Na mijn beschouwing over het inmiddels alom erkende fenomeen mediaparkmeisjes vandaag een relaas over de uiterlijke kenmerken van de typische mediaparkjongen. Met jongen bedoel ik de mannen tussen pakweg de 20 en 35 jaar. Hoewel ik ook mediaparkjongens ken die al 44 zijn. Eigenlijk zijn mediaparkjongens net als mediaparkmeisjes een beetje leeftijdsloos. Hoe de mediaparkjongen te herkennen en daarmee om te gaan:
1. Net als mediaparkmeisjes zien mediaparkjongens er altijd (ook ’s avonds) uit alsof ze net uit bed komen. Alleen heet dat bij jongens een ‘out of bed’-look.
2. Ze doen hun gympen nooit uit, ook niet ’s nachts.
3. Ze dragen meestal een stoere schoudertas die nonchalant ergens halverwege hun benen hangt te hangen.
4. Ze kijken verveeld en daardoor heel stoer (zo van: het boeit me helemaal niks dat ik de hele dag met bekende Nederlands werk).
De meeste mediaparkjongens zijn producer of editor, dat zie je zo. Zitten de hele dag achter een drie beeldschermen programma’s te monteren en koffie (oh nee – latte!) te tanken of lopen druk rond met draaiboeken en scripts. Dragen kleding die best hip of in elk geval niet onhip is, maar het mag er absoluut niet uitzien alsof ze er moeite voor hebben gedaan.
Eigenlijk lijken de mediaparkmeisjes en –jongens van deze wereld een soort figuranten. Misschien worden ze wel ingehuurd om het mediapark die specifieke sfeer te geven, van ‘wij maken de programma’s die je elk dag kijkt en WE DON’T CARE!’
Je ziet ze ook altijd maar één keer. Het is niet zo dat je elke dag met dezelfde mediaparkmeisjes en –jongens in de trein zit. Meestal beginnen ze pas laat in de ochtend (want die talkshows waar ze voor werken zijn pas ’s avonds laat afgelopen) dus een 9 tot 5-ritme kennen ze niet. En buiten het mediapark bestaan ze simpelweg niet. Ze komen ’s morgen nergens vandaan en ze gaan ’s avonds nergens naartoe; ze bestaan gewoon alleen op het mediapark, hun biotoop. Een geruststellende gedachte.
Sinds ik op het Mediapark werk, zie ik ze ’s ochtends altijd lopen: mediaparkmeisjes. Feitelijk gezien is iedereen van het vrouwelijke geslacht die op het mediapark werkt natuurlijk een mediaparkmeisje, maar ik zou daar toch wat nuance in aan willen brengen. De dames die ik omschrijf als mediaparkmeisje, beschikken over een aantal zeer soortspecifieke eigenschappen:
1. Hun leeftijd is moeilijk te schatten: ze zouden net zo goed 22 als 31 kunnen zijn. In het Engels bestaat daar het mooie woord twentysomething voor.
2. Ze zien eruit alsof ze vijf minuten geleden uit bed zijn gestapt en het staat ze nog goed ook. Superirritant.
3. Ze hebben meestal lang haar, dat ze los dragen of nonchalant met een knip bij elkaar houden. Zo nonchalant dat ik dat zelf nooit voor elkaar krijg, hoe hard ik het ook probeer.
4. Ze zien eruit alsof ze vergroeid zijn met hun Iphone of Blackberry, maar toch zitten ze daar zelden mee te spelen. Hebben ze niet nodig. En toch weet je dat ze er een hebben.
5. Ze zijn degenen die de verkoop van bodywarmers in stand houden.
Het moge duidelijk zijn dat ik mezelf niet vereenzelvig met de meisjes die door mij gedefinieerd worden als mediaparkmeisje. Al was het alleen al omdat ik me altijd hopeloos over- of underdressed voel als ze op Hilversum in de trein naar Noord stappen. Op dagen die ik heb uitgeroepen tot rokjesdag komen ze in afgetrapte sneakers en afgedragen skinny jeans binnen. En heb ik bij hoge uitzondering een keer sneakers aan onder een oude spijkerbroek, dan hebben zij achter mijn rug om afgesproken die dag allemaal een legging en hakken aan te doen. Superflauw.
Maar ik ben niet jaloers op de mediaparkmeisjes of zo. Meestal zijn ze producer bij een groot commercieel programma of redacteur bij een talkshow en moeten ze de hele dag allerlei mensen bellen. Getsie. Het is meer dat ik die cultuur van mediaparkmeisjes zo fascinerend vind. En ik me afvraag wat er gebeurt als ze ouder worden. Verdwijnen ze dan stilletjes van het mediapark om in een tehuis voor uitgerangeerde mediaparkmeisjes te gaan wonen? Of zijn de verlopen veertigsters die over het mediapark sjokken met een grauwe huid van het roken de mediaparkmeisjes van vroeger? Je zou er een scriptie over kunnen schrijven.
