen hebben, met daarin een goedje dat leuk heen en weer klotste als je ermee schreef. De eigenaresse van deze curieuze verzameling keek daarop met een meewarige blik naar mijn geïmproviseerde stonehenge en ging uiteindelijk akkoord: 1 ronde kei voor een groene bubbelpen. Ik blij, de eigenaresse van de pennenverzameling en 1 steen iets minder. Misschien had ik er wel bij verzonnen dat de stenen uit Zuid-Frankrijk kwamen en heel bijzonder waren, dat weet ik niet meer. Op die manier kun je zelfs konijnenkeutels verkopen alsof het snoepjes zijn. Dus meer dan een beetje fantasie en een overtuigende glimlach heb je bijna niet nodig om een lucratief handeltje op te zetten: who needs Marktplaats anyway?
maart2
Ik ben wel de l
aatste persoon om te zeggen dat de sportschool een modeshow is, maar je kunt ook doorslaan in het uitzoeken van sportkleding in de categorie ‘waar ik me lekker in voel’. ‘Maar het verhult zo mooi mijn probleemgebieden!’ Duh, zo’n vormeloos shirt XXL maakt van de meest anorectische gevallen nog een zoutzak.
Laten we eerlijk zijn, we gaan natuurlijk alleen maar naar de sportschool om een paar redenen: ten eerste om onszelf het gevoel te geven dat we gezond bezig zijn. Zo, vanavond weer 2 uur in de sportschool geweest! Ja, waarvan een half uur in de sauna en een uur aan de bar. Goed bezig! En we moeten toch iets doen om bezig te blijven, zodat we net als al die andere mensen kunt zeggen dat we toch zo druk – druk – druk zijn.
Maar leuk is anders. Dat begint al bij binnenkomst. Eerst word je door alle aanwezige lotgenoten vanaf hun fietsjes en crosstrainers glazig aangekeken als je met je handdoekje in je ene hand en bidon in je andere binnen loopt. En ze blijven kijken, ook als je met het nodige geweld allerlei onduidelijke apparaten aan het instellen bent. Maar als je eenmaal aan het fietsen/roeien/aan onduidelijke apparaten aan het trekken bent, hoor je er ook wel echt bij: je bent part of the club, die meestaart naar andere newby’s die de zaal binnenkomen. Lees de rest van het artikel
februari15
Ik zou een slechte trendwatcher zijn. Als je mij 5 jaar geleden had gevraagd of het ooit iets zou worden met YouTube had ik je waarschijnlijk hard uitgelachen. De naam alleen al! Wie noemt zijn site nou ‘Youtube’? Dat bekt toch niet? Waarom heet het niet gewoon ‘videosite.com’ of zoiets? Dat klinkt veel logischer.
Is het je trouwens wel eens opgevallen hoe verschillend mensen ‘Youtube’ uitspreken? Een beetje nerd zegt het op zijn Amerikaans: ‘youtoeb’. Maar de meeste mensen fietsen er een ‘j’ in en spreken het uit als ‘joetjoep’ (meer dan 27.000 resultaten in Google trouwens).
En toch is YouTube net als Google en Hyves zo ingeburgerd dat het een werkwoord is geworden: even YouTube’en. Oké, dat is inderdaad wel iets makkelijker te vervoegen dan videosite (ik videosite, jij videositet, wij videositen?). Maar dan nog; wie gaat er voor de lol naar amateuristische homevideo’s van andere mensen kijken, dacht ik destijds. Lees de rest van het artikel
januari25
Vroeger, toen je het onderwerp voor je jaarlijkse spreekbeurt op de basisschool nog uit zo’n informatieboekje uit de bibliotheek haalde en niet van Google, moest je als kind je werkstuk of spreekbeurt van a tot z uitschrijven. Je kon wel smokkelen door de teksten uit die boekjes letterlijk over te nemen, maar het leukst was toch de reactie van de meester als hij zei dat hij de stukjes die je zelf geschreven had het leukste vond om te lezen. Je was warempel ergens goed in!
Een paar jaar later ging je bij de schoolkrant van je middelbare school – je moest ergens beginnen – en schreef stukjes voor andere obscure blaadjes. Verslagen, recensies en andere teksten poepte je er achter elkaar uit, terwijl de rest van de klas zat te persen om er ook maar een alinea uit te krijgen. Ondertussen verbeterde je je vrienden waar het maar kon (‘neehee, het is groter dan, niet groter als!’) en opeens wist je het: ik word journalist. Lees de rest van het artikel
januari16
Ik zou
veel meer moeten schrijven, bedenk ik me als ik naar de Linkedin-pagina’s van mijn oud-studiegenoten en hun ‘connections’ kijk. De een freelancet voor tig verschillende bedrijven en tijdschriften, de ander is zelfs bezig met een boek. Niet dat ik zo slecht bezig ben, helemaal niet: ik heb een best indrukwekkend portfolio op mijn website staan en als multimediaredacteur bij een omroep zit ik ook helemaal niet verkeerd.
