Marjolein Knuit

Tag: taal

Indo’s zeggen ‘al’

Ik ben natuurlijk geen Paulien Cornelisse, maar ik heb een taalfenomeen gesignaleerd waarover ik graag een stukje wil schrijven. Een doodgewoon Nederlands woordje, maar de manier waarop het door Indo’s wordt gebruikt, zorgt bij Nederlanders altijd voor opgetrokken wenkbrauwen en verbaasde gezichten.

Omdat ik al geruime tijd samenwoon met zo’n Indo ben ik inmiddels redelijk geïntegreerd dus ik weet waar ik het over heb. Het woordje al. In de betekenis van ‘reeds’. Maar nou komt het: voor Indo’s is ‘al’ het antwoord op een vraag. Punt. Vraag bijvoorbeeld aan een Indo wanneer hij gaat verhuizen als hij net verhuisd is en hij antwoordt met ‘al’.

In het begin is het gek, maar eigenlijk is het superlogisch. De Indo is dus al verhuisd. Waarom zou je daar meer woorden aan vuil maken? ‘Al’ says it all. Ik heb ‘al’ geïntroduceerd bij mijn collega’s en het is een groot succes. Als ik vraag of er nog iemand koffie wil en er is net een rondje gehaald roept iedereen in koor: ‘al!’.

Nu vraag ik me alleen af of er ook een woordje bestaat voor dingen die je nog niet hebt gedaan. Het tegenovergestelde van ‘al’ zeg maar. ‘Nog’ misschien? Dus dat je nog boodschappen moet doen en dat je partner aan je vraagt ‘ben je nou al naar de Appie geweest?’ En dat je dan antwoordt met ‘nog’! Ik weet niet. Eerst maar eens kijken of we heel Nederland aan het ‘al’ kunnen krijgen.

Iedereen houdt van mensen die van reizen houden

Ik ben niet zo goed in conversation starters, maar als iemand mij bij wijze van voorstelrondje vraagt waar ik van hou, weet ik het wel: ik hou van taal. Maar het vervelende is dat dat zo truttig klinkt. Het klinkt als saaie pieten met alle edities van de Van Dale in de kast die anderen de hele tijd verbeteren (nee, het is ‘beter dan’, niet ‘beter als!’) of die hun taalfrustraties uiten op websites als www.meldpunttaal.nl. Terwijl ik het gewoon interessant vind hoe je met een komma de betekenis van een hele zin kunt veranderen en wat de juiste manier is om het werkwoord ‘updaten’ te vervoegen. Oké, en dat ik elk jaar met een schrijfblok op schoot en een pen in de aanslag voor de tv zit voor het Groot dictee der Nederlandse taal zeg ik er voor het gemak maar even niet bij.

Maar tegen die tijd is je kersverse gesprekspartner al lang afgehaakt. Bovendien is taal van iedereen en dus geen exclusief terrein van de taalliefhebber, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de golden retrieverliefhebber of de computernerd. Terwijl ik wel degelijk meer van taal weet dan de gemiddelde golden retrieverliefhebber. Ik zou er bij wijze van spreken zelfs een boek over kunnen schrijven en dat dan ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ noemen.

Wat het daarentegen altijd goed doet in een kennismakingsgesprek, is zeggen dat je van reizen houdt. Niet iedereen houdt van reizen, maar iedereen houdt van mensen die van reizen houden. Reizen, dat klinkt als met een backpack op je rug exotische gerechten uitproberen aan de kant van de weg bij locals in Peru. Terwijl het eigenlijke reizen bestaat uit 14 uur in een krappe vliegtuigstoel zitten. Maar het levert wel leuke verhalen op, waarmee mensen die van reizen houden zich graag populair maken op feestjes en borrels. Lees meer

Van platte uitdrukkingen tot zakelijke nietszeggers

Paulien Cornelisse ziet overal creatief taalgebruik

Het is moeilijk om over taal te schrijven zonder te vervallen in pessimistisch geneuzel over taalverloedering en andere taalonderwerpen waar mensen graag op afgeven. Paul Cornelisse laat met haar boek ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ zien dat taal in de eerste plaats springlevend is, en veel zegt over de mensen die het gebruiken. Het resultaat is een verzameling scherpe columns over taalgebruik waar je eigenlijk nooit bij stilstaat, maar dat niet meer weg te denken is uit onze communicatie. Zeg maar.

