Marjolein Knuit

Tag: recensie

Huidkleurig ondergoed

Wat? Oma-lingerie
Waarom? Omdat het niet alleen voor oma’s is

Bij huidkleurig ondergoed denk je misschien gelijk aan je oma of Bridget Jones, maar die oudewijvenreputatie is zwaar onterecht. Hoe lelijk, a-sexy en jakkiebah het ook is, huidkleurig ondergoed, of vleeskleurig zoals het officieel heet, zou verplicht moeten worden in de kledingkast van elke vrouw. Maar mannen mogen deze recensie ook lezen hoor.

Iedere vrouw weet dat je onder een wit T-shirt geen zwarte of felgekleurde beha moet aantrekken. En dus doen de meeste vrouwen in zo’n geval meestal een wit exemplaar aan. Met als gevolg dat je de beha dus gewoon ziet zitten. Met een beetje mazzel (of pech) kun je zelfs zien of het een Hunkemöllertje of Marlies Dekkertje is.

Dat komt doordat je huid – en nou komt het –  huidkleurig is. No way! En een witte beha niet. Wat?! En dat verschil zie je door je witte kleding heen. Trek je een beha aan in dezelfde kleur als je huid; probleem opgelost. Superlogisch! Toch zie ik bijna nooit iemand met een huidkleurige beha of string. En in de lingeriewinkel hangt het vleeskleurige assortiment altijd ergens achterin weggestopt. Er hangt nog net geen bordje ‘voor oma’s en andere oude wijven’ boven.

In de modewereld is het dragen van huidkleurig ondergoed helemaal geen schande. Sterker nog, het is verplicht voor modellen die voor het eerst kennis maken met een potentiële opdrachtgever. Heb ik zelf gezien bij Holland’s Next Top Model. Het vieze gezicht dat die meisjes trekken wanneer ze te horen krijgen dat ze hun gestippelde onderbroekjes moeten inruilen voor oma-ondergoed spreekt boekdelen.

Het andere geslacht zal het me misschien niet in dank afnemen, maar ik vind dat huidkleurig ondergoed in ere hersteld moet worden. Ik begin alvast met het geven van 5 sterren.  En nu met z’n allen naar de lingerieafdeling van de HEMA.

Kroepoek met smaakjes

Conimex kroepoek in het schap in de supermarkt
Wat?
De zogenaamd ‘authentieke’ kroepoek van Conimex
Waar? Niet in Indonesië in elk geval
Lekker? Dat wel!

Mijn vriend komt uit een Indische familie. En zoals het een Indische familie betaamt, draait alles om eten. Op verjaardagen en andere feestelijke gelegenheden pakken oma’s en tantes uit met tupperwaredozen vol babi ketjap, sambal goreng boontjes en atjar. Opscheppen, bord op schoot en smullen maar. Alles wordt zelf gemaakt, tot de kroepoek aan toe.

Die zelfgemaakte kroepoek is op en top Indisch, maar lijkt voor geen meter op de kroepoek van Conimex die je in de winkel koopt. Nouja kroepoek, zeg maar gerust kroepoeken. Want er zijn ontieglijk veel soorten kroepoek in omloop tegenwoordig.

Zo heb je bijvoorbeeld kroepoek met Bali-smaak en Java-smaak. Nou heb ik toen ik in Indonesië was geen hapje van de grond genomen, maar ik weet bijna zeker dat Bali-kroepoek niet naar Bali smaakt. Ik weet ook niet of ik daartegen ben ingeënt. En ik kan nog veel meer redenen noemen waarom de kroepoek van Conimex niet authentiek Indonesisch is. Zo stoppen ze in Indonesië volgens mij geen E621 in hun kroepoek.

Maar los daarvan vind ik de kroepoek van Conimex stiekem eigenlijk veel lekkerder dan de echte Indische kroepoek. Soms heb ik voor het eten al een halve zak Java-kroepoek op. Er zit gewoon veel meer smaak aan dan aan die bleke zelfgebakken kroepoekjes. Zijn die E-nummers toch nog ergens goed voor.

Maar ik kan bij mijn aanstaande schoonfamilie natuurlijk niet aankomen met een zak Java-kroepoek van Conimex. Dat is vloeken in de kerk. Iedere Indo weet dat de ketjap manis van Conimex niet eens op ketjap manis lijkt dus de kroepoek met zogenaamd originele smaakjes is bij voorbaat al afgekeurd.