Maar als er mediaparkmeisjes zijn, moet er ook zoiets bestaan als mediaparkjongens. En die zijn er natuurlijk ook. Met schoudertassen, een verveelde blik en voor de rest zo’n beetje dezelfde eigenschappen als mediaparkmeisjes. Op het lange haar na natuurlijk. Daarover de volgende keer meer.
Er bestaat een boek met de ondertitel ‘Zij is superintelligent maar heeft geen idee hoe de wasmachine werkt’. Om de een of andere reden vindt mijn vriend dat wel op mij slaan. Ik ben toevallig wel degene die de wasmachine bedient thuis, maar over het algemeen heb ik het inderdaad niet zo op huishoudelijke apparaten met ingewikkelde knopjes. Ik moet bekennen dat ik niet eens koffie kan zetten. Ik laat zelfs Senseo mislukken.
Ik heb dan wel een Mastertitel op zak, maar veel alledaagse dingen weet ik gewoon niet. Nooit geleerd op het vwo of de universiteit. Soms denk ik wel eens: had ik maar een vak geleerd. Ik heb veel verstand van nieuwe media, maar ik kan geen website ontwerpen. Ik weet veel over de journalistiek, maar ben geen doorgewinterde verslaggever. Ik ben namelijk opgeleid tot wetenschapper, en dan hoef je niet te weten hoe iets werkt, je hoeft het alleen maar te onderzoeken. En er vervolgens in moeilijke woorden een veel te lang essay over schrijven. Dat niemand leest. Behalve andere onderzoekers. Wat dus zinloos is. Het echte werk laten wetenschappers over aan de mbo’ers en hbo’ers en zeggen daar dan dingen over als ‘ja, haren knippen, dat moet ook iemand doen natuurlijk’.
Toen ik afstudeerde was ik ervan overtuigd dat bedrijven stonden te trappelen om mij en mijn hoofd vol kennis aan te nemen. Maar op vacaturesites was er bar weinig vraag naar mensen die goed konden nadenken. Daarentegen kwam ik veel advertenties tegen voor ‘medewerkers binnendienst’ en ‘accountmanager’ en ‘management consultant’. Ik heb nog steeds geen idee wat die woorden betekenen.
Ik lachte mijn zusje op het vmbo wel eens uit als ze moest oefenen voor een tentamen haren wassen. Maar eigenlijk had het me best leuk geleken: cadeautjes inpakken en bloemschikken en daar nog een cijfer voor krijgen ook. Ik heb nog wel een poging gedaan om een meer praktische richting in te slaan, toen mijn beste vriendinnetje na de brugklas een havo-advies kreeg en ik een vwo-advies. Ik besloot daarop alle volgende reptities en so’s te verpesten zodat mijn cijfers toch niet hoog genoeg zouden zijn voor het atheneum en ik met haar naar de havo kon. Het lukte niet.
Achteraf ben ik blij dat ik het vwo heb afgemaakt en een universitaire opleiding heb gevolgd. In combinatie met mijn schrijfvaardigheid maakt me dat in ieder geval een goede webredacteur. Al had ik best wat meer praktijkervaring willen opdoen; projectmatig werken, SWOT-analyses maken; van die dingen die ze op het hbo leren. Waar je een diploma voor krijgt en je kunt zeggen: ‘ik ben bedrijfskundige/communicatiespecialist/multimediadesigner’.
Maar er zijn ook mensen die het omgekeerd zien. Zo werd ik een keer bij de kapper geknipt door een meisje dat me quasi geinteresseerd vroeg wat ik voor werk deed. Om het niet te ingewikkeld voor haar en haar mbo-diploma te maken, zei ik: ‘ik schrijf teksten voor websites’. ‘Oja’, verzuchtte ze: ‘dat moet natuurlijk ook iemand doen’.
Omdat ik tegenwoordig meer sollicitatiebrieven schrijf dan stukjes voor mijn website, is het hier de laatste tijd nogal rustig. Maar er zijn zat dingen waar ik me druk om maak, zoals het broeikaseffect, de BTW-verhoging voor de kunstsector en het onnodig afzakken van leggings.
