Marjolein Knuit

Tag: nieuwe media

Waarom elke journalist en journalistiekstudent ‘De nieuwsfabriek’ van Rob Wijnberg moet lezen

Rob Wijnberg, journalist, filosoof en initiatiefnemer van De CorrespondentIk ben abonnee van nrc.next van het eerste uur . Met Rob Wijnberg als hoofdredacteur een krant die verfrissende keuzes maakte en meer inzicht gaf in de verhalen achter het nieuws. Maar ook een krant die net als alle andere verslag deed van politieke relletjes, begrotingstekorten en andere gebeurtenissen en non-gebeurtenissen die na een dag vergeten zijn . Kortom: de waan van de dag. In zijn boek ‘De nieuwsfabriek’, maakt de oud-hoofdredacteur korte metten met deze vorm van journalistiek.

‘De nieuwsfabriek’ leest, mede door het ontbreken van tussenkopjes, als een trein. Alsof Rob in 1 slapeloze nacht al zijn gedachten op papier heeft gezet. Ik wou dat ik zo kon schrijven! Maar los van zijn schrijftalent toont Rob een haarscherp inzicht in de geoliede machine die nieuws is. Met zijn analyse en de conclusies die hij hieruit trekt kun je het haast niet oneens zijn. ‘De nieuwsfabriek’ zou verplichte kost moeten zijn voor iedereen die in de media werkt of journalistiek studeert. Lees meer

Telefoongesprekken op de radio

Wat? Dat gekraak op de radio wat een pratend mens blijkt te zijn
Waarom? Inderdaad ja. Waarom?

Voor een medium dat al bijna 100 jaar bestaat, is radio altijd best wel met zijn tijd mee gegaan. Er is een iTunes Top-30, in elke studio hangen webcams en – misschien wel de meest verontrustende ontwikkeling – niemand doet elkaar meer de groetjes op de radio (want Facebook).

Radio is dus verre van dood. Maar er is één radioverschijnsel waarvan ik hoop dat het ooit euthanasie laat plegen: telefoongesprekken op de radio. Want hoewel telefoons zelf steeds futuristischer worden, is de geluidskwaliteit ervan nog even bagger als 50 jaar geleden.

Dan komt er tussen de kraakheldere liedjes ineens een enorm gekraak door je speakers (lang leve de carkit) waar iemand doorheen schreeuwt dat ie graag een plaatje wil aanvragen. Of er moet even naar een bekende Nederlander worden gebeld voor een update zus of een roddel zo, wat altijd klinkt alsof diegene aan de andere kant van de wereld een wedstrijdje blowkarten aan het doen is.

De kroon der irritante telefoongesprekken op de radio wordt trouwens gespannen door de telefoonquotejes in nieuwsbulletins. Die moeten het nieuws zogenaamd toelichten maar in de praktijk voegen die niks toe en bevestigen ze alleen maar wat de nieuwslezer net heeft voorgelezen. Nieuwslezer: ‘de burgemeester vindt het heel erg wat er gebeurd is’. Burgemeester: ‘ik vind het heel erg wat er gebeurd is’. Krakerdekrakerdekraak.

Lieve mannetjes (en vrouwtjes) van de radio: als wij krakende gesprekken willen horen, gaan we wel op bezoek bij onze oma’s in het bejaardentehuis. Wij luisteren naar jullie programma’s als aangenaam achtergrondgeluid, eventueel ingeleid door de zwoele stem van Jeroen Nieuwenhuize.  Pas als telefoongesprekken net zo helder klinken als jullie onderlinge gegeit in de studio mogen jullie op de radio weer bellen naar Albert Verlinde. Als hij tegen die tijd zelf nog niet in een bejaardentehuis zit.

Mediaparkjongens

Het gebouw van Talpa op het mediapark in Hilversum

Na mijn beschouwing over het inmiddels alom erkende fenomeen mediaparkmeisjes vandaag een relaas over de uiterlijke kenmerken van de typische mediaparkjongen. Met jongen bedoel ik de mannen tussen pakweg de 20 en 35 jaar. Hoewel ik ook mediaparkjongens ken die al 44 zijn. Eigenlijk zijn mediaparkjongens net als mediaparkmeisjes een beetje leeftijdsloos. Hoe de mediaparkjongen te herkennen en daarmee om te gaan:

1.  Net als mediaparkmeisjes zien mediaparkjongens er altijd (ook ’s avonds) uit alsof ze net uit bed komen. Alleen heet dat bij jongens een ‘out of bed’-look.