Eigenlijk is de kroepoek van Conimex meer een soort chips, maar kroepoek klinkt gezonder. En Java-kroepoek klinkt behalve gezonder ook nog eens authentieker. Het vrouwtje met het rode jurkje uit de reclame maakt de illusie compleet. En daar wil deze blanda best vier sterren voor geven.

De chinobroek

Wat? Een wortelbroek met laag kruis
Is dat mooi? Nee, maar wel hip

Het was niet bepaald liefde op het eerste gezicht tussen de chinobroek en mij. Dat moet een foutje zijn, dacht ik toen ik voor het eerst een meisje zag lopen in zo’n raar geval. Die heeft zeker een pantalon van haar vader aan of zo. Later begreep ik dat meisjes zoals zij heel bewust broeken kopen die hen optisch 2 maten dikker maakten. En doe ik het zelf ook.

De eerste keer dat ik een chino aanpaste (ongeveer twee weken geleden, modebewust als ik ben), durfde ik het pashokje bijna niet uit. Ik had iets aan wat leek op een uit de kluiten gewassen incontinentieluier. Ja, dat hoort zo he. Zegt dat meisje van de winkel, terwijl ze me met een ernstige blik opnam. Alsof ik serieus van plan was die broek te kopen. Een skinny staat mij (maat 42) nog flatteuzer.

Toch heb ik nu 2 chinobroeken die ik allebei met veel plezier draag. Mijn vriend noemt ze liefkozend pamperbroeken, maar ik voel me er lekker in. Ze zitten supercomfortabel, je hoeft je niet druk te maken om eventuele cameltoe’s en met een paar hakken eronder vergeet je automatisch dat je eigenlijk gewoon een drollenvanger aan hebt.

Telefoongesprekken op de radio

Wat? Dat gekraak op de radio wat een pratend mens blijkt te zijn
Waarom? Inderdaad ja. Waarom?

Voor een medium dat al bijna 100 jaar bestaat, is radio altijd best wel met zijn tijd mee gegaan. Er is een iTunes Top-30, in elke studio hangen webcams en – misschien wel de meest verontrustende ontwikkeling – niemand doet elkaar meer de groetjes op de radio (want Facebook).

Radio is dus verre van dood. Maar er is één radioverschijnsel waarvan ik hoop dat het ooit euthanasie laat plegen: telefoongesprekken op de radio. Want hoewel telefoons zelf steeds futuristischer worden, is de geluidskwaliteit ervan nog even bagger als 50 jaar geleden.

Dan komt er tussen de kraakheldere liedjes ineens een enorm gekraak door je speakers (lang leve de carkit) waar iemand doorheen schreeuwt dat ie graag een plaatje wil aanvragen. Of er moet even naar een bekende Nederlander worden gebeld voor een update zus of een roddel zo, wat altijd klinkt alsof diegene aan de andere kant van de wereld een wedstrijdje blowkarten aan het doen is.

De kroon der irritante telefoongesprekken op de radio wordt trouwens gespannen door de telefoonquotejes in nieuwsbulletins. Die moeten het nieuws zogenaamd toelichten maar in de praktijk voegen die niks toe en bevestigen ze alleen maar wat de nieuwslezer net heeft voorgelezen. Nieuwslezer: ‘de burgemeester vindt het heel erg wat er gebeurd is’. Burgemeester: ‘ik vind het heel erg wat er gebeurd is’. Krakerdekrakerdekraak.

Lieve mannetjes (en vrouwtjes) van de radio: als wij krakende gesprekken willen horen, gaan we wel op bezoek bij onze oma’s in het bejaardentehuis. Wij luisteren naar jullie programma’s als aangenaam achtergrondgeluid, eventueel ingeleid door de zwoele stem van Jeroen Nieuwenhuize.  Pas als telefoongesprekken net zo helder klinken als jullie onderlinge gegeit in de studio mogen jullie op de radio weer bellen naar Albert Verlinde. Als hij tegen die tijd zelf nog niet in een bejaardentehuis zit.

De grote verhuizing

Wat? Een Brits televisieprogramma
Waarom wordt dat in Nederland uitgezonden? Omdat het leuk is

Woonprogramma’s zijn meestal alleen maar interessant voor de mensen die er zelf in zitten. Zij hopen na afloop van de aflevering van drie kwartier een huis te hebben, jij niet. Hoe anders is dat bij het Britse programma De grote verhuizing, met presentatoren slash bemiddelaars slash secret lovers (vermoed ik) Kirsty en Phil. Als het niet altijd zou regenen in Groot-Brittannië zou je er bijna zelf willen gaan wonen.