Mensen zeggen zelden wat ze bedoelen. Als er tijdens een vergadering gevraagd wordt ‘mag ik eerlijk zijn?’ weet je dat jouw voorstel helemaal afgebrand zal worden. En dat de spreker niet verwacht dat er iemand opstaat die gaat zeggen ‘nou, eigenlijk niet’. En zo zijn er nog veel meer uitdrukkingen die niets zeggen, maar die alleen gebruikt worden omdat ze de boel zo lekker opvullen. ‘In die zin’ bijvoorbeeld, en ‘wat ik wél vond’, als je iets volkomen kut vond. Lees meer

Van sms-fout tot miscommunicatie: ‘Goeiemoggel!’

Heb je ’em al gezien? De briljante reclame van KPN waarin communicatie via sms en e-mail de meest hilarische taalveranderingen oplevert? ‘Ik word knetterbek van die sproetjes! Dit is de apdeling transploft, niet de apdeling sproetjes.’

Een ‘verspreking’ is in een sms’je snel gemaakt. Als je de T9-functie op je mobiel gebruikt moet je oppassen dat je als afsluiting de ontvanger geen ‘jus’ geeft in plaats van een kus en wel zegt dat je van hèm houdt en niet van ‘lot’. En ook zonder T9 zijn typfouten erg common. Lees meer

Marjolein is Bachelor of Arts!

Vandaag heb ik mijn Bachelordiploma Taal- en cultuurstudies in ontvangst genomen. In de statige aula van het academiegebouw in Utrecht kreeg ik samen met een groep andere TCS-studenten (die ik overigens nooit eerder had gezien) het felbegeerde papiertje.

Voordat ik mijn onwijs sjieke diploma kreeg, moest ik eerst ten overstaan van de zaal wat vertellen over mijn eindwerkstuk. Daar had ik me niet echt op voorbereid, maar ik redde me er met glans uit.

Eindelijk ben ik ‘iets’, al heb ik nog lang niet het idee dat ik klaar ben. Ik ben voorlopig bezig met de Master Nieuwe media & digitale cultuur. Daarna zien we wel weer verder! Oja, leuke (onderzoeks-)stages bij mediabedrijven, omroepen en dergelijke zijn welkom!

Een taal apart

“W8 ff, ben egt zo trug!” De jeugdige Internetgeneratie laat weinig heel van de oorspronkelijke Nederlandse taal. Chatten via programma’s zoals msn is ongekend populair. Praten met elkaar via Internet is overigens niet meer genoeg. Het is namelijk veel leuker om, terwijl je met elkaar kletst over bijvoorbeeld de zin van het leven, via een webcam toe te kijken hoe de persoon aan de andere kant van het beeldscherm drie straten verder in zijn neus zit te peuteren. Daarbij kan het chatvenster ook nog opgefleurd worden met een ‘persoonlijke’ achtergrond. Wat wil je nog meer? Hogere cijfers voor Nederlands op je rapport!

Los van de bekende risico’s van chatten – voor je het weet heb je een blind date met de heks die je in de kleuterschool terroriseerde door je potloden af te pakken – vormt chatten namelijk ook een gevaar voor de Nederlandse taal. Onze taal wordt niet alleen bedreigd door het toenemende gebruik van Engelse termen – “Ik kon die screensaver niet downloaden van je homepage, omdat mijn browser crashte,” – maar door de verbastering van Nederlandse woorden tot gemuteerde creaties die in de verste verte niet meer lijken op hun oorspronkelijke betekenis. Lees meer