Het is zo makkelijk om te zeggen dat ik het druk heb en daardoor niet aan mijn website toekom, maar dat is niet helemaal waar. Ik kies er helemaal zelf voor om na het avondeten 3 afleveringen van mijn favoriete serie te kijken in plaats van achter mijn schrijftafel te gaan zitten. En dat is helemaal geen straf hoor, met 2 beeldschermen van 19 inch (hopelijk lezen er geen inbrekers mee) en een supersnelle computer op mijn hardhouten Ikea-bureau. Nu zijn er vast heel veel mensen die roepen dat ik prioriteiten moet stellen, todo-lijstjes moet maken en ‘Getting things done’ moet lezen. Van die mensen krijg ik altijd een beetje de kriebels; lifehackers zijn toch een beetje de Jehova’s getuigen onder de internetgebruikers. Maar ook de cynicus in mij moet deze mensen toch een beetje gelijk geven. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik nog geen mailtje kan typen zonder dat ik ondertussen een paar websites aanklik, een filmpje start op Youtube en – o momentje, m’n glas is leeg, even naar de keuken. Maar ja, dan had niemand maar de mogelijkheid om meerdere tabbladen tegelijk in je browser te openen moeten uitvinden.
Het is in elk geval geen wonder dat de RSS-feed van mijn website de laatste tijd geen nieuwe berichtjes uitspuugt. En een nieuwe site (over toetjes en taarten) staat al een jaar lang in de steigers; ik hoop maar dat ie online gaat voor m’n pensioen. Daarom werd mijn aandacht tijdens het doelloos surfen op internet ogenblikkelijk getrokken door de titel van een blogpost op Sochicken.nl die luidde ‘Productiever worden door minder te doen’. Ik las er van alles over prioriteiten, treuzelen en uitstellen en herkende mezelf vooral in de laatste 2 woorden. Ik las dat ik todo-lijstjes moest maken met maar 3 taken erop en dat ik mezelf daarna een schouderklopje mag geven. Daar wordt een mens als ik (die model heeft gestaan voor de uitdrukking ‘liever lui dan moe’) blij van!
Maar ondanks al deze positieve praatjes zit me toch iets dwars. Ik wil niet dat mijn leven bestaat uit takenlijstjes, actiepunten en brievenbakjes. Ik wil niet dat ik na het afwassen met mijn vriend het gevoel heb dat ik weer iets van mijn lijstje kan afstrepen. Als je zoiets sufs als het uitlaten van de hond of een boodschap doen op de markt gaat categoriseren als ‘taak’, bestaat je leven straks ineens alleen nog maar uit ‘taken’ en ‘projecten’. En daar heb ik niet zo’n trek in. Quality time doorbrengen met mijn vriendje en familie vind ik geen taak die je inplant, maar een cadeau. Daar heb ik geen Getting things done-evangelisten voor nodig. Maar toch ben ik blij met mezelf. Want ik heb er weer een stukje bij op m’n website. En ik heb en passant ook nog 2 geweldige sites ontdekt: Sochicken en Stofzuigerzen (‘praktische tips voor een leuk en eenvoudig huishouden’). Mijn lijstje voor vandaag is weer gedaan! Aan het eind van de blogpost stond trouwens een link naar een cursus over uitstelgedrag. Maar dat stel ik nog maar even uit.
Na 2,5 jaar stukjes schrijven, projecten uitvoeren en sites ontwikkelen voor Eigenwijzer en de Schooltv-beeldbank, is er een einde gekomen aan mijn tijd bij NTR: Schooltv. Vanaf januari ga ik (parttime) aan de slag bij het Barneveldse Schaffelaartheater als PR-medewerker.
Het Schaffelaartheater is sinds enkele jaren het culturele centrum van Barneveld. Vele muzikanten, cabaretiers en zangers hebben hun weg naar het theater al gevonden. Aan mij de schone taak om zoveel mogelijk mensen naar deze voorstellingen te krijgen, via de krant, internet en allerlei andere middelen. En ik ga natuurlijk veel voorstellingen zien!
Nederland is weer een mediawijs initiatief rijker. De vandaag gelanceerde website Mediasmarties is een online kijkwijzer voor programma’s, websites en games voor peuters en kleuters. Met een korte inhoudsbeschrijving en een leeftijdsadvies, van Barbapapa tot Mega Mindy. Ik verzorgde de eindredactie van deze recensies.
Op Mediasmarties kunnen ouders een profiel aanmaken. Hiermee kunnen ze een weekprogramma klaarzetten, afgestemd op de leeftijd en ontwikkeling van hun kind. Er zijn zoveel programma’s en websites voor kinderen, dat het voor ouders lastig kan zijn om te bepalen wat ze wel en niet mogen kijken en spelen. Mediasmarties helpt daarbij.
Mediasmarties vergroot niet alleen de mediawijsheid van ouders, maar ook van Pabo-studenten. In een virtuele media academie worden ze opgeleid tot deskundige recensenten. Ze beoordelen de mediaproducten, en kijken bij welke ontwikkelingsgebieden van kinderen ze aansluiten.