In ‘De grote verhuizing’ gaan twee presentatoren samen met stelletjes op zoek naar een geschikt huis. Tot zover niet verrassend. Maar Groot-Brittannië zou Groot-Brittannië niet zijn als er tussen de potentiële huizen geen 17e-eeuwse kasteeltjes, boerderijtjes en landhuizen zouden zitten. En dat voor prijzen waarvoor je in Nederland misschien een studio in Utrecht Overvecht koopt.

In Nederland hebben we ook zo’n soort programma,‘Huizenjacht’. Net als ‘De grote verhuizing’wordt dit uitgezonden door SBS6. Maar in tegenstelling tot het Britse programma, is ‘Huizenjacht’ voorspelbaar, zit het vol met makelaarspraatjes en wordt er vooral gezocht naar nieuwbouwhuizen in Veenendaal en tweekamerappartementjes in Apeldoorn. Boring! Maarja, er staan in Nederland nou eenmaal niet zo veel 17e-eeuwse kasteeltjes, boerderijtjes en landhuizen te koop. Dus kijken we mee met stelletjes die drie grijzemuizenhuizen bezichtigen die aan hun belangrijkste eisen voldoen. Bijvoorbeeld dat er een dak op zit. Ze krijgen een rondleiding door het huis, vinden alles mooi en aan het einde drinken ze altijd champagne, ook al weet niemand of er ook daadwerkelijk een huis gekocht gaat worden.

Dat is juist wat ‘De grote verhuizing’ zo spannend maakt: er wordt bijna altijd wat gekocht. Want er is altijd wel iemand zwanger of zijn huis uit gezet waardoor het vinden van een nieuw huis urgente business is. Kirsty en Phil zijn druk aan het bellen, Kirsty en Phil hangen flyers op, Kirsty geeft Phil een pets op zijn Britse kontje. En als er uiteindelijk een keus gemaakt is, ben je als kijker getuige van het spannende moment waar Kirsty en Phil samen met de woningzoekenden in de pub op het telefoontje van de makelaar wachten met het verlossende woord: is het bod geaccepteerd?

Zo dichtbij komt het kopen van een huis in een tv-programma zelden. Bij ‘Huizenjacht’ in elk geval niet. Maar het grootste pluspunt van ‘De grote verhuizing’ is dat je als kijker niet het gevoel krijgt dat het programma al een zoektocht heeft uitgestippeld die alleen nog moet worden afgelegd. Er is ruimte voor spontaniteit en de woningzoekende zijn mensen van vlees en bloed, geen figuranten in het door de zender bedachte format. Ik wou dat ik een huis zocht in Groot-Brittannië.

Lily’s cupcakes: pure verwennerij van en voor cupcakelovers

Lilys-cupcakesAan alles kun je zien dat het boek ‘Lily’s cupcakes: pure verwennerij’ met liefde is gemaakt. De styling, fotografie en vormgeving zijn een lust voor het oog. Maar de recepten en baktips van Cécile Wijdenes Angelie Kaag maken het pas echt een kookboek om op te eten. Pure verwennerij van cupcakelovers, voor cupcakelovers!

De kans is groot dat je Lily’s cupcakes al eens hebt geproefd. Ze zijn bij broodwinkels en koffiezaakjes in het hele land te krijgen. Zelfs in Dubai worden ze verkocht! Maar wie is Lily eigenlijk? Een modieuze dame die de oprichters van Lily’s cupcakes hebben bedacht als uitgangspunt voor al hun cupcakes. Lily serveert cupcakes bij de koffie, bij de lunch en als toetje. Voor al deze gelegenheden en nog veel meer hebben Cécile en Angelie hun lekkerste recepten gebundeld. “Zodat ook jij kunt leven als Lily!”

De beste ingrediënten

Maar dat betekent niet automatisch dat het zelf maken van echte Lily’s cupcakes makkelijk is. Als je het echt goed wil doen, moet je op zoek naar de beste ingrediënten zoals lambada-aardbeien, Valrhona-chocola en earth-coffee. En als je toch bezig bent kun je ook zelf wel vanille-essence maken. Maar als dat net een stapje te ver voor je gaat, geef je gewoon je eigen twist aan de recepten, dat vindt Lily helemaal niet erg.