2.  Ze doen hun gympen nooit uit, ook niet ’s nachts.

3.  Ze dragen meestal een stoere schoudertas die nonchalant ergens halverwege hun benen hangt te hangen.

4.  Ze kijken verveeld en daardoor heel stoer (zo van: het boeit me helemaal niks dat ik de hele dag met bekende Nederlanders werk).

De meeste mediaparkjongens zijn producer of editor, dat zie je zo. Zitten de hele dag achter een drie beeldschermen programma’s te monteren en koffie (oh nee – latte!) te tanken of lopen druk rond met draaiboeken en scripts. Dragen kleding die best hip of in elk geval niet onhip is, maar het mag er absoluut niet uitzien alsof ze er moeite voor hebben gedaan.

Eigenlijk lijken de mediaparkmeisjes en –jongens van deze wereld een soort figuranten. Misschien worden ze wel ingehuurd om het mediapark die specifieke sfeer te geven, van ‘wij maken de programma’s die je elk dag kijkt en WE DON’T CARE!’

Je ziet ze ook altijd maar één keer. Het is niet zo dat je elke dag met dezelfde mediaparkmeisjes en –jongens in de trein zit. Meestal beginnen ze pas laat in de ochtend (want die talkshows waar ze voor werken zijn pas ’s avonds laat afgelopen) dus een 9 tot 5-ritme kennen ze niet. En buiten het mediapark bestaan ze simpelweg niet. Ze komen ’s morgen nergens vandaan en ze gaan ’s avonds nergens naartoe; ze bestaan gewoon alleen op het mediapark, hun biotoop. Een geruststellende gedachte.

Mediaparkmeisjes

Gebouw op het mediapark in Hilversum

Sinds ik op het Mediapark werk, zie ik ze ’s ochtends altijd lopen: mediaparkmeisjes. Feitelijk gezien is iedereen van het vrouwelijke geslacht die op het mediapark werkt natuurlijk een mediaparkmeisje, maar ik zou daar toch wat nuance in aan willen brengen. De dames die ik omschrijf als mediaparkmeisje, beschikken over een aantal zeer soortspecifieke eigenschappen:

1. Hun leeftijd is moeilijk te schatten: ze zouden net zo goed 22 als 31 kunnen zijn. In het Engels bestaat daar het mooie woord twentysomething voor.

2. Ze zien eruit alsof ze vijf minuten geleden uit bed zijn gestapt en het staat ze nog goed ook. Superirritant.

3.  Ze hebben meestal lang haar, dat ze los dragen of nonchalant met een knip bij elkaar houden. Zo nonchalant dat ik dat zelf nooit voor elkaar krijg, hoe hard ik het ook probeer.

4.  Ze zien eruit alsof ze vergroeid zijn met hun Iphone of Blackberry, maar toch zitten ze daar zelden mee te spelen. Hebben ze niet nodig. En toch weet je dat ze er een hebben.

5.  Ze zijn degenen die de verkoop van bodywarmers in stand houden.

Het moge duidelijk zijn dat ik mezelf niet vereenzelvig met de meisjes die door mij gedefinieerd worden als mediaparkmeisje. Al was het alleen al omdat ik me altijd hopeloos over- of underdressed voel als ze op Hilversum in de trein naar Noord stappen. Op dagen die ik heb uitgeroepen tot rokjesdag komen ze in afgetrapte sneakers en afgedragen skinny jeans binnen. En heb ik bij hoge uitzondering een keer sneakers aan onder een oude spijkerbroek, dan hebben zij achter mijn rug om afgesproken die dag allemaal een legging en hakken aan te doen. Superflauw.