Maar ik schrijf minder dan dat ik zou willen, en nu er in de begroting op mijn werk maar 1 uur per week is vrijgemaakt voor het maken van nieuwe content zoals dat heet, schrijf ik niet meer dan een paar Twitterberichtjes voor de Beeldbank of MediaMind per week, à 140 tekens per stuk. Tel uit je winst.
En ik vind het moeilijk om zonder aanleiding gewoon in het wildeweg te gaan schrijven. Er moet echt ergens een oproep staan in een krant of op een website om een stuk te schrijven voor de een of andere wedstrijd wil ik eindelijk de pen weer eens oppakken. In mijn documenten op m’n computer staan zelfs nog een stuk of tien nooit afgemaakte columns en artikelen te verstoffen. Af en toe begin ik vol goede moed aan het schrijven hele ad remme stukjes, met van die lekkere korte zinnen en cynische grapjes, trucjes die ik heb afgekeken van andere columnisten. Maar zodra ik er een bevredigend eind aan probeer te breien is mijn inspiratie op, moet de hamster gevoerd worden of staat de postbode voor de deur.
Kortom, ik vind altijd wel een excuus om het niet af te maken. Misschien komt dat doordat ik onbewust altijd probeer vast te houden aan een bepaalde structuur. Ik bedenk voordat ik een recensie of sfeerverslag ga schrijven nooit hoeveel alinea’s ik ga besteden aan het beschrijven van de voorstelling of het citeren van mensen, maar zodra ik overga op een ander genre, zoals de column, denk ik toch in witregels, tussenkopjes en topische zinnen.
Misschien leg ik de lat voor mezelf wel te hoog. Ik bedoel, de meeste tekst op internet bestaat uit reclame en geleuter, dus daar doe ik al niet voor onder. En het is niet alsof mijn stukjes in de krant komen, wat mijn faalangst zou kunnen rechtvaardigen. Misschien ben ik gewoon bang om de 40 bezoekers die mijn website dagelijks bezoeken teleur te stellen. Dat ze denken ‘nou nou, heeft die Marjolein niets beters om over te schrijven dan haar hamster?’. Dat wil ik natuurlijk ook niet. Maar het is allicht beter dan helemaal niet te schrijven. Dat staat zo suf, heb ik nota bene een weblog met naast elke post de datum prominent in beeld, duurt het soms weken of maanden voor er iets nieuws op staat. Dat moet anders kunnen. Heb ik toch nog een goed voornemen voor 2010.
januari5
Persoonlijk ben ik erg blij met mijn naam. Marjolein is een originele naam, met meer lettergrepen dan de gemiddelde naam die de huidige babygeneratie krijgt. De populairste namen van 2009 zijn namelijk Daan en Emma, gevolgd door Sophie en Sem. Leuke namen, maar ze passen wat mij betreft uitstekend in de categorie ‘one size fits all’.
Als kersverse ouder vind je je baby het meest bijzondere op de wereld, kan ik me zo voorstellen. Dan wil je hem toch een naam geven waarmee je die bijzonderheid benadrukt, en niet een waardoor hij een van de vele Danen of Emma’s is? Op die manier wordt zo’n naam toch een beetje een lege huls, waar elke willekeurige persoonlijkheid in kan worden gepropt. Zo van, dit is een hippe naam, dan wordt mijn kind daar in elk geval niet mee gepest later.
Anderzijds zijn er natuurlijk ouders die hun kind juist koste wat kost een bijzondere naam willen geven, zoals een automerk of een plaatsnaam. Of gewoon een heel exotische (en vaak onuitspreekbare) naam zoals Anjali of Luana. En daar hoort dan een oer-Hollands gezicht bij met sproeten een bloempotkapsel bijvoorbeeld. Niet erg geloofwaardig. Maar doordat er bij zulke namen vaak 10 manieren zijn om het te spellen zullen deze namen het niet snel in de top-20 van kindernamen halen, gelukkig.

Dan heb je ook nog de categorie namen die voornamelijk eindigen op ‘-ey’: Wesley, Davey, Britney of Kayley bijvoorbeeld. Uit onderzoek is gebleken dat je die namen beter links kunt laten liggen als je niet wilt dat je kind later het verkeerde pad op gaat. Met andere woorden: ‘Jeffrey is geen naam – het is een diagnose’, aldus Onze Taal. Met mijn excuses aan alle doctor andussen die Jeffrey heten: als je je kind zo noemt, vraag je gewoon om problemen. Ik zie in elk geval meteen van die jongens uit die tv-serie New kids on the block voor me, met zo’n foute trainingsbroek en een matje in de nek. Nee, dan zou ik mijn kind ook liever Daan of Sem noemen.