Tips en trucs

Voor het bereiden van de cupcakes worden in het begin van het boek handige tips gegeven. Bijvoorbeeld dat je in plaats van dure spuitzakken ook gewoon snoepzakken van de drogisterij kunt gebruiken. Ook staan er illustraties in het boek die duidelijk maken hoe je nou zelf die mooie swirls van botercrème kunt maken. Je wilt gelijk de keuken in om te oefenen! Lees meer

Geocaching

Wat? Een soort schatzoeken
Waar dan? Overal, behalve in Noord-Korea waarschijnlijk
Wie doet dat? 5 miljoen mensen wereldwijd

Het klinkt heel underground, maar eigenlijk is geocaching gewoon een volwassenen variant op het aloude schatzoeken. Maar dan met een gps-ontvanger in plaats van stoepkrijt.

De eerste keer dat ik een schat vond met geocaching was magisch. Niet vanwege de omvang van de schat, want die was niet groter dan een fotorolletje, maar toch, het was wel een fotorolletje dat verstopt was op een plek in mijn woonplaats, waar ik al 1000 keer voorbij was gelopen. Stond ik daar ineens schichtig om me heen te kijken of er niemand was die me zag. Toen ik daar zeker van was, kon ik het busje pakken, mijn naam en de tijd van het vinden op het papiertje zetten en gauw weer verstoppen. En weer onopvallend doorlopen.

Er zijn geocaches in alle soorten en maten. Gelukkig bestaat er een heel netwerk van geocachers dat al die schatten in kaart heeft gebracht op www.geocaching.com. Sommige caches bestaan alleen uit coördinaten waar je de schat kunt vinden. Voor andere moet je meer moeite doen en bijvoorbeeld een puzzel of raadsel oplossen. Maar in zulke gevallen is de schat die je vindt vaak ook wat groter, bijvoorbeeld een kistje met allemaal actiefiguurtjes en andere poppetjes uit de Albert Heijn spaaracties van de afgelopen 20 jaar.

Geocachen doe je dus niet voor de schat, je doet het voor de kick. De kick van het stiekem iets vinden waarvan gewone mensen (door geocachers ‘dreuzels’ genoemd, net als in Harry Potter, want geocachers hebben toverkrachten) het bestaan niet weten.  De meeste caches liggen dan ook niet voor het grijpen maar zitten verstopt in holle bomen, onder een tegel of zitten met een magneet ergens aan vast. En dat maakt het juist zo spannend. Ik heb wel eens een uur rond een informatiebord waar niks op stond heen gedraald omdat er ergens in dat bord een nano-cache verstopt moest zitten.

Niet dat ik inmiddels een die-hard schatzoeker ben, hoor. Maar als we naar een onbekende stad in binnen- of buitenland gaan, kijk ik altijd wel even of er wat te cachen valt. Maar zodra er rekenmachines en landkaarten aan te pas moeten komen, haak ik af. Het moet wel leuk blijven. Je hebt er trouwens niet per se een gps-apparaat voor nodig, er is ook een app voor je smartphone. Hoe cool is dat, dat je een radar op je scherm tovert waarop staat dat je nog 7 meter in noordoostelijke richting moet lopen om de schat te vinden? Ik krijg er altijd zo’n Bassie & Adriaan en de geheime opdrachtgever-gevoel van. http://cgeo.carnero.cc/

Clouseau-liedjes maken van Domino een meeslepende musical

Optreden van de twee Janetten van Swentibold

De Vlaamse band Clouseau heeft in 25 jaar een indrukwekkend oeuvre opgebouwd, met hits als ‘Daar gaat ze’, ‘Passie’ en ‘Zie me graag’. Genoeg liedjes om een musical van te maken, moeten de makers van Domino hebben gedacht. Het resultaat is een meeslepende voorstelling waar de muziek van Clouseau als rode draad doorheen loopt.

Om de musical goed te kunnen volgen is enige basiskennis van de muziek van Clouseau vereist. Domino is behalve de naam van de hoofdpersoon tevens de titel van een liedje van Clouseau uit 1990. Domino is 28 jaar, heeft net haar relatie verbroken en gaat in de volkswijk Swentibold wonen, waar de voorstelling zich afspeelt. In de musical komen zo’n 20 Clouseau-nummers voorbij, die in bewerkte vorm perfect in het verhaal passen.