Hoewel ik bij Teleac werk, kan ik vanaf 1 september Jörgen Raymann mijn collega noemen. Dan gaan de omroepen Teleac, NPS en RVU namelijk officieel samen in de nieuwe omroep NTR. De nieuwe naam en de bijbehorende huisstijl werden vandaag gepresenteerd in Hilversum.
Teleac, NPS en RVU zijn alle 3 taakomroepen die informatie, educatie en diversiteit hoog in het vaandel hebben staan. Door te fuseren worden de krachten gebundeld en de positie in het omroepbestel verstevigd. Ook was er een financiële noodzaak om samen te gaan: wegens opgelegde kostennormen moesten de omroepen veel bezuinigen.
Van Sesamstraat tot Zandkasteel
De fusie betekent dat Sesamstraat, het Zandkasteel en de Keuringsdienst van waarde nu allemaal onder dezelfde vlag van NTR worden uitgezonden. Aan de programmering verandert verder weinig, hoewel er natuurlijk meer samen ondernomen gaat worden. SchoolTV blijft een apart merk binnen de NTR. Lees de rest van het artikel
Meedoen aan een voetbalpoule is net als de barbecue aansteken en ramen zemen (afgaande op de glazenwassers die ik in mijn leven ben tegengekomen) echt iets voor mannen. Normaal interesseert het aanvallende spel van Urugay ze geen bal, maar tijdens het WK Voetbal zijn alle mannen ineens getransformeerd in volleerde voetbalcommentatoren, kijken ze alle sportjournaals en zeggen ze dingen als: “Dus jij denkt dat Chili met 2-1 wint van Honduras? Echt niet jongen, Honduras wordt de ontdekking van dit WK!”
Terwijl je helemaal geen tweede Frank Snoeks hoeft te zijn om als winnaar van de voetbalpoule uit de bus te komen. Iedereen kan wel een rijtje getallen invullen. Kansberekening en voetbalkennis heb je daar in elk geval niet bij nodig, hooguit een dosis gezond verstand om in te kunnen schatten dat Duitsland waarschijnlijk wel van Australië zal winnen. En gelukkig krijg je in een voetbalpoule al punten als je goed hebt gegokt wie er gaat winnen of verliezen, verder is het raden van de exacte uitkomst vooral nattevingerwerk.
Tijdens dit WK ben ik erachter gekomen dat ik best wel goed ben in zulk nattevingerwerk. In de bedrijfspoule sta ik namelijk bijna bovenaan. Vanuit bovenstaande argumentatie is het een beetje hypocriet om daar trots op te zijn, maar een beetje stoer vind ik het wel, om als een van de weinige vrouwelijke deelnemers van de poule zo hoog te staan. Lees de rest van het artikel
Ik heb weer een paar nieuwe Photoshop-fabricaties toegevoegd aan mijn grafisch portfolio. Dit keer allemaal met een maatschappelijk tintje; het zijn namelijk allemaal flyers voor SchoolTV met als doelgroep maatschappijleerdocenten.
Het zijn vrij tekstuele flyers die ik heb opgemaakt met enkele elementen uit de huisstijl van het programma en een strak lettertype. Bij de prijsvraag voor docenten heb ik mijn ‘grote woorden – kleine woorden’-trucje uit de kast gehaald en veel gebruik gemaakt van rood – de kleur van Rob Wijnberg, waar de prijsvraag min of meer om draaide.
Om de opsomming van onderwerpen uit het programma ‘Focus op de maatschappij’ iets minder saai te maken heb ik ze in gekleurde vierkante blokjes geplaatst, zoals ik al eerder deed bij een flyer voor ‘Thema’s mens en natuur’. Op die manier kun je met weinig fratsen woorden toch meer visuele kracht geven.
Vroeger, toen je het onderwerp voor je jaarlijkse spreekbeurt op de basisschool nog uit zo’n informatieboekje uit de bibliotheek haalde en niet van Google, moest je als kind je werkstuk of spreekbeurt van a tot z uitschrijven. Je kon wel smokkelen door de teksten uit die boekjes letterlijk over te nemen, maar het leukst was toch de reactie van de meester als hij zei dat hij de stukjes die je zelf geschreven had het leukste vond om te lezen. Je was warempel ergens goed in!
Een paar jaar later ging je bij de schoolkrant van je middelbare school – je moest ergens beginnen – en schreef stukjes voor andere obscure blaadjes. Verslagen, recensies en andere teksten poepte je er achter elkaar uit, terwijl de rest van de klas zat te persen om er ook maar een alinea uit te krijgen. Ondertussen verbeterde je je vrienden waar het maar kon (‘neehee, het is groter dan, niet groter als!’) en opeens wist je het: ik word journalist. Lees de rest van het artikel