Maar ik ben niet jaloers op de mediaparkmeisjes of zo. Meestal zijn ze producer bij een groot commercieel programma of redacteur bij een talkshow en moeten ze de hele dag allerlei mensen bellen. Getsie. Het is meer dat ik die cultuur van mediaparkmeisjes zo fascinerend vind. En ik me afvraag wat er gebeurt als ze ouder worden. Verdwijnen ze dan stilletjes van het mediapark om in een tehuis voor uitgerangeerde mediaparkmeisjes te gaan wonen? Of zijn de verlopen veertigsters die over het mediapark sjokken met een grauwe huid van het roken de mediaparkmeisjes van vroeger? Je zou er een scriptie over kunnen schrijven.

Maar als er mediaparkmeisjes zijn, moet er ook zoiets bestaan als mediaparkjongens. En die zijn er natuurlijk ook. Met schoudertassen, een verveelde blik en voor de rest zo’n beetje dezelfde eigenschappen als mediaparkmeisjes. Op het lange haar na natuurlijk.  Daarover de volgende keer meer.

Had ik maar een vak geleerd

Er bestaat een boek met de ondertitel ‘Zij is superintelligent maar heeft geen idee hoe de wasmachine werkt’. Om de een of andere reden vindt mijn vriend dat wel op mij slaan. Ik ben toevallig wel degene die de wasmachine bedient thuis, maar over het algemeen heb ik het inderdaad niet zo op huishoudelijke apparaten met ingewikkelde knopjes. Ik moet bekennen dat ik niet eens koffie kan zetten. Ik laat zelfs Senseo mislukken.

Ik heb dan wel een Mastertitel op zak, maar veel alledaagse dingen weet ik gewoon niet. Nooit geleerd op het vwo of de universiteit. Soms denk ik wel eens: had ik maar een vak geleerd. Ik heb veel verstand van nieuwe media, maar ik kan geen website ontwerpen. Ik weet veel over de journalistiek, maar ben geen doorgewinterde verslaggever. Ik ben namelijk opgeleid tot wetenschapper, en dan hoef je niet te weten hoe iets werkt, je hoeft het alleen maar te onderzoeken. En er vervolgens in moeilijke woorden een veel te lang essay over schrijven. Dat niemand leest. Behalve andere onderzoekers. Wat dus zinloos is. Het echte werk laten wetenschappers over aan de mbo’ers en hbo’ers en zeggen daar dan dingen over als ‘ja, haren knippen, dat moet ook iemand doen natuurlijk’.

Toen ik afstudeerde was ik ervan overtuigd dat bedrijven stonden te trappelen om mij en mijn hoofd vol kennis aan te nemen. Maar op vacaturesites was er bar weinig vraag naar mensen die goed konden nadenken. Daarentegen kwam ik veel advertenties tegen voor ‘medewerkers binnendienst’ en ‘accountmanager’ en ‘management consultant’. Ik heb nog steeds geen idee wat die woorden betekenen.

Ik lachte mijn zusje op het vmbo wel eens uit als ze moest oefenen voor een tentamen haren wassen. Maar eigenlijk had het me best leuk geleken: cadeautjes inpakken en bloemschikken en daar nog een cijfer voor krijgen ook. Ik heb nog wel een poging gedaan om een meer praktische richting in te slaan, toen mijn beste vriendinnetje na de brugklas een havo-advies kreeg en ik een vwo-advies. Ik besloot daarop alle volgende reptities en so’s te verpesten zodat mijn cijfers toch niet hoog genoeg zouden zijn voor het atheneum en ik met haar naar de havo kon. Het lukte niet.

Achteraf ben ik blij dat ik het vwo heb afgemaakt en een universitaire opleiding heb gevolgd. In combinatie met mijn schrijfvaardigheid maakt me dat in ieder geval een goede webredacteur. Al had ik best wat meer praktijkervaring willen opdoen; projectmatig werken, SWOT-analyses maken; van die dingen die ze op het hbo leren. Waar je een diploma voor krijgt en je kunt zeggen: ‘ik ben bedrijfskundige/communicatiespecialist/multimediadesigner’.