Lees de rest van deze recensie op Cultuurbewust.nl.

Omroep Maxim

Wat? Een VPRO-programma
Waarom? Omdat het briljante televisie is!
Wanneer? Donderdagavond laat op Nederland 3

Denk je dat alles wel zo’n beetje gedaan is op televisiegebied, zie je ineens een aflevering van Omroep Maxim. Ik was na seizoen 1 al fan, maar ook in het tweede seizoen dat nu wordt uitgezonden is Maxim Hartman weer lekker op dreef.

Omroep Maxim profileert zich als 100% BN’er-vrij en ‘absurd anders’. En dat klopt wel zo’n beetje. Het is lastig om een accurate beschrijving van Omroep Maxim te geven. Sterker nog, op de website staat: ‘een aflevering van Omroep Maxim is door de hoogassociatieve montage en chaotische structuur onmogelijk samen te vatten dan wel na te vertellen’. Maar ik kan het in ieder geval proberen.

Maxim Hartman (je weet wel, van Rembo & Rembo) maakt Man bijt Hond-achtige reportages over totaal niet-urgente onderwerpen, zoals groepsverkrachting bij eenden. Ook gaat hij zonder duidelijke aanleiding langs bij bijvoorbeeld een quiltclubje, een cactuskwekerij en een wannabe-zangeresje. Die reportages zijn opgeknipt in fragmenten die worden afgewisseld met bijvoorbeeld filmpjes van dansende vrouwtjes, Amerikaanse seksuele voorlichtingsvideo’s en instructiefilmpjes voor reddend zwemmen.

Het programma krijgt regelmatig de kritiek dat Maxim mensen in de zeik zet. In feite doen ze dat helemaal zelf, want een troubadour die Geertrude heet is vanzichzelf al grappig. Maar natuurlijk helpt Maxim ze een handje door domme vragen te stellen en in beeld allerlei regie-aanwijzingen te geven. In de montage gooit een kleurenblinde pensionado daar nog even een paar psychedelisch vormgegeven titeltjes overheen en klaar is Maxim.

In het tweede seizoen introduceert Maxim de rubriek ‘Trendy shit’, waarin hij nieuwe trends demonstreert. Shetland ponywalking bijvoorbeeld. En er zijn ook tv-spelletjes. Met mensen die geoefend hebben voor iets als Lingo en dan terechtkomen in ‘ComplimentjesTV’ of ‘De tijd tikt’. En vervolgens meedoen met een potje ‘een minuut lang op de schaakklok drukken’.

Helaas komt er na dit seizoen een einde aan deze epische vorm van televisie. Ondanks het gebrek aan inhoud heb ik na het kijken van Omroep Maxim altijd het gevoel dat mijn leven weer een beetje verrijkt is. Dus iedereen met gevoel voor humor en zonder scrupules jegens  de Publieke Omroep: kijk Omroep Maxim, nu het nog kan!

Sugar Sweet Secrets: howto’s voor de beginnende taartenbakker

Sugar sweet secretsAan de buitenkant ziet Sugar Sweet Secrets van Nanette Booij er een stuk gewaagder uit dan andere kookboeken over taarten en cupcakes. Weinig koks zullen hun creaties liggend op de grond met hun benen in de lucht aanprijzen. Maar de vraag is natuurlijk: is de binnenkant van het boek net zo verrassend als de buitenkant?

Nanette Booij is behalve taartenbakster moeder van twee en fervent twitteraar (@zaligzoet). En zonder Twitter was haar boek er misschien niet eens gekomen. Verschillende ‘tweeps’ stimuleerden haar om aan een boek te beginnen en hielpen haar aan ideeën, een titel en – niet geheel onbelangrijk – een uitgever. Het resultaat is een boek dat zijn titel eer aan doet, want het staat vol met kleurrijke foto’s en vooral veel roze.

Van basiscake tot glittertaart

In Sugar Sweet Secrets onthult Nanette haar geheimen op het gebied van taarten bakken en versieren. Wie een boek met op elke pagina een ander verrassend taartrecept verwacht, komt bedrogen uit. Nanette geeft alleen een aantal basisrecepten voor taarten, cupcakes, koekjes en vullingen en gaat daarna los met marsepein, fondant en een heleboel glitters. En dat vinden we allemaal natuurlijk stiekem het leukst! Lees meer