Bekijk de volledige lijst met populaire kindernamen.
december29
Als ik nu een kind van 7 was geweest, was ik waarschijnlijk gediagnosticeerd met PDD-NOS of een andere populaire kinderziekte, had ik geen idee wie Bassie en Adriaan waren en speelde ik liever op de X-box dan buiten. Maar aan de andere kant: misschien had ik dan niet meer zo’n stomme pleister voor mijn oog hoeven dragen om mijn luie oog minder lui te maken. Toch zou ik het zo weer overdoen, mijn jeugd, die begon in 1985.
Wat was het leven toen nog overzichtelijk. Natuurlijk maakte ik me wel eens druk om dingen: had ik weer eens met twee vriendinnetjes tegelijk afgesproken; oeps! Maar mijn leeftijdsgenootjes en ik werden nog niet afgehinderd door Ritalin of mobiele telefoons. En pedofielen heetten toen nog gewoon kinderlokkers. Ik ging naar school, kreeg elke dag les van dezelfde juffrouw, ging na schooltijd knikkeren en dan naar huis, waar moeder op mij wachtte met een glaasje dubbeldrank met een koekje. Lees de rest van het artikel
februari20
Want als je gestrest bent, doe je iets verkeerd
Als ik merk dat ik zelfs geen tijd meer heb om mijn favoriete celebrity-, gossip-, plastic surgery gone wrong- en photoshopdisasters-weblogs te bekijken, weet ik dat ik het te druk heb.’s Avonds blijft de computer bij voorkeur uit want de stroomleverancier op mijn werk verdient al genoeg aan me. Mijn bureau is bezaaid met post-its en todo-lijsten en mijn Outlook-agenda puilt uit met afspraken: is dit waar ik vier jaar voor heb gestudeerd?
Ja, alleen hadden ze me op de universiteit ook wel een cursusje office management mogen geven. Na vier jaar de theorieën van dooie filosofen (Adorno heeft gelijk! Nee, Foucault! ) te hebben toegepast op mobiele telefonie, gaming en internet kom ik tot de conclusie dat het in de wereld van media vooral belangrijk is je te onderscheiden door daadkracht, en niet door essays die toch niemand leest. Daar heb je discipline voor nodig, en een opgeruimd hoofd. Dat hadden ze er wel even bij mogen zeggen. Lees de rest van het artikel
juli11
Kan de toekomst je achtervolgen? Net als veel leeftijdgenoten schuif ik beslissingen over mijn toekomst vaak zo ver mogelijk voor me uit. Terwijl je met een diploma en indrukwekkend CV op zak bij elk bedrijf kunt beginnen en met je spaargeld wel drie wereldreizen kunt maken. Maar juist deze keuzevrijheid jaagt veel twintigers de stuipen op het lijf, blijkt uit onderzoek: maak kennis met de quarterlife crisis.
Na 4 jaar of meer studeren ligt de wereld voor je open. Ga je aan de slag bij dat ambitieuze bedrijf met dertig vakantiedagen, reis je eerst de wereld rond van je gespaarde studiefinanciering of kies je ervoor je rustig te settelen en misschien zelfs voor een baby? Voor een twintiger draait alles om keuzes en verwachtingen en de druk om aan deze verwachtingen te voldoen. Lees de rest van het artikel
april28
Een béétje mediagebruiker heeft behalve een Hyve (want Hyves is zo 2007) ook een account op Facebook, Twitter, Second life en Linkedin. Natuurlijk moeten er elke dag interessante weblogs worden gecheckt en de nodige podcasts worden gedownload. Voor het lezen van een krant heb je tegenwoordig ook internet nodig (voor de crossmediale en/of user generated content!) en ondertussen staat de mobiele telefoon geen seconde uit. ‘Waar pak je je rust?’ vraagt ook de NS zich af. De schrijvers van ‘Me the media’ wijzen ons op de paradoxale tragiek van de gemedialiseerde samenleving.
De toegankelijkheid van media wordt zo extreem dat je er bijna niet meer aan kunt ontkomen. Voor je het weet ben je zo druk met het invullen van je bezigheden (Twitter: ‘what are you doing?’ of Hyves: ‘what’s on my mind?”) op alle social networksites waar je lid van bent dat je nauwelijks nog daadwerkelijk aan die bezigheden toekomt. Het syndroom van de ‘continuous partial attention’ noemen de schrijvers van ‘Me the media’ dat, waardoor we steeds minder rustmomenten kennen in onze drukke levens. Lees de rest van het artikel