Maar er zijn ook mensen die het omgekeerd zien. Zo werd ik een keer bij de kapper geknipt door een meisje dat me quasi geinteresseerd vroeg wat ik voor werk deed. Om het niet te ingewikkeld voor haar en haar mbo-diploma te maken, zei ik: ‘ik schrijf teksten voor websites’. ‘Oja’, verzuchtte ze: ‘dat moet natuurlijk ook iemand doen’.

Marjolein schrijft artikel voor Vives

Dit artikel schreef ik voor Vives, het vakblad ten behoeve van (ict) vernieuwingen binnen het onderwijs, editie januari 2011. Lees hieronder het artikel integraal op mijn website, of bekijk de pdf-versie.

Clip & Klaar

Digitale schoolboSchooltv-beeldbank screenshot: filmpje met tekstrden hebben in de meeste klaslokalen hun plek wel veroverd. U kunt op het digibord filmpjes laten zien ter ondersteuning van de les. Maar: waar kunt u geschikte filmpjes vinden? Bijvoorbeeld in de SchoolTV-beeldbank, een database met meer dan 2500 gratis educatieve clipjes. Marjolein Knuit, multimediaredacteur Schooltv-beeldbank en Eigenwijzer. vertelt meer.

Met een digibord in de klas wordt het bekijken van filmpjes op internet kinderspel. Dat kan natuurlijk op de videosite YouTube, maar de kwaliteit daarvan is niet gegarandeerd, om nog maar te zwijgen over alle advertenties en discutabele reacties bij de video’s  die rechtstreeks de klas in worden gebombardeerd. Bij de clips op de Schooltv-beeldbank is de inhoud gecontroleerd op kwaliteit en de site biedt bovendien andere diensten die het gebruik op het digibord interessant maken.

Nieuw: digibord pop-up

Bij iedere clip op de SchoolTV-beeldbank hoort een letterlijke tekst, niveauaanduiding en vakgebied: dat kenden we al. Maar met de nieuwe digibord pop-up wordt het afspelen van een clipje op het digitale schoolbord nog eenvoudiger. Om te voorkomen dat het clipje het hele digibord in beslag neemt, wat gebeurt als je een clip fullscreen afspeelt, opent de clip in een pop-up die een deel van het scherm zichtbaar laat: ideaal als je tegelijkertijd een ander document of website wilt openen.

Schooltv-beeldbank Plus

Met het digibord kun je meer interactie in de klas brengen door leerlingen spelletjes te laten spelen of zelf iets op te laten zoeken. Met Schooltv-beeldbank Plus voorziet de Schooltv-beeldbank ook in die behoefte. “In dit nieuwe onderdeel zijn tientallen quizzen, werkbladen en links te doorzoeken die iets extra’s bieden bij een bepaalde clip: Plus. Leerlingen kunnen op die manier iets actiefs doen door tegen elkaar een quiz te spelen over de Romeinen of de Middeleeuwen terwijl de leerkracht iets anders kan doen in de wetenschap dat de klas verantwoord bezig is. En doordat elke quiz minstens drie Schooltv-beeldbankclips bevat, zijn leerlingen zeker tien minuten zoet met zo’n quiz.
Lees meer

Kijken, kijken, niet kopen

Als ik vroeger een spreekbeurt moest houden of een werkstuk moest maken, was stap 1 altijd de tocht naar de plaatselijke bibliotheek, om uit grijze archiefbakken met boekjes informatie over mijn onderwerp te zoeken, de Waddenzee of de pepermuntplant of zoiets. Dat is ongeveer 15 jaar geleden. Tegenwoordig beginnen de meeste leerlingen bij Google, waarna ze bijvoorbeeld terecht komen bij Wikipedia of de SchoolTV-beeldbank. Leerlingen weten vervolgens heel goed hoe ze die informatie in hun wordbestand of powerpointpresentatie kunnen kopiëren, maar de achtergrond ervan kennen ze meestal niet.

Dat merk ik dagelijks in mijn werk voor de SchoolTV-beeldbank, de site van SchoolTV met meer dan 2300 educatieve clips voor het onderwijs. Dan heeft een leerling bijvoorbeeld een interessant clipje gevonden over koningin Beatrix, insecten of aardbevingen die tijdens de spreekbeurt moet worden vertoond in de klas. Of wij dat filmpje even naar hem op kunnen sturen, het liefst in wmv-formaat. Want in de klas hangt wel een digitaal schoolbord, maar is geen internetverbinding. En dan doet de SchoolTV-beeldbank het natuurlijk niet.

Het liefst zou ik zo’n leerling uitleggen dat er in dat ene clipje van 3 minuten over koningin Beatrix beelden van wel 4 rechthebbenden zijn gebruikt, waarvoor veel geld is betaald, en dan alleen maar om de clip 5 jaar te mogen vertonen, en dan alleen maar op onze site. Maar dat zegt zo’n kind natuurlijk weinig, zo’n verhaal over auteursrecht, dus antwoord ik meestal dat onze clips alleen via de website te bekijken zijn en helaas niet te downloaden of te bestellen zijn.

De praktijk bevestigt wat al meerdere malen uit onderzoek is gebleken: onder kinderen heerst niet alleen de stellige overtuiging dat alles wat op internet staat waar is, maar ook gratis. Msn’en, hyven en een online spelletje spelen kost toch ook niets? Waarom zou je dan wel gaan betalen om een krantenartikel te lezen of een afbeelding te downloaden?

Lees de rest van deze column op de website van Kennisnet.

Meer media, minder aandacht

Een béétje mediagebruiker heeft behalve een Hyve (want Hyves is zo 2007) ook een account op Facebook, Twitter, Second life en Linkedin. Natuurlijk moeten er elke dag interessante weblogs worden gecheckt en de nodige podcasts worden gedownload. Voor het lezen van een krant heb je tegenwoordig ook internet nodig (voor de crossmediale en/of user generated content!) en ondertussen staat de mobiele telefoon geen seconde uit. ‘Waar pak je je rust?’ vraagt ook de NS zich af. De schrijvers van ‘Me the media’ wijzen ons op de paradoxale tragiek van de gemedialiseerde samenleving.

De toegankelijkheid van media wordt zo extreem dat je er bijna niet meer aan kunt ontkomen. Voor je het weet ben je zo druk met het invullen van je bezigheden (Twitter: ‘what are you doing?’ of Hyves: ‘what’s on my mind?”) op alle social networksites waar je lid van bent dat je nauwelijks nog daadwerkelijk aan die bezigheden toekomt. Het syndroom van de ‘continuous partial attention’ noemen de schrijvers van ‘Me the media’ dat, waardoor we steeds minder rustmomenten kennen in onze drukke levens. Lees meer

Van sms-fout tot miscommunicatie: ‘Goeiemoggel!’

Heb je ’em al gezien? De briljante reclame van KPN waarin communicatie via sms en e-mail de meest hilarische taalveranderingen oplevert? ‘Ik word knetterbek van die sproetjes! Dit is de apdeling transploft, niet de apdeling sproetjes.’

Een ‘verspreking’ is in een sms’je snel gemaakt. Als je de T9-functie op je mobiel gebruikt moet je oppassen dat je als afsluiting de ontvanger geen ‘jus’ geeft in plaats van een kus en wel zegt dat je van hèm houdt en niet van ‘lot’. En ook zonder T9 zijn typfouten erg common. Lees meer

Marjolein ‘met genoegen’ afgestudeerd!

2007-09-19 - Diploma-uitreiking Marjolein Master 036_retouchedVanmorgen heb ik het Academiegebouw in Utrecht mijn langverwachte Masterdiploma in ontvangst genomen. Na een jaar lang intensief studeren, stagelopen en schrijven kan ik mezelf eindelijk ‘Master of Arts’ noemen. Met een cijfergemiddelde van 7,4 ben ik ‘met genoegen’ afgestudeerd.

Tijdens een sessie waarin acht studenten hun bul uitgereikt kregen, werden we bedolven onder lovende woorden van onze begeleiders. Chiel Kattenbelt, die mijn tutor was gedurende het afgelopen jaar, sprak zijn goedkeuring uit over mijn prestaties en drukte me op het hart ‘vooral te blijven schrijven’: en dat ben ik hoe dan ook van plan! Lees meer